Oefenen welke spieren je niet mag gebruiken

Eddie Redmayne

Een gewezen Burberry-model geldt nu als de door ALS verlamde kosmoloog Stephen Hawking als een grote kanshebber voor een Oscar. ‘Het spelen van iemand die nog leeft en de status heeft van een rockster is doodeng.’

Een bruin leren jack, het haar quasi nonchalant omhoog, heldere, groengrijze ogen: in Eddie Redmayne (33) zie je niet direct een broodmagere, kromgebogen wetenschapper in een rolstoel.

In de biografische film The Theory of Everything speelt het voormalige Burberry-model de wereldberoemde astronoom Stephen Hawking, die sinds zijn 21ste lijdt aan de spierziekte ALS. De relatief onbekende Britse acteur geldt met deze rol als een van de grote kanshebbers voor een Oscar – morgen weten we of The Academy hem heeft genomineerd.

Eddie Remayne praat met journalisten in het Waldorf Astoria Hotel in New York. En hij praat veel. Als de eerste vraag niet snel genoeg gesteld wordt, begint hij zelf maar te vertellen: „Ik kan niet tegen stiltes.” Maar in de voorbereidingen voor zijn rol als Hawking moest de acteur juist met die stiltes leren spelen: Stephen Hawking kan door zijn ziekte alleen nog communiceren met één spiertje in zijn wang. Dat maakt het ritme in een gesprek een morsecode van lange vragen en korte antwoorden.

Astronoom, geen astroloog

„Toen ik Hawking voor het eerst sprak, heb ik hem door pure zenuwen van alles over mezelf verteld. En dat we hetzelfde sterrenbeeld hebben. Na vijf minuten antwoordde hij met zijn iconische computerstem: „Ik ben een astronoom, geen astroloog.”

Tien jaar geleden studeerde Redmayne kunstgeschiedenis aan Cambridge, waar Hawking toen ook al werkte. „Ik zag hem wel eens in de verte in zijn rolstoel over de bruggetjes op de campus rijden.”

Voor zijn rol kreeg Redmayne van regisseur James Marsh (Man on Wire, Shadow Dancer) vier maanden voorbereidingstijd. „Dat is een hele luxe bij films”, wisten zijn collega’s hem te vertellen. Tot zijn rol in My Week With Marilyn (2011) en zijn bijrol in Les Misérables (2012) was Eddie Redmayne bij het filmpubliek een relatief onbekende naam, maar in het theater sleepte de 33-jarige acteur al eerder belangrijke prijzen in de wacht. Zo won hij in 2005 de Critics’ Circle voor beste nieuwkomer en in 2010 een Tony en de de prestigieuze Olivier Award voor zijn werk in Red (John Logan). Toch voelde zijn filmrol een beetje als een ‘theatre of everything’, want hij werkte „net als in een theater met een team van mensen die zorgden dat de rol van Stephen Hawking klopte: een choreograaf, visagist, kostuumontwerper en natuurlijk regisseur James Marsh.”

Stuiterend van de cafeïne

Marsh castte Redmayne na „een soort sollicitatiegesprek” in een pub in Londen. De regisseur dronk vier koffie. Hij zelf zes bier, zegt Redmayne. „Ik was dronken en hij stuiterde van de cafeïne. In dat gesprek schepte ik natuurlijk erg op over wat ik kon, maar daarna moest ik het bewijzen.” Op de eerste draaidag moest Redmayne meteen drie verschillende stadia in het ziekteverloop van Stephen Hawking spelen: de gezonde student, wandelend met twee stokken en in een rolstoel. „Doodeng vond ik dat. Het spelen van iemand die nog leeft en de status van een rockster heeft, is nooit makkelijk.’’

Ter voorbereiding praatte hij met verschillende ALS-patienten en hun naasten, nam hij een spraakcoach in de arm en onderzocht samen met een danser alle spieren die de wetenschapper in verschillende stadia van zijn ziekte nog wel of juist niet meer kon gebruiken. Voor een film die over imperfectie gaat, haalde Redmayne alles uit de kast om zijn rol zo perfect mogelijk te spelen: „Ik heb uren in de spiegel geoefend om de goede gezichtsuitdrukkingen te creëren. Stephen heeft ondanks zijn handicap het meest charismatische gezicht dat ik ooit heb gezien, dat wilde ik over kunnen brengen.” Dat hij met een choreograaf werkte, was volgens de Brit een heel goede zet: „Naarmate de ziekte zich verder ontwikkelt, wordt de verzorger een verlengstuk van je eigen lichaam. Het is bijna alsof je met elkaar danst.”

Tijdreizen

Voordat Stephen Hawking zelf de film voor het eerst zou zien, ontmoette Redmayne hem weer, nu in de gang van de bioscoop. „Ik vertelde hem dat ik opnieuw ontzettend nerveus was, en of hij me kon laten weten wat hij er van vond. Hij duurde een minuut of zes voordat hij met zijn praatspiertje een antwoord produceerde. ‘Ik zal je laten weten wat ik er van vind: good or otherwise.

De twee Cambridge-alumni hebben elkaar sindsdien niet meer gesproken, maar na de eerste vertoning in Londen liet Hawking in een post op zijn nieuw geopende Facebook-pagina weten dat het good was: „De première van The Theory of Everything was een zeer emotionele ervaring voor me. (…) Eddie Redmayne heeft mij heel goed neergezet. Waarschijnlijk is dit het dichtst dat ik ooit bij tijdreizen zal komen.”