De luchtshow van Tony Fernandes

Tony Fernandes redde het Maleisische staatsbedrijf AirAsia van de ondergang en wil in Zuidoost-Azië hard doorgroeien. Maar de crash van een AirAsia-toestel eind december kan de ambities van de prijsvechter frustreren.

Foto’s onder van links naar rechts:
Foto’s onder van links naar rechts: Foto’s ANP, Bloomberg.

Gezeten achter een simpele tafel op het vliegveld van Surabaya, met een diepe frons en een grauw gezicht, heeft topman Tony Fernandes (50) niet de vrolijke rode AirAsia-pet noch de brede glimlach die Azië van hem kent.

Geen opgewekt verhaal over hoe vliegen met AirAsia méér is dan de plek van bestemming bereiken. Geen marketingverhaal over hoe AirAsia synoniem staat voor grenzen overstijgen en mogelijkheden – carrière, liefde, avontuur – benutten op een continent waar de bevolking snel rijker worden.

In plaats daarvan houdt Fernandes op deze 28e december een triest verhaal over zoekacties, bergingswerk en doden. „Dit is een ongelofelijk shock voor ons”, zei Fernandes. Voor het eerst in de veertien jaar dat hij aan het hoofd staat van de Maleisische luchtvaartmaatschappij AirAsia is een van zijn Airbussen neergestort.

Vlucht QZ8501 was ’s ochtends vroeg op weg van de Indonesische havenstad Surabaya – met drie miljoen inwoners de tweede stad van het land – naar Singapore. Ergens halverwege stortte het toestel in de Javazee, met aan boord 162 mensen. Niemand overleefde.

Afgelopen dagen zijn de zwarte dozen, inclusief de cockpit voice recorder, op de zeebodem gevonden. Daarmee kan het onderzoek naar de toedracht van de crash beginnen. Indonesische autoriteiten vermoeden echter dat zware onweersstormen tijdens de regentijd een rol hebben gespeeld bij de ramp.

De ramp met QZ8501, een relatief nieuwe Airbus A320 gebouwd in 2008, is een enorme test voor Fernandes. Voor het eerst is AirAsia in verlegenheid gebracht, iets wat de bruisende en zelfs bombastische Fernandes allerminst gewend is. Hij houdt van ondernemen, de aandacht op zichzelf en zijn bedrijf vestigen en succes hebben. In Azië wordt hij steevast vergeleken met Sir Richard Branson van Virgin Group, en niet ten onrechte.

Net als Branson maakte Fernandes, afkomstig uit een gezin van Indiase immigranten, carrière in de muziekindustrie. Hij was boekhouder bij Virgin Records en directeur bij Time Warner in Maleisië voordat hij de luchtvaart inging.

Als directeur in het Maleisische bedrijfsleven en met zijn diploma van de prestigieuze Londen School of Economics had Fernandes contacten in hoge kringen. Volgens zijn eigen lezing was het de oud-premier en grondlegger van het moderne Maleisië Mahathir Mohamad die hem in 2001 adviseerde de noodlijdende staatsmaatschappij AirAsia te kopen. Fernandes nam een tweede hypotheek op zijn huis en legde zijn spaargeld in om het verlieslijdende AirAsia voor het symbolische bedrag van één Maleisische ringgit (nu 0,238 euro) over te nemen.

Paraplu’s voor passagiers

In een paar jaar tijd saneerde hij het bedrijf en verving hij de oude Boeings 737 door een vloot van louter Airbussen A320, omdat onderhoud aan één type vliegtuig goedkoper was. AirAsia nam zijn intrek in de oude goederenhal van het vliegveld van Kuala Lumpur die was omgedoopt tot Low Cost Carrier Terminal.

Vliegtuigen stonden er buiten geparkeerd en passagiers moesten vanuit de vertrekhal soms honderden meters lopen. Als er een tropische regenbui losbarstte, kregen ze een paraplu aangereikt, ongeveer het enige gratis extraatje, want voor beenruimte, eten, bagage en zelfs dekens en kussens moet je bij AirAsia bijbetalen.

Fernandes had door dat alles een prijs heeft. De rompen van zijn vliegtuigen? Die zijn te huur voor reclame. Zo vliegen Indonesische passagiers rond in een vliegtuig met het reusachtige logo van automaker Chevrolet. Het is een tactiek die bij traditionele maatschappijen ondenkbaar is. Een ‘blauwe vogel’ van KLM zal niet zo snel rondvliegen met het logo van Rabobank op de staart. Het jaarverslag? Tussenpagina’s verpatst Fernandes als advertenties aan banken als CIMB Niaga en Credit Suisse, olieconcern Shell en andere bedrijven.

Door een combinatie van extreme zuinigheid en het juiste gevoel dat de Aziatische middenklasse liever goedkope tickets willen dan uitgebreide service groeide AirAsia in vijftien jaar tijd uit tot de op vier na grootste luchtvaartmaatschappij in Azië.

De ambitie van Fernandes reikt verder dan Maleisië, dat met 26 miljoen inwoners kleiner is dan Thailand (67 miljoen miljoen), de Filippijnen (98 miljoen), Indonesië (245 miljoen) en India (1,25 miljard).

Fernandes gelooft er heilig in dat prijsvechters in die landen moeten zitten om vol te profiteren van de opkomst van de Aziatische middenklasse. Maar deze landen hebben ook strenge regelgeving die het zeer lastig maakt voor buitenlandse bedrijven een meerderheidsbelang in een lokale luchtvaartmaatschappij te hebben.

Fernandes bedacht een slimme list, waarbij hij genoegen neemt met minderheidsbelangen, maar via zijn Maleisische bedrijf de toestellen aan de dochterbedrijven least. Zo behoudt AirAsia toch de controle en vloeit er meer geld naar Maleisië.

In het derde kwartaal van vorig jaar, de meest recente cijfers, ontving het Maleisische moederbedrijf 45 miljoen euro aan lease-inkomsten van de dochtermaatschappijen in Thailand, de Filippijnen en Indonesië. In dit laatste land heeft AirAsia inmiddels 3 procent van de markt voor binnenlandse vluchten in handen.

Aziatische tycoon

Tony Fernandes kreeg de status van Aziatische tycoon. Hij speelde een strenge directeur in de realityserie The Apprentice, waarin kandidaten bizarre opdrachten moeten uitvoeren om een stageplek te bemachtigen. Hij kocht Queen’s Park Rangers, een Engelse voetbalclub in de hoogste divisie, die ook sinds zijn komst matig presteert.

Verder wilde Fernandes met renstal Caterham de Formule 1 veroveren, wat uitliep op een deceptie. Na vijf jaar hadden de raceauto’s nog geen wedstrijdpunt gehaald. Toen Fernandes er vorig jaar gefrustreerd zijn handen vanaf trok, ging Caterham failliet.

Ondanks alle glimlachen en uitgebreide aandacht voor zijn nevenactiviteiten, zit Fernandes met een probleem: winst maken buiten Maleisië. In het derde kwartaal van vorig jaar leden de dochterbedrijven in Thailand (omgerekend 10 miljoen euro) en de Filippijnen (3,3 miljoen euro) verliezen. Alleen de Indonesische tak behaalde een kleine winst (114.000 euro).

Als gevolg daalde de winst van het moederbedrijf van omgerekend 8,4 miljoen euro in het derde kwartaal van 2013 tot 1,3 miljoen afgelopen jaar. In Indonesië moet AirAsia het opnemen tegen prijsvechter Lion Air en staatsmaatschappij Garuda. In de Filippijnen zijn Cebu Air Pacific en Philippines Airlines de concurrenten. En ook Thailand heeft prijsvechters als Nok Air die naar dezelfde klanten dingen.

Door de felle concurrentie dalen de prijzen en stijgen de verliezen bij Aziatische vervoerders. Zo gingen alleen in Indonesië vorig jaar twee maatschappijen – staatsbedrijf Merpati en het half Indonesisch, half Singaporese Tigerair Mandala – failliet.

De tactiek is zo veel mogelijk passagiers vervoeren tegen zo laag mogelijke prijzen en tegelijkertijd zo veel mogelijk nieuwe vliegtuigen bestellen om uit te breiden en de markt te veroveren. Winst maken komt later wel als de concurrentie failliet is.

AirAsia en Lion Air behoren tot de grootste klanten van Airbus en Boeing. Dat heeft een keerzijde: de schuldpositie van AirAsia is verslechterd van omgerekend 1,6 miljard euro eind 2009 naar 2,1 miljard euro eind 2013.

De crash van QZ8501 kan in zo’n uitputtingsslag zeer nadelige consequenties hebben. Kort na de ramp maakten de Indonesische autoriteiten bekend dat AirAsia geen toestemming had om op zondag van Surabaya naar Singapore te vliegen.

De ramp wordt door de nieuwe Indonesische regering aangegrepen om de corruptie in de luchtvaartsector aan te pakken. Corrupte ambtenaren worden overgeplaatst en strengere regulering dreigt voor de luchtvaartsector.

De Indonesische minister van Transport Ignasius Jonan, die lof kreeg voor de wijze waarop hij als topman het staatsspoorwegbedrijf hervormde, wil dat er nieuwe minimumprijzen voor tickets worden ingevoerd. „Wij willen in Indonesië een gezonde en geen goedkope luchtvaartsector”, zeg hij. „Als tickets goedkoop zijn, zijn er dingen die niet goed gebeuren”, voegde hij toe, doelend op onderhoud.

Heldere boodschap

Zo’n prijsvloer is vooral nadelig voor prijsvechters als AirAsia. Daarom toonde de topman van de duurdere staatsmaatschappij Garuda zich ook tevreden met de maatregel. „Wij zullen zo niet aangevallen worden door agressieve maatschappijen”, zei Garuda-topman Arif Wibowo.

In Indonesië wordt gespeculeerd dat de overheid de crash van QZ8501 aangrijpt om terug te slaan. Jarenlang wonnen prijsvechters terrein op staatsmaatschappij Garuda, nu is er reden om ze aan banden te leggen, luidt de redenering.

Tony Fernandes laat zich er niet door uit het veld slaan. Hij krijgt lof voor hoe hij de ramp publicitair afhandelt. In tegenstelling tot de warrige persconferenties van Malaysia Airlines na de verdwijning van MH370 vorig jaar, houdt Fernandes het kort. Eerst de lichamen bergen en het onderzoek voltooien, dan verder praten, is zijn heldere boodschap.

Zijn humeur is het beste af te lezen aan zijn berichtjes op Twitter. De afgelopen dagen zet hij er vooral foto’s op van hardwerkende gezagvoerders, stewardessen en mecaniciens. „Laatste vlucht van de dag. Nog steeds een glimlach. Nog steeds staying strong”, schreef hij bij zo’n foto.