Opinie

Hoort deze kunst in een gemeentehuis?

De schilderijen in een spreekkamer op het gemeentehuis van Geldermalsen dateren uit de jaren vijftig, toen Jan van Anrooy (1901-1988) een om zijn kunst en persoonlijke charme gewaardeerd ingezetene van het thans tot Geldermalsen behorende dorp Rumpt was. We zien de feestelijke terugkeer van een Nederlandse soldaat uit Indië, eenscheepje op de Linge.

Er hangen in totaal veertien schilderijen van Van Anrooy in het gemeentehuis, tot in de kamer van de burgemeester aan toe, vertelt gemeenteambtenaar Co van Leeuwen. De naoorlogse burgemeester van Deil, waaronder Rumpt viel en dat in Geldermalsen is opgegaan, was niet te beroerd om in ruil voor schilderijen de plaatselijke bohémien, die een enorm drankprobleem had, af en toe de helpende hand toe te steken.

Het is een prettig bezit voor de gemeente: met de jaren is Van Anrooy als dé schilder van de Betuwe gaan gelden, en de doeken stijgen gestaag in waarde. De gemeente reageerde derhalve uitgesproken kregelig toen de uitgever Reinjan Mulder begin vorig jaar deze idylle ruw verstoorde. Hij is de zoon van de schilder Piet Mulder (1919-2001), die eveneens in de Betuwe woonde en werkte. Mulder jr. wist niet wat hij zag op het gemeentehuis. Wisten ze in Geldermalsen dan niet, of niet meer, dat Van Anrooy enorm fout was in de oorlog? Hoort zulke kunst in de kamer van een democratische burgemeester ? Mulder waarschuwde een bevriende journalist. Een rel was geboren.

Het college van B en W gooide meteen de kop in de wind: het werk dateert niet uit de nazitijd en behelst geen bedenkelijke onderwerpen. Het kan blijven hangen. Na dat besluit kreeg gemeenteambtenaar Van Leeuwen de opdracht om bij het NIOD en het Nationaal Archief uit te zoeken hoe het nu precies zat met Van Anrooy. Transparantie is een democratische kernwaarde.

Diens rapport Jan van Anrooy. Schets van een schilder verscheen in de herfst – vrij discreet, maar wie erom vraagt, stuurt de gemeente het grif toe. Wel vrij onthutsende lectuur. Door goede contacten met NSB-leider Mussert en de Duitse bezetter bracht Van Anrooy het tot vooraanstaand ambtenaar bij het (foute) ministerie van Volksvoorlichting en Kunsten en de Kultuurkamer, buitengewoon prominent bij de zuivering van het kunstleven van on-Nederlandse en on-arische schilders. Ook poogde hij (vergeefs) via contacten bij de Sicherheitsdienst (SD) een huis van weggevoerde joden in bezit te krijgen. In 1948 werd hij voor dat alles tot drie jaar veroordeeld, maar die straf is niet ten uitvoer gelegd.

Het aardigste wat er over zijn gedrag in de oorlog op te merken is, is dat hij ook toen al een ernstig drankprobleem had. Zelfs in de bezettingsjaren was er een grens aan het aantal malen dat een prominente collaborateur laveloos bedreigingen kon uiten. Herhaald wangedrag maakte in 1942 een eind aan zijn ambtelijke carrière. De NSB royeerde hem.

Een opportunist zonder enig moreel besef, is Van Leeuwens conclusie. Mulder houdt het eerder op een ideologisch bevlogen Nederlandse nazi. Maakt niet uit: hij blijft hangen.