PvdA-prominenten: herstel de publieke sector

Van der Ploeg en Duivesteijn waarschuwen vlak voor partijcongres.

PvdA-prominent en senator Adri Duivesteijn roert zich weer. Kort voor het jaarcongres van zijn partij schrijft hij vandaag in deze krant dat Nederland toe is aan een terugkeer naar een werkelijke publieke sector.

Hij houdt vast aan zijn verzet tegen inperking van de ‘vrije artsenkeuze’ die vlak voor Kerst een crisis in de coalitie veroorzaakte, maar stelt nu dat achter dit thema „een breder en belangrijker” onderwerp schuilgaat: „de zorgen die wij zouden moeten hebben over de richting waarin onze publieke sector zich ontwikkelt”.

In de PvdA-leiding wordt met argusogen gekeken naar Duivesteijn, in de aanloop naar het partijcongres van komend weekeinde. Verwacht wordt dat het congres een motie krijgt voorgelegd die de Tweede Kamerfractie opdraagt zich tegen inperking van de ‘vrije artsenkeuze’ te keren, bevestigt PvdA-senator Guusje ter Horst, die in december met Duivesteijn het plan van minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) torpedeerde. Het kabinet kondigde aan de gesneuvelde zorgwet, met aanpassingen, opnieuw in te dienen.

Duivesteijn schrijft in zijn stuk, samen met partijgenoot Rick van der Ploeg, economiehoogleraar in Amsterdam en Oxford, dat door privatisering en ‘vermarkting’ van publieke voorzieningen veel instituties „wezenlijk van karakter zijn veranderd”. Professionalisering en verzakelijking kwamen volgens hem centraal te staan; een proces dat onder Paars I en II – vleugels kreeg.

„Nu ontdekken burgers dat zij veel van hun instituten zijn kwijtgeraakt. Het gevoel van veiligheid dat ‘mijn’ verzekeringsmaatschappij, ‘mijn’ woningcorporatie of zorginstelling bood, is verdwenen.” Onbehagen kwam ervoor in de plaats, aldus de senator. De kritiek op het beleid van Paars is opmerkelijk. Duivesteijn bekleedde in de jaren van Paars een toppositie binnen coalitiepartij PvdA, als vicefractievoorzitter. Co-auteur Van der Ploeg, was in Paars II staatssecretaris.

Volgens Duivesteijn en Van der Ploeg zou het mooi zijn „om onze publieke instellingen weer werkelijk te verankeren in de samenleving”.

Progressieve partijen hebben daarin een extra opdracht, aldus de auteurs, die zich tot slot afvragen: „Hoe kan het dat bij deze partijen iedere vorm van gemeenschappelijke gedachtevorming en daardoor gezamenlijk optrekken ontbreekt?”