Een feest voor binge-watchers

Even grappig als verwarrend. Dat de tv-serie annex als televisieserie vermomde, speelfilm P’tit Quinquin van Bruno Dumont vorig jaar een van de ‘geheimtips’ van Cannes was. Het is even een zit, maar aan de andere kant is 200 minuten een peulenschil voor de hedendaagse ‘binge-watcher’. Bovendien moet je, zoals bij zoveel ‘slow television’, even in het ritme van deze subversieve politieserie komen. Dan is deze bioscooprelease voorafgaand aan de dvd beslist een geschenk. Want ook visueel deed Dumont geen concessies: zijn totaalshots werken het best op een filmdoek.

Je zou P’tit Quinquin kunnen omschrijven als een geperverteerde variant op de politiekomedies van Louis de Funès en het manische absurdisme van Peter Sellers als inspecteur Clouseau. Dumont neemt ons mee naar zijn geliefde Noord-Franse Opaalkust, in zijn film Hors Satan (2011) eerder al het toneel van bovennatuurlijke misdrijven. Daar moet inspecteur Van der Weyden (vernoemd maar de Vlaamse primitieve schilder door wie Dumont zich liet inspireren) een reeks mysterieuze moorden proberen op te lossen, die gemodelleerd lijken op La bête humaine van Emile Zola. Van der Weyden is een soort Groucho Marx met Tourette: de zenuwtics waar acteur Bernard Pruvost ons op trakteert werken nu eens als slapstick en zijn dan weer ondraaglijk. De kleine Quinquin, een dorpsjongetje dat het achterlijke maar oh zo geslepen broertje kan zijn van Freddy uit Dumont's debuutfilm La vie de Jésus (1997), is zijn nemesis. Met zijn vriendjes en vriendinnetje is hij de echte koning van de racistische en seksueel gefrustreerde gemeenschap.

Het boertige, de waanzin, het sensationele en de hogere kunst gaan best samen in het werk van Bruno Dumont, al ligt de sympathie van de als filosoof geschoolde filmmaker bij de klei waaruit hij zijn personages boetseert. Zoals gebruikelijk castte hij ook voor P’tit Quinquin weer locals, bij voorkeur mensen die door een tic, een handicap, een eigenaardigheid ontsnappen aan het gebruikelijke schoonheidsideaal. In P’tit Quinquin is er met iedereen wel iets aan de hand. Mogen we erom lachen? De schoonheid zien? Wie sluit wie uit met zijn normen en waarden?

Het zijn existentiële en zelfs politieke vragen, dat zijn we bij Dumont niet anders gewend. Maar door hun luchtigheid voeren ze zelden de boventoon. Het lijkt alsof Dumont de ethische kwesties die in al zijn films een hoofdrol spelen, nu eens bewust van hun groteske kant wilde tonen.