Opinie

Waarom is het nu bij AFM bijltjesdag?

Onder toezicht staan is geen lolletje. Zeker niet als dat publiek toezicht is, controle op jouw reilen en zeilen in politiek gevoelige segmenten van de samenleving, zoals de gezondheidszorg en de financiële wereld.

Je moet je als bestuurder voor van alles verantwoorden, terwijl je 120 procent overtuigd bent van je integriteit. Je moet talloze en regelmatige rapportageverplichtingen nakomen. Al die controles en mogelijke sancties op fouten botsen met je (commerciële) beleid. Altijd is er wel een misstand die nieuw of indringender toezicht vergt. De kosten daarvan worden op jou verhaald. Zelfrijzend bakmeel.

De klachten worden nog begrijpelijker als je het gekluns en geklungel ziet van de publieke toezichthouders op de geld- en de zorgwereld zelf. Bij de eerste is het ministerie van Financiën politiek verantwoordelijk, bij de ander het ministerie van Volksgezondheid.

De Nederlandse Zorgautoriteit, de NZa, bleek in het onderzoek na de zelfmoord van medewerker Arthur Gotlieb een pseudo-zelfstandige toezichthouder te zijn. Wel zelfstandig, maar als het ministerie iets anders wilde gebeurde dat. De Nederlandsche Bank (DNB) bleek in de onderzoeken naar de debacles in en na de kredietcrisis (DSB Bank, SNS Reaal) geen standvastige toezichthouder op de financiële positie en de continuïteit van banken.

Het meest in het oog springend nu is de AFM, de Autoriteit Financiële markten. De AFM controleert, kort gezegd, het gedrag en klantcommunicatie van financiële instellingen.

Gisteren publiceerde Het Financieele Dagblad een reconstructie van de desintegratie van de raad van toezicht van de AFM. Het ministerie van Financiën forceerde het vertrek van drie van de vijf leden, terwijl er ook al een vacature was ontstaan omdat de raad zelf vorig jaar kennelijk het mandaat van een vijfde lid niet wilde verlengen. En die vijfde, hoogleraar Henriëtte Prast (Universiteit Tilburg), had daarover geklaagd bij voorzitter George Möller van de raad van toezicht. Zij had het ook in haar afscheidsgesprek met het ministerie van Financiën aangekaart. Logisch.

Extra smakelijk is het ingrediënt dat zij de nevenfuncties van twee leden van de raad van toezicht bij beleggingsfondsen aan de orde had gesteld. Werd dat haar fataal? De sleutelzin in het artikel is de typering van de raad. „Er zaten drie 65-plussers uit de financiële sector in.”

De desintegratie laat zich lezen als controleurs die blind zijn voor het belangenconflict dat anderen wel zien in hun nevenfuncties en als het echec van een eenzijdig samengestelde controleraad.

Maar op politiek niveau leest de desintegratie als een afrekening door het ministerie. Het ministerie staat bekend om zijn wil en doortastendheid om de zaken naar zijn hand te zetten (‘Wij van Financiën’). Eerder dwarsboomde Financiën de herbenoening van Nout Wellink als president van DNB én de opvolger die Wellink zelf graag wilde.

Bij de AFM vroeg de raad van toezicht zelf om het onderzoek, dat de minister gebruikte om hen te lozen, terwijl die beslissing volgens het FD al genomen was vóór het onderzoek. Knap staaltje bureaucratische bijltjesdag.

De vraag is natuurlijk waarom de AFM een aparte raad van toezicht moet hebben. Wat voegt dat toe? Niks.

Laat de AFM op basis van wet en regels zijn werk doen. De minister is politiek verantwoordelijk. Bestuurders van AFM, DNB en NZa doen desgevraagd hun zegje in het parlement. Op hoorzittingen bijvoorbeeld. En in vrijheid om daar de minister te kritiseren.