Bo&Caro

Het gaat goed met de horecazaken. Heus wel

Bo&Caro gaan elke dag naar een bedrijf. Ze zijn bij aandeelhoudersvergaderingen, productpresentaties of vrijdagmiddagborrels en willen graag weten: wie is hier belangrijk?

Wat: De jaarlijkse horecavakbeurs Horecava in de Rai, Amsterdam

Wie: Tom en Martijn Veen van horecanetwerk Horecabrains, Sandor Augustijn van sanitairbedrijf Burgman Supply en zo’n 10.000 beursbezoekers

Tom Veen van Horecabrains, een samenwerkingsverband voor horecaondernemers, heeft er eigenlijk wel een beetje genoeg van. Het gaat goéd met de horeca, zegt hij. Dat vroegen we ons toch af? Dreigende blik, dan een bulderlach. Sorry. Maar echt, het gaat. Glaasje bubbels?

Glitters! Veren! Rum! #Horecava

Een foto die is geplaatst door Bo&Caro (@boencaro) op

Volgens het FoodService Instituut Nederland is de horecaomzet het afgelopen jaar met 1 procent gestegen. Veen wil maar zeggen. En het is drúk vandaag, op de Horecava in de RAI.

Dus.

Hip of ‘half af’, je moet kiezen

Tom leunt tegen een grote zilverkleurige bus met op de zijkanten in witte letters ‘All you need is love’. “Goed hè? Je dacht zeker: ‘Waar is Robert ten Brink toch’.” Ook, ja.

“Nou kijk, die heeft hier dus helemaal niks mee te maken. Die bus staat hier alleen maar om mensen te lokken, snap je. Vorig jaar hadden we een brandweerauto.”

Tom met zijn All you need is love-bus #Horecava

Een foto die is geplaatst door Bo&Caro (@boencaro) op

Het gaat om de beleving, vertelt Van Veen. Beléving. Dat is nu binnen de horeca nog belangrijker geworden, zegt hij. Alleen cafés en restaurants met een duidelijk imago redden het nog. Je moet als onderneming óf heel hip zijn, óf juist een beetje ‘half af’, gaat hij verder.

“Ik bedoel tenten als het Volkshotel, de Bierfabriek. Die zijn niet gelikt, eerder een beetje rommelig. Mensen voelen zich daar thuis. Je wéét van tevoren waar je in terecht gaat komen, dat werkt.”

Of naar Doetinchem

Niet dat de rest maar beter kan sluiten. Nergens voor nodig. Want Van Veen zei al, het gaat goéd. Beter. Met name in Amsterdam. Waar het minder gaat, wil hij niet zeggen.

“Hé, maar weet je waar je eens heen zou moeten? Naar het oosten van het land. Naar Doetinchem bijvoorbeeld. Wéten mensen wel dat daar fantastische cafés zijn?”