In de wet staat: je mag veel zeggen...

Juridisch heet het hurtful speech: het pijnlijke, schadelijke woord dat gebruikt mag worden om het publieke debat niet in de kiem te smoren. En daarom is er veel mogelijk, in de VS maar ook in Europa.

De Franse cartoonist Renald ‘Luz’ Luzier (links) samen met zijn collega Patrick Pelloux tijdens de presentatie van de nieuwste Charlie Hebdo. Foto REUTERS
De Franse cartoonist Renald ‘Luz’ Luzier (links) samen met zijn collega Patrick Pelloux tijdens de presentatie van de nieuwste Charlie Hebdo. Foto REUTERS

Je suis Charlie suggereerde vorige week even totale uitingsvrijheid voor iedereen. Niet alleen als westers ideaal, maar ook als vanzelfsprekend feit. De praktijk is echter weerbarstig, zowel in de EU als de VS.

In de VS wordt ‘free speech’ het meest onomwonden beleefd. Maar ook daar mag het gezag ingrijpen, in uiterste gevallen. Het Supreme Court formuleerde het ideaal in 2011 in de zaak Snyder/Phelps zo: „Het woord is krachtig. Het kan mensen in actie laten komen, tot tranen van vreugde en verdriet brengen en – zoals in dit geval – enorm veel pijn bezorgen. Gezien de feiten in dit geval kunnen we op die pijn niet reageren door de spreker te straffen. Als een natie hebben we voor een andere koers gekozen – namelijk door ook het pijnlijke, schadelijke woord (hurtful speech) over publieke kwesties te beschermen, opdat we het publieke debat niet in de kiem smoren.”

Die zaak ging over het recht van dominee Fred Phelps om met zijn Westboro Baptist Church te demonstreren bij begrafenissen van gesneuvelde militairen, slachtoffers van rampen of verkeersongevallen. De sekte van Phelps beschouwt die als een straf van God vanwege de acceptatie van homoseksualiteit in de VS. Bij deze plechtigheden houden zij spandoeken op met ‘Flikkers’, ‘Ga naar de hel’. ‘God zij dank voor dode soldaten’. Dat leidde tot een civiele procedure van de vader van Matthew Snyder, een student uit Wyoming die was doodgeslagen vanwege zijn homoseksualiteit. Het Hof oordeelde dat de dominee op de openbare weg stond en zijn uitlatingen een verband hadden met een onderwerp van algemeen belang. En dat het ongepaste of controversiële karakter ervan er niet wezenlijk toe deed.

Het is in de VS toegestaan om homo’s en religies te verketteren

‘Public speech’ in juridische zin weegt dus bijzonder zwaar. Zo is het in de VS legaal om religies en homo’s te verketteren, met hakenkruizen te demonstreren en voluit discriminerende opmerkingen te maken. Wie van dat recht echter ook gebruikmaakt loopt sociaal stevige risico’s. Amerikaanse media vonden het in 2005 niet raadzaam om de beledigende Mohammed-cartoons van de Deense tekenaar Kurt Westergaard over te nemen. Harvard-president Larry Summers kwam in de problemen toen hij in 2005 ‘als provocatie’ een verband legde tussen het gebrek aan vrouwelijk toptalent in bètaposities en de lagere score van vrouwen in cognitietesten.

Juridisch zijn dergelijke uitingen echter toegelaten, tenzij er sprake is van ‘aanzetten tot prompt illegaal gedrag’. Denk aan oproepen tot geweld tegen of intimidatie van bepaalde individuele personen. Maar onjuiste, verderfelijke meningen of waardeoordelen bestaan in de VS niet, althans, wederom, in juridische zin.

Ook in Europa is ‘hurtful speech’ beschermd. In het Handyside-arrest van het mensenrechtenhof in Straatsburg uit 1972 tegen een Britse uitgever, is de beroemde Europese maatstaf voor de vrijheid van informatie voor het eerst geformuleerd. Die vrijheid betreft niet alleen informatie waar iedereen het wel over eens is, maar geldt nadrukkelijk ook meningen die kunnen ‘schokken, kwetsen of verontrusten’: de shock, offend and disturb-maatstaf.

Aanleiding was de publicatie in het Verenigd Koninkrijk van een destijds nogal vrijzinnig Deens boekje. Daarin kwamen twintig pagina’s seksuele informatie voor, naast advies hoe je als scholier de normen op school en thuis aan de kaak kon stellen. En gewaagde thema’s als ‘Kan een leraar ontslagen worden’. Dit ‘Little Red Schoolbook’ vond de Britse rechter destijds een obsceen pornografisch werk en dus strafbaar. In Frankrijk en Italië was het boek verboden vanwege het opruiende karakter.

Wie vrijheid aan banden wil leggen, moet een goede, nodige reden hebben

Voor Europa geldt dat lidstaten die deze vrijheid aan banden willen leggen dat alleen bij een formele wet mogen doen. Die moet bovendien een legitiem doel dienen. Dat doel moet ook echt ‘noodzakelijk zijn in een democratische samenleving’. Dit ter beoordeling van de Straatsburgse rechters. Haatzaaien en zeker tot geweld oproepen mag van Straatsburg worden verboden.

Grappig genoeg won de Britse regering destijds de Handyside-zaak. Het Hof formuleerde weliswaar een nieuwe maatstaf, maar constateerde tegelijk dat de Britten daarbinnen waren gebleven. Dat is typerend voor de Europese jurisprudentie. Lidstaten hebben een eigen, vaak vrij forse ‘marge van beoordeling’. Straatsburg wil niet geforceerd zelfbedachte Europese juridische normen voor gedrag opleggen. Maar lidstaten de ruimte geven met eigen regels om aan nationale culturele of sociale normen te voldoen. Dat leidt in de praktijk tot een tamelijk gevarieerde rechtspraak.