Angelsaksische satire draait meer om zelfspot

De vrijheid van meningsuiting is in deze landen heilig. Bespotten mag dus. Maar niet zonder de sociale plicht om niet té ver te gaan.

Met een stalen gezicht beschreef de BBC-correspondent in Parijs gisterochtend de jongste voorpagina van Charlie Hebdo: „En dan loopt er een traan over Mohammeds gezicht.” De cover zelf werd niet getoond – dat gebeurde alleen ’s avonds laat voorzichtig in Newsnight. Zoals als vorige week ook in vrijwel geen enkel Brits of Amerikaans medium cartoons van het Franse blad werden gepubliceerd.

The New York Times bijvoorbeeld plaatste ze niet „om rekening te houden met de gevoeligheden van lezers, zeker de islamitische”, The Guardian en The Independent deden het online wel, maar de verhalen werden voorafgegaan door een waarschuwing: „Dit artikel toont een beeld van het tijdschrift dat sommigen beledigend kunnen vinden.” Lezers moest helemaal naar beneden scrollen voor het plaatje.

Deze koudwatervrees in de Angelsaksische media heeft een reden. Ook de Britten en de Amerikanen beschouwen vrijheid van meningsuiting als heilig en bespotten mag. Maar, zeggen ze er meestal snel bij, niet zonder de sociale plicht om niet té ver te gaan. Vrijheid van meningsuiting is geen absoluut recht zonder plichten.

In het Verenigd Koninkrijk zijn „schofferende woorden of gedrag” bovendien strafbaar, en pas sinds 2008 is blasfemie toegestaan. In de VS bestaan geen blasfemiewetten, maar zijn media uiterst voorzichtig met beledigen.

Het leidt tot omzichtigheid. Een blanke Amerikaan zal niet snel een grap over een zwarte Amerikaan maken, of vice versa. Een Brit zal het instituut kerk misschien wel bespotten, maar niet het geloof. „Ik houd in mijn achterhoofd wat lezers zullen tolereren. Er zijn goede redenen waarom kranten niet alles publiceren”, zei Martin Rowson, cartoonist van The Guardian en voorzitter van de British Cartoonist Association, in het BBC-programma Newsnight.

In 2005 waren het alleen studentenkranten in Illinois en Wales, en aan Harvard die de Mohammed-cartoon van Jyllands-Posten publiceerden.

Zelfspot en kritiek op de elite

Angelsaksische satire draait veel meer om zelfspot dan om het belachelijk maken van andere groepen. Om de eigen zwaktes en hypocrisie. The New Yorker, een elitair tijdschrift dat toonaangevende cartoons plaatst, neemt vooral de elite op de hak. Het blad plaatst de cartoons van Charlie Hebdo niet. „Ik houd niet van de cartoons van Charlie Hebdo”, zei cartooneditor Bob Mankoff van het blad. „De meeste zijn obsceen, vulgair, vaak gewoon dom.” Toch nam hij het op voor de harde satire van het blad, omdat humor volgens hem „de kanarie in de kolenmijn” is. Misschien, zei Mankoff, is Amerika op termijn klaar voor een eigen versie van Charlie Hebdo.

Beroemdheden, politici, de monarchie en andere vermeende machthebbers mogen eveneens hard – maar vooral met humor – worden aangepakt. Zie Jon Stewarts Daily Show, het Britse blad Private Eye of in het verleden Spitting Image.

„Wat je je met beoogde satire moet afvragen is: als je de machtigen aanvalt, beurt dat machtelozen op? Die dynamiek is er niet met islamitische terroristen. Zij zijn niet aan de macht in onze maatschappij, en de machtelozen voelen zich niet beter als hun geloof wordt bespot”, zei de satiricus Will Self in Newsnight.

De maatschappelijke reactie in beide landen op ‘Parijs’ was kenmerkend. In het Verenigd Koninkrijk ging het debat nauwelijks over grenzen van de vrijheid van meningsuiting, wel over de vraag of dergelijke aanslagen voorkomen konden worden, bijvoorbeeld door de inlichtingendiensten meer bevoegdheden te geven. Londen kampt net als andere Europese landen met geradicaliseerde, op eigen bodem opgegroeide moslims, die in 2005 en 2013 aanslagen pleegden. Naar schatting 500 van hen zijn in Syrië.

Amerikanen zien de gebeurtenissen in Parijs vooral als een Europees probleem. Niet dat Charlie Hebdo de aanslag had uitgelokt, maar Amerikanen zijn ervan overtuigd dat een dergelijke aanslag in het prudente Amerika minder snel kan gebeuren.

De website Vox noemde Charlie Hebdo „de westerse samenleving op zijn best en op zijn slechtst”. „Het doelwit van Charlie Hebdo’s denigrerende humor zijn de zwakkeren in de samenleving, de islamitische en niet-blanke minderheden.”

Dit verklaart deels de afwezigheid van president Obama of een ander hooggeplaatst figuur bij de Parijse mars afgelopen zondag. Terwijl wereldleiders gearmd naast de Franse president liepen, stuurde Washington alleen de ambassadeur. „Je liet de wereld in de steek”, kopte de tabloid New York Daily News maandag.

Obama veroordeelde de aanslag op Charlie Hebdo wel en het Witte Huis benadrukte dat in februari een (steeds uitgestelde) terreurconferentie wordt georganiseerd. Maar het vermeed stellingname over de vrijheid van meningsuiting, en houdt afstand van Hollande.