Hoezo gaat de profeet vóór het vrije woord?

In steeds meer moskeeën wordt gesproken over radicalisering. „Wat kunnen we leren van Frankrijk?”

Het laatste gebed van de dag is al een half uur voorbij, maar de Ar Rayaan-moskee is nog vol; 25 mannen lopen druk heen en weer naar het leslokaal, om tafels en stoelen neer te zetten. Als een grote zilveren theepot wordt binnengebracht, wordt het stil. „Waar zullen we het over hebben? Frankrijk?”, vraagt Ali.

Elke week wordt gediscussieerd in Ar Rayaan, gevestigd in een laag noodgebouw in Amsterdam-Noord. Jongeren en ouderen praten over actuele onderwerpen; de laatste tijd vaak over radicalisering. Zo ook deze zaterdag.

„Wat kunnen wij leren van wat er in Frankrijk is gebeurd”, vraagt discussieleider Ali. De mannen vertellen één voor één wat hen dwars zit. Dat ze zich „overvallen” voelen door de aanslagen. Dat de daders geen goede moslims zijn. Maar dat spotprenten tekenen over de profeet Mohammed óók niet goed is. En al snel gaat het over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting. „Vrijheden kennen grenzen”, zegt een oudere man met een dikke wollen sjaal. „Voor een moslim is de grens het beledigen van de profeet. Provocaties zijn de grens.”

Hij krijgt bijval van een twintiger met pluizige baard: „Respect voor de profeet vind ik belangrijker dan vrijheid van meningsuiting. Je moet de ander niet gaan beledigen.”

Ali schudt zijn hoofd. „Wat zeg jij nou? Respect gaat vóór de vrijheid van meningsuiting? Dat kan niet. Als iets gezegd wordt wat jij niet leuk vindt, loop je toch gewoon weg?” De jongen: „Zonder respect kun je niet tot elkaar komen.” Ali: „We zouden het hebben over wat we kunnen léren van Frankrijk. Ik leer hier niks van.”

Prikkelen, uitdagen; het is precies de bedoeling van deze sessies. De 39-jarige Ali, wiskundedocent en bestuurder bij Ar Rayaan, probeert bezoekers te laten nadenken over geloofskwesties. Nu zijn dat de aanslagen in Parijs. Vorige week trainde Ali moskeegangers hoe om te gaan met radicale jongeren. Hij speelde een jongen die wilde vertrekken naar het kalifaat in Syrië, de moskeegangers moesten hem overtuigen niet te gaan. „Nu kunnen we tenminste iets verstandigs terugzeggen als we met zo’n jongere praten”, zeggen ze

Verantwoordelijkheden opgepakt

Hoe kan moslimextremisme worden bestreden? Dat was al de vraag sinds Nederlandse jongeren op jihad gaan naar Syrië en Irak. Moskeeën kregen veel kritiek omdat ze volgens sommige opinieleiders te weinig zouden doen tegen radicalisering. Dat is aan het veranderen. In stilte pakken moskeeën hun verantwoordelijkheid op, blijkt uit een rondgang langs islamitische organisaties. In steeds meer moskeeën wordt gepraat over radicalisering, zeggen Contactorgaan Moslims en Overheid, Raad van Marokkaanse Moskeeën en ministerie van Sociale Zaken (dat over integratie gaat). Voorbeelden van anti-radicaliseringsprojecten zijn er in vele plaatsen (zie inzet).

Moskeeën zijn zich bewust geworden van het gevaar van extremisten, zegt Habib el Kaddouri van het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN) dat onlangs een hulplijn lanceerde voor ouders van Syriëgangers. „Er is een verschuiving van het ontkennen van problemen naar verantwoordelijkheid nemen om jongeren te weerhouden van een drama”, zegt hij. „Was er eerst nog sympathie voor jongeren die wilden strijden in Syrië, nu wordt IS gezien als killing machine.”

‘Niet door elkaar praten!’

In het leslokaal van de Ar Rayaan-moskee slaat een man met zijn theekop op tafel. „Niet door elkaar praten!” Sinds Ali wilde weten wanneer precies iemand radicaal is, vliegen de meningen over tafel. „Iedereen die andersdenkenden niet respecteert, is radicaal”, zegt iemand. „Nee”, zegt een ander, „je bent radicaal als je buiten de gematigdheid bent.” „Laten we het makkelijker maken”, zegt Ali.„Iedereen die overgaat tot geweld, is een extremist. Zijn we het daar over eens?” De mannen aan tafel knikken. Ali: „De profeet heeft ook aangegeven dat je altijd in het midden moet blijven en niet extreem moet worden.”

Helpen zulke bijeenkomsten? Dat is onbekend; er zijn nauwelijks studies naar gedaan. „Maar op basis van ervaringen uit het verleden kun je wel zeggen dat ze enig effect hebben”, zegt radicaliseringsdeskundige Halim el-Madkouri. Na de moord op Theo van Gogh in 2004 leefde het verzet tegen extremisme op in de moslimgemeenschap. El-Madkouri: „Ook jihadisten willen draagvlak binnen hun gemeenschap. Op het moment dat moslims duidelijk laten merken dat ze niet voor extremisme zijn, worden jihadisten in hun beweging beperkt.”

Wel is het voor moskeeën een grote stap om radicalisering op de agenda te zetten, zegt El Kaddouri van SMN. Sommige besturen zijn huiverig, omdat ze niet willen dat hun moskee bekend staat als radicaliseringshaard. In andere moskeeën ligt het thema te gevoelig omdat daar ouders komen van Syriëgangers, en die hebben soms het gevoel dat andere moskeegangers hen zien als slechte opvoeders.

Woordvoerder Abdelkader Barkane van de Tilburgse El Feth-moskee merkte tijdens een bijeenkomst dat jongeren met dubbele gevoelens kijken naar de discussie over jihadgangers. „Hoe kan het dat jarenlang niet is opgetreden tegen dictator Assad, maar dat wanneer IS een aantal hulpverleners onthoofdt opeens wel wordt opgetreden? En hoe kan het dat alléén IS wordt gebombardeerd maar dat Assad, de grote boosdoener, gewoon mag blijven zitten? Daar hebben mensen een heel gek gevoel bij.” Barkane vindt het dan ook lastig jongeren te overtuigen. „Als het gaat om wereldpolitiek moet ik de jongeren gewoon gelijk geven. Dan zeg ik: sorry, ik kan niet uitleggen waarom we drie jaar niks doen en nu opeens wel bombarderen.”

Ook in de moskee Sittard-Geleen liep een bijeenkomst over radicalisering uit op een discussie over wereldpolitiek. „Men vindt dat de internationale politiek de jeugd prikkelt naar de wapens te grijpen”, zegt moskeevoorzitter Bouchaib Saadane. „Ook het klimaat in Nederland wordt genoemd. Antisemitisme mag hier niet, maar de islam beledigen wel. Dan meet je ook met twee maten.”

Toch denken ze in de moskee Ar Rayaan dat de bijeenkomsten bijdragen aan voorkomen van extremisme. „De gebeurtenissen in Frankrijk roepen veel emoties op”, zegt een bezoeker in bruine djellaba. „Als je in je eentje bent, kun je er negatief van worden. Het helpt om daar samen over te praten. Hier hoor je andere geluiden. Hier sta je samen.”