Opinie

De ontbijttafel van de chef

Hoe gaat dat bij nieuws? Het kan je plannen volledig in de war sturen. Dat en nog wat andere dingen moet Hans Nijenhuis, chef van nrc.next, gedacht hebben toen vorige week een aanslag werd gepleegd in Parijs. Tot dat moment was zijn krant behoorlijk in het nieuws. Er werd in ieder geval behoorlijk over gepraat.

Aanleiding was een stuk van de Volkskrant over nrc.next dat op zijn verzoek ook was afgedrukt in nrc.next. Het was op z’n minst lef van Nijenhuis, want in het artikel mocht ‘marketingdeskundige’ Paul Disco het sprookje van nrc.next zonder onderbouwing – „als de oplage in dit tempo blijft dalen, zal het me niet verbazen als...”– uitblazen.

Ja, zo kom je er altijd uit, dacht ik. Met die stelling kon je bij bijna elke Nederlandse krant op visite om er de ondergang aan te kondigen.

Als-als-als.

Als ik vanaf nu elke dag een krat bier drink ben ik tegen die tijd alcoholist.

Wat het meest bleef hangen was het inkijkje dat Hans Nijenhuis gaf in zijn privéleven.

De staat van de krant werd teruggebracht naar een ontbijttafel in Den Haag, waar de vrouw van Hans Nijenhuis sinds enige tijd ’s morgens liever de Volkskrant dan nrc.next leest.

„En dat was vroeger anders”, zei Hans.

Het leidde tot scheve blikken over en weer.

Zij wilde meer nieuws en kreeg meer nieuws, of tenminste: Hans deed zijn best.

Wat zou ik daar graag een keer bij zijn op een ochtend. De krantenmaker – „Ik was al nrc.next voordat nrc.next bestond” – die met spanning in het lijf van de trap rent om te weten of hij zijn vrouw heeft kunnen verleiden.

Weer die teleurstelling.

„Ik vond de Volkskrant toch wat newsier.”

Over de kinderen Nijenhuis stond in dat hele artikel overigens geen woord, waardoor ik er maar van uitging dat die, net als andere pubers, helemaal geen krant meer lezen.

Met de meekijkende mevrouw Nijenhuis in het achterhoofd kwam de redactie van nrc.next de dag na het artikel met de meest aansprekende voorpagina van alle kranten, eentje met een spotprent uit Charlie Hebdo erop.

Dat was dan twee keer lef hebben in twee dagen, dan doe je als man toch echt je best.

Ik had de neiging om Hans te bellen.

„Wat vond ze ervan? Zat ze ’m te lezen? Vond ze het actueel genoeg?”

Ik deed het niet, misschien vond ze het niet kunnen en had ze er wat naars over gezegd.

Of het allerergste: dat ze die voorpagina typisch Rob Wijnberg vond.