Vliegen is nu natuurlijk... niet voordeliger?

De olieprijs daalt maar door, maar vliegtickets worden niet goedkoper. Waarom geven maatschappijen hun voordeel niet door aan de passagiers?

foto afp

Nee, vliegtickets worden voorlopig niet goedkoper dankzij de lage olieprijs. Het lijkt zo mooi: luchtvaartmaatschappijen zijn minder kwijt aan brandstof, en dat voordeel gebruiken ze om scherper te kunnen concurreren met lage tarieven voor reizigers.

IATA, de wereldwijde koepelorganisatie van luchtvaartmaatschappijen, was een paar weken geleden nog optimistisch. Passagiers zullen in 2015 gaan profiteren van de lage olieprijs en aantrekkende economieën, was de voorspelling op 10 december. De gemiddelde prijs van een retourticket gaat dalen met 5,1 procent, aldus IATA. Maar vooralsnog dalen de tarieven niet; op korte termijn zullen ze eerder stijgen. Luchtvaartmaatschappijen hebben daar meerdere verklaringen voor.

De olie was allang ingekocht

De belangrijkste verklaring is hedging. Luchtvaartmaatschappijen dekken zich in tegen prijsschommelingen door brandstof voor langere termijn in te kopen. Op korte termijn missen ze het nadeel van een prijsstijging, maar evengoed het voordeel van een prijsdaling.

Maatschappijen kiezen voor verschillende contracttermijnen, in de Europese luchtvaart is een termijn van twee jaar gangbaar. Ook het deel van het totale brandstofverbruik dat op termijn wordt ingekocht, verschilt per maatschappij.

De tweejaarlijkse contracttermijn van KLM loopt eind 2016 af. Ryanair laat weten dat de lage olieprijs het mogelijk heeft gemaakt om voor het hele jaar 2016 voor 90 procent van de brandstof een contract te sluiten, tegen een prijs van 93 dollar per vat. Ongunstig gezien de huidige prijs van minder dan 50 dollar, maar gunstig ten opzichte van de door koepelorganisatie IATA voorspelde gemiddelde prijs in 2015 van 99,9 dollar per vat. Ryanair verwacht een besparing van 7 procent per passagier, op termijn.

EasyJet koopt standaard voor het eerstvolgende jaar 65 tot 85 procent van de benodigde brandstof in, voor het jaar daarna 45 tot 65 procent. Tot oktober 2015 heeft het bedrijf al 80 procent van de brandstof ingekocht, voor de periode tot oktober 2016 al bijna 60 procent. Het grootste deel van kosten is dus ongevoelig voor de ontwikkelingen op de oliemarkt.

Geen buffers door crisis

Er zijn meer redenen waarom de lage olieprijs niet één op één doortikt in ticketprijzen, zegt een KLM-woordvoerder. De maatschappij koopt geen ruwe olie maar kerosine, de raffinage kost geld. En er zijn de valutawisselingen: de sterkere dollar compenseert de gedaalde olieprijs. Al met al, zegt KLM, wordt de ticketprijs bepaald door vraag (wat willen passagiers betalen?) en aanbod (wat bieden concurrerende maatschappijen?). „KLM zal op basis van ontwikkelingen de tarieven aanpassen.”

EasyJet kampt met een paradoxaal concurrentienadeel. Omdat de budgetmaatschappij al relatief efficiënt vliegt (relatief jonge vloot en zuinige motoren), betekent een lage olieprijs minder voordeel ten opzichte van de concurrentie.

Hans Heerkens, luchtvaartdeskundige aan de Universiteit Twente, bestrijdt dat luchtvaartmaatschappijen slapend rijk worden dankzij de lage olieprijs. „Natuurlijk hebben ze baat bij die lage prijs. Gemiddeld vormt brandstof zo’n 30 procent van de operationele kosten van een maatschappij. Maar hedging kost de sector geld; ze kopen zekerheid. Ze moeten dat wel doen. Speculeren kan alleen met een grote financiële buffer, en die is door de crisis bij veel maatschappijen verdwenen.”

Ook andere transportsectoren – wegvervoer, binnenvaart – profiteren beperkt van de lage olieprijs door termijninkoop. Op de weg is de dieselprijs minder gedaald dan de olieprijs. In de binnenvaart geldt behalve een basisprijs een gasolieclausule, waarin prijsschommelingen worden verdisconteerd. Maar, zegt de voorman van de schippers opgewekt, vervoer over water wordt goedkoper ten opzichte van vervoer over spoor.