Dit is geen muziek, dit is kunst

Zaterdag stond Kraftwerk in Berlijn. nrc.next-redacteur Kim Bos (29) maakte zich op voor een avond dansen. Maar iedereen stond stil.

Wie kent Kraftwerks hypnotiserende robotmuziek niet? ‘Autobahn’ (Wir fahren fahren fahren auf der Autobahn) moet je bijvoorbeeld op hebben staan als je naar een Duitse stad rijdt. Dus toen Kraftwerk hun concertreeks aankondigde in lievelingsstad Berlijn, wilde ik erheen. Ze speelden in de Neue Nationalgalerie, een bijzonder museum van Bauhaus-architect Ludwig Mies van der Rohe. Na vanavond, het laatste concert, is het museum bijna vijf jaar gesloten voor verbouwing. En het oudste Kraftwerklid zal wel bijna doodgaan, dacht ik. Ralf Hütter is 68. Kortom, iets waar je bij moet zijn.

Zaterdag 10 januari, 18.00 uur. Elk van de acht avonden staat in het teken van een ander album – vanavond is dat Computerwelt. Vlak voor het optreden vraag ik me af of ik het wel vol zal houden. Ik ben moe, er moet straks gedanst worden. Kraftwerk is de bakermat van techno, dus dan weet je het wel. Toch?

1.700 bezoekers met 3D-brillen op hun neus, vanwege de animaties op het grote scherm. De video gaat aan, vier mannen van middelbare leeftijd en ouder staan in glimmende, lichtgevende duikpakken achter hun desks.

Zoals de krant Berliner Morgenpost schrijft: ‘Computerwelt in Berlijn, dat is zoals Hertha in het Olympiastadion: een thuiswedstrijd. Door deze sound werd Berlijn na de val van de muur de uitgaanshoofdstad van de wereld’. En: ‘Als muziek zou kunnen praten, zou Computerwelt zeggen: Ich bin ein Berliner’.

Dit is een historisch moment. De echte fans moeten welhaast exploderen van adrenaline. De muziek begint, de 3D-muzieknoten vliegen door de zaal.

En dan gebeurt er niets.

Het publiek joelt sporadisch, maar houdt zich vooral stokstijf stil. Ik hups eerst – ongemakkelijk. Bij ons in de buurt is één dansende man. Maar die spoort niet helemaal: hij weet zeker dat de robots die tijdens het nummer ‘Die Roboter’ op het podium verschijnen de Kraftwerkmannen in gekke pakken zijn.

Na afloop praat ik met vrienden over het gebrek aan bewegingen, waar we later maar aan toe hebben gegeven. „Veertigplussers dansen niet”, zegt een vriend. De meeste bezoekers leken middelbaar.

„Het is een nerdding”, zegt een ander. „Ze zijn de grondleggers van een hele scene, toen wisten ze nog niet wat je ermee moest.” Pioniers dansen niet?

„Het is iets Duits”, denken de niet-Duitsers in het gezelschap. „Want Duitsers zijn stijve harken.” Of het aan het laatste ligt, kunnen mensen binnenkort in Paradiso testen. Maar wij kwamen tot een andere conclusie. Wat we hadden gezien was geen muziek, maar kunst. Natuurlijk. We waren nota bene in een museum. Daar dans je niet, je zwijgt en raakt niets aan.