OM straft vaak zelf zonder het bewijs goed te controleren

Procureur-generaal bij de Hoge Raad is kritisch over straffen zonder controle rechter.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft forse kritiek op de wijze waarop het Openbaar Ministerie (OM) zelfstandig straffen oplegt in zaken die niet aan de strafrechter worden voorgelegd.

Uit een steekproef onder 375 strafzaken blijkt bijvoorbeeld dat in 8 procent van de gevallen die de officier van justitie tegenwoordig zelf in samenspraak met politie, reclassering en slachtofferhulp afdoet via een lik-op-stukbeleid (de zogeheten ZSM-aanpak: Zo Spoedig Mogelijk) „het bewijs onvoldoende is”. Dit staat in een onderzoeksrapport dat de procureur-generaal heeft aangeboden aan minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) en de baas van het OM, Herman Bolhaar. De PG concludeert dat er sprake is van „een ernstig te nemen indicatie dat de grondigheid en de zorgvuldigheid waarmee de schuldvaststelling moet plaatsvinden (...) in de praktijk te wensen overlaat”. De procureur-generaal heeft het onderzoek verricht op grond van zijn bevoegdheid te kijken of het OM de wettelijke voorschriften naar behoren handhaaft.

Sinds 2008 is de officier van justitie bevoegd om bij bepaalde strafbare feiten zonder tussenkomst van een rechter via een zogeheten strafbeschikking sancties op te leggen zoals geldboetes, taakstraf of ontzegging van de bevoegdheid om een motorrijtuig te besturen. Dat kan als de schuld is vastgesteld bij overtredingen en misdrijven waarop een gevangenisstraf staat van maximaal zes jaar. De idee is dat zo de rechter wordt ontlast en alleen moeilijke en zware zaken door de rechtbank worden behandeld.

In 2013 werden zo’n 71.000 strafbeschikkingen uitgevaardigd. Volgens de procureur-generaal is uit dossieronderzoek gebleken dat er bij het OM sprake is van „gebrekkige naleving van de regelgeving”. De „belangrijkste tekortkomingen” zijn volgens de onderzoekers dat de regels met betrekking tot het horen van jeugdige verdachten onvoldoende worden nageleefd, een strafbeschikking zelden de correcte kwalificatie van het feit bevat en door onbevoegde functionarissen (niet de officier van justitie zelf) worden behandeld.

Ook concludeert de PG dat jaarlijks in zo’n 16.000 ‘lichte’ zaken van verkeersovertredingen, verkeerd aanbieden van huisvuil of zwartrijden in het openbaar vervoer door de officier van justitie van tevoren vastgestelde sancties worden opgelegd zonder dat wordt beoordeeld of er sprake is van voldoende bewijs. Daarbij gaat het om strafbeschikkingen van het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) dat automatisch boetes met een vast bedrag verstuurt.

Bij het Openbaar Ministerie zijn ze geschrokken van de harde kritiek. Het OM laat weten dat de strafbeschikking „nog een relatief nieuw middel is, dat nog in ontwikkeling is”. De organisatie wijst erop dat de top van het OM zelf om dit onderzoek heeft gevraagd.

Justitie belooft met „de kritiekpunten uit het onderzoek aan de slag te gaan”. Voor een inhoudelijke reactie zegt het OM meer tijd nodig te hebben.