Wie overgaat tot geweld is een extremist. Zijn we het daarover eens?

Steeds meer moskeeën organiseren bijeenkomsten tegen radicalisering. De vraag die afgelopen weekend centraal stond bij die gesprekken: „Wat kunnen wij leren van wat er in Frankrijk is gebeurd?”

foto robin utrecht

Het laatste gebed van de dag is al een half uur voorbij, maar de Ar Rayaan-moskee is nog gevuld. Vijfentwintig mannen lopen druk heen en weer naar het leslokaal van de moskee, om er tafels en stoelen neer te zetten. Als een grote zilveren theepot binnen wordt gebracht, wordt het stil. „We gaan beginnen”, zegt Ali (die niet met zijn achternaam in de krant wil). „Wat kunnen wij leren van wat er in Frankrijk is gebeurd?”

Iedere week wordt er gediscussieerd in Ar Rayaan, een moskee gevestigd in een laag noodgebouw aan een brede autoweg in Amsterdam-Noord. Jongere en oudere moskeegangers praten over actuele onderwerpen. De laatste maanden gaan de bijeenkomsten vaak over radicalisering. Zo ook afgelopen zaterdag.

„Respect voor de profeet vind ik belangrijker dan de vrijheid van meningsuiting”, zegt een twintiger met een zwarte, pluizige baard en een groen winterjack aan. „Je moet de ander niet gaan beledigen.” Ali schudt zijn hoofd. „Wat zeg jij nou? Respect gaat vóór de vrijheid van meningsuiting? Dat kan niet. Als iets gezegd wordt wat jij niet leuk vindt, loop je toch gewoon weg?”

Prikkelen, uitdagen, het is precies de bedoeling van deze sessies. De 39-jarige Ali, wiskundedocent en bestuurder bij Ar Rayaan, probeert bezoekers te laten nadenken over geloofskwesties. Vandaag zijn dat de aanslagen in Parijs, vorige week trainde Ali moskeegangers hoe ze kunnen omgaan met radicale jongeren. Hij speelde een jongen die wilde vertrekken naar het kalifaat in Syrië, de moskeegangers moesten hem overtuigen niet te gaan.

In stilte pakken moskeeën hun verantwoordelijkheid op

Hoe kan moslimextremisme worden bestreden? Dat is de vraag na de aanslagen van vorige week in Parijs, en het was ook al een vraag sinds Nederlandse jongeren op jihad gaan naar Syrië en Irak. Moskeeën kregen veel kritiek omdat ze volgens sommige opinieleiders te weinig zouden doen tegen radicalisering.

Dat is aan het veranderen. In stilte pakken moskeeën hun verantwoordelijkheid op, blijkt uit een rondgang langs verschillende islamitische organisaties. In steeds meer gebedshuizen wordt gepraat over radicalisering, zeggen het Contactorgaan Moslims en Overheid, de Raad van Marokkaanse Moskeeën en het ministerie van Sociale Zaken.

„Steeds vaker zien wij bijeenkomsten in moskeeën om het thema radicalisering bespreekbaar te maken”, aldus een woordvoerder van Lodewijk Asscher (PvdA), vicepremier en minister van Sociale Zaken. „Wij hebben de indruk dat inmiddels het overgrote deel van de moskeeën hiermee bezig is.” Voorbeelden van anti-radicaliseringsprojecten zijn er onder meer in Amsterdam, Rotterdam, Limburg en Brabant, waar in moskeeën gesproken wordt over Syriëgangers of vertrouwenspersonen les krijgen over hoe zij met radicale jongeren kunnen discussiëren.

De kernvraag: wanneer ben je radicaal en wanneer ben je een extremist?

Moskeeën zijn zich bewust geworden van het gevaar van extremisten, zegt Habib el Kaddouri van het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN) dat onlangs een hulplijn lanceerde voor ouders van Syriëgangers. „Er is een verschuiving opgetreden van het ontkennen van problemen naar verantwoordelijkheid nemen om jongeren te weerhouden van een drama”, zegt hij. „Was er eerst nog sympathie voor jongeren die wilden strijden in Syrië, nu wordt IS gezien als killing machine die zelfs haar eigen strijders liquideert als zij terug naar huis willen.”

In het leslokaal van de Ar Rayaan-moskee slaat een man met zijn theekop op tafel. „Niet door elkaar praten!” Sinds Ali de vraag heeft gesteld wanneer iemand precies radicaal is, vliegen de meningen over tafel. „Iedereen die andersdenkenden niet respecteert, is radicaal”, zegt iemand. „Nee”, zegt een ander, „je bent radicaal als je buiten de gematigdheid bent.” „Dus ik ben al radicaal als ik andere dingen vind dat de meerderheid?” werpt een ander tegen.

„Laten we het makkelijker maken”, zegt Ali. „Iedereen die overgaat tot geweld, is een extremist. Zijn we het daarover eens?” De mannen aan tafel knikken. Ali: „De profeet heeft ook aangegeven dat je altijd in het midden moet blijven en niet extreem moet worden.”

„Je mag afwijkende opvattingen hebben”, vat een jongen samen, „maar je moet ze anderen niet gaan opleggen met geweld.”

Helpen dit soort bijeenkomsten bij het voorkomen van radicalisering? Dat is onbekend; er zijn nauwelijks studies naar gedaan. „Maar op basis van ervaringen uit het verleden kun je wel zeggen dat ze enig effect hebben”, zegt radicaliseringsdeskundige Halim el-Madkouri.

Na de moord op Theo van Gogh in 2004 was er een opleving van verzet tegen extremisme binnen de moslimgemeenschap. Daarna nam de radicalisering af, zegt el-Madkouri. „Ook jihadisten willen draagvlak hebben binnen hun gemeenschap. Op het moment dat moslims duidelijk laten merken dat ze niet voor extremisme zijn en dat ze er alleen maar schade van ondervinden, worden die jihadisten zeker in hun beweging beperkt.”

Maar het blijft gevoelig. Is het hier dan een radicaliseringshaard?

Wel is het voor moskeeën een grote stap om radicalisering op de agenda te zetten, zegt El Kaddouri van SMN. Sommige besturen zijn huiverig het onderwerp binnen de moskee te bespreken, omdat ze niet willen dat hun moskee bekend staat als radicaliseringshaard.

Andere moskeeën vinden het thema te gevoelig liggen omdat er in hun moskee ouders komen van Syriëgangers. Deze ouders hebben soms het gevoel dat zij in hun gemeenschap met de nek worden aangekeken. Ze zijn bang dat andere moskeegangers hen zien als slechte opvoeders omdat hun zoon is geradicaliseerd. El Kaddouri: „Hier en daar geldt het als een schande als jouw kind naar Syrië is gereisd. Dat kan een reden zijn voor een moskee om het onderwerp te laten rusten.”

Het thema ‘jihad’ is een lastig gespreksonderwerp

In moskeeën heersen verschillende opvattingen over het principe ‘jihad’, merken ze in de Tilburgse El Feth-moskee. Een 16-jarig meisje uit die moskee probeerde onlangs naar Syrië te reizen. Naar aanleiding hiervan had de moskee een gastspreker uitgenodigd om uit te leggen wat de jihad precies betekent. Op het laatste moment besloot de gastspreker hiervan af te zien. Hij vond de jihad bij nader inzien een „te beladen” onderwerp.

„Het is een onderwerp waar men niet graag over praat”, zegt moskeewoordvoerder Abdelkader Barkane. „Je merkt dat iedereen er heel gesloten over is en zich niet altijd wil uiten.” Ondanks die gevoeligheid hield de moskee toch een bijeenkomst over radicalisering. Barkane merkte dat jongeren met dubbele gevoelens kijken naar de discussie over jihadgangers.

„Hoe kan het dat er jarenlang niet is opgetreden tegen dictator Assad, maar dat wanneer IS een aantal hulpverleners onthoofdt er opeens wel wordt opgetreden? En hoe kan het dat alléén IS wordt gebombardeerd maar dat Assad, de grote boosdoener, gewoon mag blijven zitten? Daar hebben mensen een heel gek gevoel bij.”

Barkane vindt het dan ook lastig jongeren te overtuigen. „Als het gaat om wereldpolitiek moet ik de jongeren gewoon gelijk geven. Dan zeg ik: ‘Sorry, ik kan niet uitleggen waarom we drie jaar niks doen en nu opeens wel bombarderen’.”

Ook in de moskee Sittard-Geleen liep een bijeenkomst over radicalisering uit op een discussie over wereldpolitiek. „Men vindt dat de internationale politiek de jeugd prikkelt om naar de wapens te grijpen”, vertelt moskeevoorzitter Bouchaib Saadane. „Ook het klimaat in Nederland wordt door verschillende mensen genoemd als oorzaak. Antisemitisme mag hier niet, maar de islam beledigen mag wel. Dan meet je ook met twee maten.”

Toch denken ze in de moskee Ar Rayaan dat dit soort bijeenkomsten bijdraagt aan het voorkomen van extremisme. „Het was een goed gesprek”, zegt een bezoeker in een bruine djellaba bij de uitgang van de moskee. „De gebeurtenissen in Frankrijk roepen veel emoties op. Als je in je eentje bent, kun je er negatief van worden. Het helpt om daar samen over te praten. Hier hoor je andere geluiden. Hier sta je samen.”