Hamsteren! De olijfolie wordt de komende maanden snel duurder

Terwijl de prijs van ruwe olie hard daalt, doet die van olijfolie het tegenovergestelde. Dankzij de dramatische oogst in Italië en Spanje deze winter, wordt olijfolie volgens Nederlandse importeurs de komende maanden flink duurder.

Spanje en Italië zijn met gezamenlijk zo’n 550 miljoen olijfbomen de twee grootste producten ter wereld. En in beide landen is alles misgegaan wat mis kon gaan, legt Ridder Drost van Liquido d'Oro (vloeibaar goud) uit.

Het begint in de zachte winter van 2013/2014. Omdat het niet hard vriest overleven veel olijfvliegen en hun larven. Het extreem natte voorjaar zorgde vervolgens voor veel plassen: hun ideale kweekvijver. Door de harde buien verregent ook een groot deel van de bloesem.

De zomer is koud. Althans koud voor olijfboombegrippen. In augustus stijgt de temperatuur vrijwel nergens boven de 30 graden terwijl zeker 35 graden nodig is voor de olijven om lekker te rijpen. Ook is het aantal zonuren laag. Tenslotte zijn oktober en november relatief droog terwijl juist water nodig is. „Een opeenstapeling van ellende dus.”

Wat doet dat met de prijs?

Die stijgt. Olijven worden van oktober tot december geoogst dus men begint het nu echt te merken in de prijs. Gregor Christiaans van Olijfbedrijf voorspelt een prijsstijging van 30 tot 40 procent. Drost verhoogde in januari de prijs met 20 tot 25 procent. Bij supermarkten (AH en Jumbo weigerden commentaar) gaat de verhoging meer gefaseerd. Daarmee rekenen ze de prijzen door die al langer op de belangrijkste olijfoliebeurs ter wereld worden gehanteerd.

Christiaans – die aan zo’n 130 horecazaken levert – zegt dat hij zijn olie met iets minder marge verkoopt. „Ik moet ervoor zorgen dat klanten niet helemaal van de olijfolie afstappen naar bijvoorbeeld boter.”

Fabrikanten slaan in waar de oogst wél goed was zoals in Griekenland en Tunesië. De giganten Carbonell en Bertolli „kopen half Tunesië leeg”, zegt Christiaans.

Veel Italiaanse fabrikanten importeren flink uit Griekenland. ‘Mengen’ was al een toverwoord in de olijfoliesector en is dat door de slechte oogst nog meer. Christiaans: „Als er ‘bottled and labelled in Italy’ staat, weet je genoeg en zijn het dus geen Italiaanse olijven.”

Is er veel fraude?

Dankzij de EU zijn er vier categorieën olijfolie. De twee beste zijn extra vierge ( olijfolie van superieure kwaliteit) en vierge, die op mechanische wijze verkregen worden uit de eerste persing. Voor 1 liter zijn 2.600 olijven nodig.

Vervolgens is er de standaard olijfolie die wordt verkregen uit een mix van persing van de resten die overblijven en de vierge-olie zelf. De laagste categorie bestaat uit afval van olijven (Pomace of Sansa in Spanje en Italië).

De meeste olijfolie in de supermarkt (90 procent volgens Drost) is de uit overgebleven olijfpulp chemisch verkregen geraffineerde olijfolie (aangevuld met enkele procenten vierge voor de geur, kleur en smaak), waar weinig mee te frauderen valt.

Met de betere olie wel, waarschuwen Drost en Christiaans. „Als je nu olijfolie uit Toscane of Umbrië onder de 10 euro vindt dan geloof ik daar niks van”, zegt Christiaans.

Drost: „Er wordt nogal wat gemengd in Italië. Als je kijkt naar alle Toscaanse olijfolie zou Toscane net zo groot als Italië moeten zijn en vol met olijfbomen moeten staan.” Olijfolie is zo lucratief dat er in Italië veel tankers worden gestolen.

Worden losse olijven eigenlijk ook duurder?

Ja, maar minder want het gaat om andere soorten, zegt Christiaans. Hij verhoogde de prijs voor tafelolijven met 10 tot 15 procent.