In de rij voor Charlie Hebdo nr. 1.178

Overgebleven redacteuren maakten ‘gewoon’ maar ook onwezenlijk nummer van satirisch weekblad.

Parijzenaars zijn vandaag massaal vroeg naar de kiosken gegaan om een exemplaar van de nieuwe Charlie Hebdo te bemachtigen, het eerste exemplaar na de terreuraanslag op het blad een week geleden.
Parijzenaars zijn vandaag massaal vroeg naar de kiosken gegaan om een exemplaar van de nieuwe Charlie Hebdo te bemachtigen, het eerste exemplaar na de terreuraanslag op het blad een week geleden. Foto Getty Images

Het is niet ongezellig in de rij voor de kiosk bij het Place de la Sorbonne, hoewel niemand weet hoe laat hij opengaat. We vertellen elkaar hoe lang we al, dwalend van kiosk naar kiosk, door deze Parijse wijk op zoek zijn naar het vandaag verschijnende nummer 1178 van Charlie Hebdo, het eerste na de aanslag – in mijn geval sinds half zeven vanochtend. Want dat nummer moge dan deze week in een oplage van vijf miljoen verschijnen, die worden niet allemaal tegelijk gedrukt en verspreid. Overal een bordje: morgen weer proberen.

Onze laatste hoop is dat deze straks met verse voorraad bladen opengaat. En inderdaad: om half negen, met dertig exemplaren – niet voldoende voor de honderden die er staan, maar wel voor de hardnekkigen zoals ik, steeds verder naar voren opgeschoven omdat mensen voor ons naar werk of school moesten.

De resterende redactieleden die tussen vrijdag en maandagavond nummer 1178 hebben vervaardigd, verklaarden steeds nadrukkelijk dat het een ‘gewoon nummer’ werd, geen plechtige herdenking. „Charlie vecht tegen elke symbolische benadering”, legt tekenaar Renald Luzier (‘Luz’) vandaag uit op de site van het weekblad Les Inrockuptibles. Geen vredesduiven, geen ten hemel opstijgende cartoonisten. En vooral geen verbondenheid met religieuze en politieke krachten die ook ‘je suis Charlie’ waren, terwijl ze eerder niets moesten hebben van de scabreus-seksuele en blasfemische trant van het weekblad. De Nederlandse tekenaar Willem zet op de laatste pagina wat „nieuwe vrienden” te kijk: een paus, een ayatollah en een metropoliet. Allen met een bordje om hun nek.

Elders moet tekenaar Plantu van Le Monde het ontgelden, die Charlie’s benadering van humor te ver vindt gaan. Diens bordje: ‘Je suis Charlie, mais....”.

Ook wie vandaag geen exemplaar heeft bemachtigd, heeft in de media inmiddels de voorplaat gezien. De cartoon van Luz toont de profeet Mohammed, die een traantje plengt en het bekende bordje omhoog houdt, onder de kop ‘Alles is vergeven’. Verder komen Allah en zijn profeet er genadiglijk van af in dit nummer. Wel zijn er talrijke grappen over jihadisten: een baardig groepje geweldenaren neemt zich voor Charlie Hebdo te sparen, omdat die rotzakken anders in het paradijs alle maagden wegkapen; de IS-leider doet kond van het plan vier miljoen vrouwen te besnijden en zoekt daarvoor vrijwilligsters in het buitenland. Het christendom is niet vergeten, in de persoon van de paus en moeder Teresa. En de politiek natuurlijk: een tekening laat president Hollande en andere politici zien onder het opschrift „clownsfamilie gedecimeerd, tien overlevenden”.

Als dit inderdaad een gewoon nummer was, zou je zeggen: ik heb ze wel eens leuker bezig gezien. Met name de geschreven bijdragen, waarin pathos en verdriet worden vermeden ten gunste van een luchtige toon en grappige herinneringen aan de overledenen, maken soms een onwezenlijke indruk. In zekere zin is dat ook „gewoon”: het noodlijdende blad kon de voorbije jaren niet in de schaduw staan van zijn alter ego in de jaren 70, toen het bespotten van autoriteit spannender aanvoelde, en de tijden over het algemeen misschien grappiger waren. De oplage was niet voor niets door de jaren heen gedaald van 250.000 toen tot ongeveer 60.000. Massale sympathie, een miljoen euro staatssteun en deze enorme eenmalige oplage kunnen hopelijk mede voorkomen, dat het gezagsondermijnend lachen Frankrijk definitief is vergaan.