Een massagijzeling in Mali

Hoe islamitische radicalen een legendarische woestijnstad innemen en langzaam wurgen, daar gaat Timbuktu over.

Afgelopen zondag liep Ibrahim Boubacar Keïta, de president van Mali, schouder aan schouder met zijn ambtsgenoot Hollande door de straten van Parijs. Hij had liever met de Fransen een andersoortige verjaardag gevierd, liet Keïta na de demonstratie de pers weten. Twee jaar eerder werd het noorden van Mali door een Frans-Malinese militaire ingreep verlost van de moslimextremisten van Ansar Dine.

Over het lijden van de lokale bevolking onder de bezetting in 2012, maakte regisseur Abderrahmane Sissako (Mauretanië, 1961) Timbuktu. Het verhaal is opgebouwd rond de terdoodveroordeling van Kidane, herder van beroep, en trotse vader. De Oscar-genomineerde film die wordt getoond tijdens het IFFR is brandend actueel. Hij illustreert hoe een extremistische minderheid met geweld haar interpretatie van een geloof oplegt, maar levert ook kritiek op Europa. Want terwijl er in de straten van Parijs massaal werd gerouwd om de slachtoffers van de gruwelijke aanslagen in Frankrijk, klinkt de Europese verontwaardiging over bijvoorbeeld het bloedbad dat afgelopen week werd aangericht door terreurgroep Boko Haram, minder luid.

Fictiefilms over de worsteling van lokale bevolking met extremistische geloofsgenoten zijn volgens Rosh Abdelfatah van het Rotterdamse Arab Camera Festival niet nieuw. „Al onder Mubarak verschenen er in Egypte talrijke films die verschillende aspecten belichten. Ook in andere landen zoals Algerije en Marokko zoomen de laatste decennia filmmakers in op de islamisering van hun samenleving, met als bekende voorbeelden Les chevaux de Dieu (2012) van Nabil Ayouch en Les Mécréants (2012) van Mohcine Besri.” In andere delen van Afrika lijken filmmakers er minder mee bezig, maar daar worden vaak simpelweg minder films gemaakt. „Films zijn geen politieke prioriteit in Mali”, vertelt Sissako bij een bezoek aan België, eind november.

Sissako gaat in tegenstelling tot bijvoorbeeld Ayouch niet in op het radicaliseringproces van de onderdrukkers, maar maakt hen wel menselijk. Ze worden verliefd, kritiseren elkaars belabberde Arabisch en knoeien bij het maken van wervende filmpjes. „Je bent niet geconcentreerd”, berispt een oudere jihadist een jongeling die te veel wiebelt terwijl hij voor de camera getuigt hoe hij muziek heeft afgezworen. „We maken geen rapvideo, man, het gaat hier over religie!” Ondertussen valt de spot uit die voor glamoureuze verlichting moet zorgen, waardoor het tafereel iets knulligs krijgt.

Sissako, zelf moslim, benadrukt de contradicties in het gedrag van de bezetters: „Ze verbieden mensen te zingen, maar roken zelf. Deze mensen zijn niet religieus, maar bedienen zich van religie. Gelovigen doden geen andere gelovigen op de wijze waarop zij dat doen.” Ze gijzelen volgens hem niet enkel mensen, maar ook een visie op de islam, de islam die andere gebruiken en geloven aanvaardt en tolereert.

Maar de regisseur, die zelf opgroeide in Mali, legt vooral de nadruk op de vergeten slachtoffers en op het stille, geweldloze verzet van de lokale bevolking. In scènes die baden in een okergele gloed, toont Sissako jonge mannen die voetballen zonder bal omdat spel verboden is. En een jonge zangeres die luid zingt terwijl ze zweepslagen krijgt, want dan mag je schreeuwen.

De aanleiding om Timbuktu te maken was een kort stukje in een Franse krant over de steniging van een Malinees koppel door de extremisten. Sissako: „Ik was geraakt door de feiten, maar nog meer door de onverschilligheid van de media ten opzichte van het nieuws. De voorpagina ging die dag over het nieuwe model van een smartphone. In veel kranten was de steniging hoogstens een klein bericht.”

„Als een Fransman of Italiaan wordt gegijzeld, telt men de dagen”, vervolgt de regisseur. „Maar ondertussen vergeet men dat in die regio talrijke andere mensen worden gegijzeld. Zij mogen vrij rondlopen, maar iemand legt hen een manier van leven en kleden op, het verbod om te zingen en te spelen. Ze zijn ook gegijzeld.”

Van dit soort menselijke tragedies wil de regisseur buitenlanders bewuster maken: „Ik was ook geschokt door de daden van Breivik in Noorwegen, maar kan daar geen film over maken, ik ken de situatie onvoldoende. Maar ik herkende wel de moed van vrouwen tijden de bezetting van Timbuktu. Zoiets moet ik tonen.”