Een week na het nieuws – en dan?

Elsevier, De Groene en Vrij Nederland geven eigen visie op het nieuws over de aanslagen in Parijs.

Illustratie bij artikel in De Groene deze week: De eerste karikatuur en wellicht de oudste bestaande afbeelding van deprofeet Mohammed, getekend in de marge van een Latijnse vertaling van de Koran, 1162
Illustratie bij artikel in De Groene deze week: De eerste karikatuur en wellicht de oudste bestaande afbeelding van deprofeet Mohammed, getekend in de marge van een Latijnse vertaling van de Koran, 1162

‘Het voelde alsof ik was aangeschoven bij een gezin dat net te horen had gekregen dat een kind is overleden.” VN-redacteur Mischa Cohen zat afgelopen vrijdag nogal ongemakkelijk bij de eerste redactievergadering van Charlie Hebdo in Parijs na de aanslagen van vorige week. Samen met de Nederlandse tekenaar Willem (Bernhard Holtrop), vanaf de oprichting betrokken bij Charlie, bezocht Cohen de burelen van het dagblad Libération waar op 9 januari de eerste redactievergadering met de overlevenden van het satirische weekblad plaatsvond. „Een zeer emotionele gebeurtenis”, vertelt Cohen op de Amsterdamse redactie van Vrij Nederland. „Omdat ik met Willem was, die ook voor Libération tekent, werden we via de kelder van het krantengebouw naar de achtste verdieping geloodst. Daar mochten we, samen met de resterende journalisten van Charlie, in de grote vergaderzaal plaatsnemen. Op het moment dat de vergadering begon, moesten de verslaggevers van The New York Times en Le Monde vertrekken, maar omdat ik met Willem was, kon ik als enige blijven zitten.”

Zijn ervaring van die dag heeft Cohen uitgebreid beschreven in Vrij Nederland. Het blad, dat vandaag uitkomt, staat deze week geheel in het teken van de aanslagen in Parijs. „Toen het nieuws over Charlie Hebdo vorige week woensdag bekend werd, hebben we online meteen een aantal stukken geplaatst”, zegt VN-hoofdredacteur Frits van Exter. Op donderdag besloot de redactie, tijdens een extra vergadering, om het gehele blad te wijden aan de gebeurtenissen in Frankrijk. „Charlie Hebdo is ook een weekblad, dan voel je je toch wel uitgedaagd om iets bijzonders te doen”, aldus Van Exter. De meeste ideeën voor de special werden in de loop van die dag uitgezet. Om met een ‘bredere blik’ naar de gebeurtenissen te kijken werd onder meer gekozen voor een interview met PvdA-kamerlid en moslim Ahmed Marcouch als ‘ervaringsdeskundige over radicalisering’, een reportage over Jihadi-veteranen die terugkeren naar hun thuisland en een interview met rapper Appa over islamofobie. „Als statement hebben we het hele blad laten illustreren door onze tekenaars, de Israëlische illustrator Noma Bar heeft de cover gemaakt. Het zijn geen provocerende tekeningen van de profeet in zijn blote billen geworden, maar Mohammed zie je wel hier en daar terugkomen.”

Ook De Groene Amsterdammer publiceert deze week afbeeldingen van Mohammed bij onder meer een stuk over ‘Het gezicht van de profeet’. Hierin wordt in een historische analyse het afbeeldingenverbod in de islam onderzocht. Bij dit artikel staat de eerste karikatuur van Mohammed uit de 12e eeuw en een foto van een Arabische jongen rond 1905 die destijds voor miljoenen sjiitische moslims hét gezicht van de profeet verbeeldde. „Kort na de aanslag hebben we van onze tekenaars ook een reeks cartoons op onze site gezet”, zegt hoofdredacteur Xandra Schutte.

De slechte berichten uit Parijs kwamen woensdagmiddag binnen tijdens de redactievergadering van De Groene. „Dat was natuurlijk een grote schok. Daarna zijn we snel gaan bedenken wat wij nog zouden kunnen toevoegen aan het nieuws van de dagbladen.” Schutte pakte meteen de telefoon voor een grote reportage uit Parijs van correspondent Marijn Kruk. In de dagen erna zette ze stukken uit over de speciale positie van de moslimgemeenschap in Frankrijk in relatie tot de Algerijnse bevrijdingsoorlog en over Charlie Hebdo. „We wilden geen portretjes van de vermoorde redactieleden, maar vooral een stuk over de intellectuele traditie van Charlie sinds de oprichting”, aldus Schutte.

Dat De Groene pas een week na de aanslagen verschijnt, vindt ze geen probleem. „Als weekblad hebben wij het voordeel te kunnen reflecteren nadat de eerste emoties zijn gezakt. De moorden zijn vreselijk, maar daarna kunnen we rustig kijken naar de gevolgen van deze aanslag. Dat doen kranten uiteraard ook, maar bij een weekblad heb je meer tijd.”

René van Rijckevorsel, plaatsvervangend hoofdredacteur bij Elsevier, vond het wel moeilijk dat zijn blad niet meteen kon publiceren over de aanslag. „Wij komen op woensdag uit, de abonnee krijgt Elsevier op donderdag, en we hadden net een prachtig nummer gemaakt over olie. Maar ja, wie wil in het weekend nog iets over dat onderwerp lezen?”

Wel wist het weekblad de afgelopen week op de website een groot deel van de actualiteit op te vangen. „Daar was ik wel tevreden mee”, zegt Van Rijckevorsel. „Onze internetredactie heeft meteen een live blog opgezet met het laatste nieuws uit Frankrijk en (rechtsgeleerde, red.) Afshin Ellian had ook snel een stuk klaar. Maar voor de nieuwe editie moesten we dus iets verzinnen dat, ruim een week na de aanslagen, toch interessant is om te lezen.”

Uiteindelijk viel de keuze op onder meer een verhaal over de opkomst van de politieke islam door arabist Leo Kwarten, een opiniestuk van redacteur Gerry van der List over ‘beschaafd omgaan met een intolerante minderheid in Europa’ en een artikel van redacteur Eric Vrijsen over ‘Den Haag na Parijs’. „Deze artikelen staan op de eerste 14 pagina’s, in de rest van het blad hebben we het over andere kwesties. We wijden het weekblad Elsevier nooit aan slechts één onderwerp.”