Ook je nobele emoties kunnen gevaarlijk zijn

In het sombere scenario dat de Franse politicoloog Dominique Moïsi in 2008 schetste voor de wereld in 2025 had de angst voor de Ander gewonnen. Er waren nieuwe wereldwijde Middeleeuwen aangebroken, met aanslagen door terroristen (ook met biologische wapens), epidemieën in Afrika en meer geweld in het Midden-Oosten, waar verschillende landen over een kernwapen beschikten. Azië was vervuild en nationalistisch. Europa was verlamd, en al lang niet meer een diplomatieke speler van belang. De Europese Unie was mislukt. Het continent kampte met gebrek aan grondstoffen (energie) en geweld tegen migranten. Dat laatste heerste ook in de Verenigde Staten. Oekraïne – wat er nog van over was – lag aan de ketting bij Moskou.

Even for the record: Moïsi had ook een optimistisch scenario voor 2025. Daarin was er na onderhandelingen vrede in het Midden-Oosten, had Rusland gekozen voor het Westen en trok Europa nieuwe lidstaten en mensen aan, die het succesvol wist te integreren. De rechtsstaat, pluralisme en economisch succes hadden gewonnen van de Europese fascinatie met het eigen verval.

Moïsi dacht zelf dat geen van beide scenario’s helemaal uit zou komen. Het worst case scenario leek hem wel reëler.

Moïsi’s ‘Geopolitiek van de Emotie’ is een boekje om te herlezen, nu je tegelijkertijd moet nadenken over aanslagen in Parijs, oorlog in Syrië en Irak en de gewelddadige verbrokkeling van Oekraïne. Het is nuchtere lectuur in tijden van ebola en Pegida. En nuttig in de tijd dat de desintegratie van de Europese Unie weer op de agenda staat, gewoon omdat er binnenkort verkiezingen zijn in Griekenland en het Verenigd Koninkrijk .

Anno januari 2015 lijkt de wereld niet op de goede weg, en Europa evenmin. Er is twijfel aan de houdbaarheid van de euro, en het Europese onvermogen om een rol te spelen in het Midden-Oosten wordt steeds pijnlijker. Het dagblad Le Monde vroeg zich dit weekend af hoe iemand „ook maar een moment had kunnen denken” dat de conflicten in het Midden-Oosten Europa niet zouden raken.

Moïsi beschrijft wat emotie doet met (geo-)politiek. Het is een cruciale factor in de geglobaliseerde wereld, ook voor nationale politiek. Vorige zomer veranderde de Nederlandse relatie met Rusland door de schok na het neerschieten van de MH17 in Oekraïne, en de Russische reactie daarop.

Ook de vrijheid van meningsuiting is een emotioneel en geopolitiek onderwerp geworden. Niet alleen een grondrecht, begrensd door andere grondrechten, maar ook een kwestie van identiteit. Wat je over het recht om te kwetsen denkt, bepaalt wie bij wie hoort. Houd je niet van democratie, dan ga je maar weg. Die houding, verwoord door de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb, gaat niet alleen over de vraag of het verantwoord is radicalen naar Syrië te laten gaan. Het kondigt een nieuw soort realisme aan – of fatalisme: sommigen voelen zich misschien beter thuis in een samenleving die niet liberaal en pluriform is. En daarvan zijn er voorlopig genoeg.

Ook angst maakt het vrije woord een identiteitskwestie: wie niet durft te kwetsen, hoort er toch wat minder bij.

Tegelijk worden emoties meer internationaal gedeeld – zie het cortège van premiers en presidenten gisteren in Parijs. Maar zie ook, bijvoorbeeld, het antisemitisme en de crisis in de moslimwereld waar Europese landen op voor elkaar herkenbare wijze mee worstelen.

Volgens Dominique Moïsi is geen enkel scenario onafwendbaar. Kassandra’s zijn er niet om gelijk te krijgen – ze waarschuwen dat mensen hun lot in eigen hand hebben. Zijn scenario’s brengen in herinnering dat emotie een gevaarlijk politiek richtsnoer is, ook als het gaat over nobele zaken als de vrijheid van meningsuiting of het bestrijden van terreur.