Opinie

Rot toch op?

Mijn vrouw viel de grote eer te beurt om per mail een ‘zondagbrief’ te ontvangen van PvdA-coryfee Ahmed Aboutaleb. Dat zijn brieven van prominente PvdA’ers die elke zondag naar de leden verstuurd worden. Dit was de eerste brief die mijn vrouw van Aboutaleb kreeg.

„Mag ik meelezen?” vroeg ik, mijn jaloezie met moeite onderdrukkend. Ze knikte genadiglijk, na enige aarzeling.

Ik las hoe Aboutaleb zijn verontwaardiging beschreef over de laffe moordpartijen in Parijs. Hij vertelde hoe geraakt hij was door de opkomst bij de demonstraties in Nederland. Vervolgens schreef hij: „De avond daarvoor werd ik geïnterviewd in Nieuwsuur. Het was niet gepland, maar de term ‘oprotten’ die ik in het tv-programma gebruikte kwam uit mijn tenen. De uitspraak had en heeft betrekking op die lieden die onze beschaving afwijzen en met geweld hun mening aan ons willen opdringen. Ik geef toe, het is geen poëzie, maar straattaal. Niet een term die ik snel zal herhalen. Maar de uitspraak was een uiting van ingehouden woede.”

„Merkwaardig”, zei ik, „het klinkt alsof hij zich verontschuldigt: straattaal, niet een term die hij snel zal herhalen. En hij verdoezelt hier dat hij zich in Nieuwsuur tot Nederlandse moslims richtte.”

„Hoezo? Jullie journalisten zoeken er algauw te veel achter”, zei ze.

Een kribbige conversatie dreigde, maar langdurige huwelijken kunnen tegen een stootje. Ik besloot het item op Nieuwsuur er nog eens op na te kijken. Interviewer Twan Huys wijst Aboutaleb op een uitspraak uit november in het AD: „Als iemand deze samenleving verdorven vindt, ga! Ga maar. Maar dan is er ook geen weg meer terug. (…) In die zin verschil ik echt hartgrondig met de Nederlandse regering op dit punt.”

Het kabinet wil immers juist voorkomen dat mensen afreizen naar conflictgebieden, want ze kunnen weleens als geoefende terroristen terugkomen. Aboutaleb omzeilt dit punt in Nieuwsuur en belandt in een nieuwe tirade die hij afsluit met de inmiddels roemruchte woorden: „Als je het niet ziet zitten dat humoristen een krantje maken, ja…mag ik het zo zeggen: rot toch op.”

Maandagavond verschijnt Diederik Samsom in Jinek. Hij heeft vijf zware minuten nodig om uit te leggen hoe de uitspraken van Aboutaleb zijn te verenigen met het kabinetsbeleid – eigenlijk niet dus, maar Samsom blijft doen alsof „Rot toch op” hetzelfde is als „Blijf hier”.

„Nu begrijp ik waarom jij die brief van Aboutaleb kreeg”, zei ik na afloop tegen mijn vrouw. „Er moest iets recht gebreid worden wat krom is. En Aboutaleb moest terug in zijn kooi. Zijn standpunt is lastig voor het kabinet en misschien ook inderdaad contraproductief, want je moet er niet aan denken dat teruggekeerde Nederlandse jihadi’s hun Franse collega’s gaan imiteren.”

„Ik heb me niet gestoord aan die brief”, zei ze.

„Waar ik me aan stoor”, zei ik, „is dat onduidelijke gedoe. Komt er eindelijk een PvdA’er met een ferme uitspraak, dan wordt het weer snel achter veel rookgordijnen ingetrokken.”

„Toch blijft Aboutaleb voor mij een flinke vent”, zei ze.

„Maar hij roept stoere dingen en drie dagen later schrijft hij jou dat hij ze niet snel zal herhalen.”

Ze haalde haar schouders op. „Jij hebt tegen mij ook weleens stoere dingen gezegd die je later niet meer zo snel herhaalde.”