Geen iPhone kopen, maar zélf maken

Wat San Francisco is voor appmakers, is New York voor uitvinders, kunstenaars en andere ambachtslieden. Nederland volgt voorzichtig.

Wool&Prince maakt kleding van lichte wol die je niet hoeft te stomen.
Wool&Prince maakt kleding van lichte wol die je niet hoeft te stomen.

Start-ups die software ontwikkelen gaan naar Silicon Valley. Voor medische technologie moeten zij in Boston zijn. Maar creatievelingen die weten hoe ze met een schroevendraaier, een condensator of naald en draad om moeten gaan, vestigen zich in New York.

De stad is het middelpunt van de Amerikaanse maker movement, een wereldwijde gemeenschap van doe-het- zelvers: uitvinders, ingenieurs, kunstenaars en andere ambachtslieden die hun eigen gadgets en andere gebruiksvoorwerpen produceren. De kennis en vaardigheden die zij opdoen worden open source gedeeld.

Chris Anderson, oud-hoofdredacteur van technologiemagazine Wired bestempelt de maker movement als de nieuwe industriële revolutie: nu overheerst massaproductie, maar in de toekomst hebben consumenten zelf de macht om producten te maken in hun eigen huis. Steeds goedkopere gereedschappen zoals 3D-printers – voor een kleine zevenhonderd euro te bestellen via bol.com – en lasers maken zelf produceren gemakkelijker zonder dat veel technische kennis of vaardigheden nodig zijn.

Oorbellen uit de printer

De leden van deze creatieve beweging doen dit al, als hobby of in hun eigen startups. Hun missie is ook om het grote publiek te informeren zodat consumenten binnenkort geen dure telefoons van Apple of Samsung meer hoeven kopen, maar ze zelf kunnen bouwen. Dat ze oorbellen of ringen niet bij de H&M vandaan halen, maar met een druk op de knop laten rollen uit de 3D-printer naast hun pc.

De maker movement is zeker niet gebonden aan New York, in de hele wereld komt deze op. Ook in Nederland groeide de beweging het afgelopen decennium sterk. Creatievelingen met twee rechterhanden zijn te vinden in een van de tientallen ‘fabrication laboratories’ - ofwel Fablabs - in steden als Enschede, Leeuwarden of Den Haag. De populariteit van makers in Nederland stijgt. Op de Groninger Maker Faire of het Amsterdam Maker Festival komen duizenden mensen af.

In New York bloeit de maker movement al sinds de jaren negentig, schreef Fortune al eerder. Dat klinkt ook door in het onderwijs. Naar verwachting bezit 90 procent van de middelbare scholen in de stad komend schooljaar minstens één 3D-printer. Scholieren leren zo om te gaan met nieuwe technologische middelen die het mogelijk maken zelf gebruiksvoorwerpen te ontwerpen en bouwen. Het feit dat de maker movement het in New York zo goed doet, ligt volgens de aanhangers aan de aard van de stad. In de stad botsen de mondiale mode- en voedselindustrie, de financiële sector, de architectuur- en kunstwereld met elkaar. Dat is misschien wel de grootste kracht achter de maker movement in New York.