Weer zij aan zij het ererondje

Ireen Wüst en Sven Kramer weten bijna niet beter dan dat zij de concurrentie hun wil opleggen.

Sven Kramer en Ireen Wüst na het behalen van hun Europese titel. Geen reden voor een feestje in Rusland, vond Kramer, na wat er met de MH17 is gebeurd. „Ik ga dan ook zeker niet de polonaise lopen.”
Sven Kramer en Ireen Wüst na het behalen van hun Europese titel. Geen reden voor een feestje in Rusland, vond Kramer, na wat er met de MH17 is gebeurd. „Ik ga dan ook zeker niet de polonaise lopen.” Foto ANP

Tien jaar geleden trokken Ireen Wüst en Sven Kramer, allebei 18 jaar oud, als rijders van Jong Oranje naar het bevroren Finse plaatsje Seinäjoki voor de WK junioren. Allebei keerden ze terug als wereldkampioen. Gisteren – talloze toernooien en titels verder – reden ze in het sfeervolle ijsstadion van Tsjeljabinsk zij aan zij het laatste ererondje, ieder een krans om de nek. Ze weten niet beter. Allebei een nieuwe coach, na de Spelen van Sotsji, een nieuwe ploeg, een nieuw trainingsprogramma – op het eindresultaat hebben zulke details geen enkele invloed.

Zelden werd een decennium zo beheerst door twee schaatsers als het duo dat samen opgroeide bij de TVM-ploeg. De Brabantse won in de Oeral haar vierde Europese allroundtitel, voor Kramer was het de zevende, naast zijn zes wereldtitels. Daarmee liet de beste allrounder aller tijden Rintje Ritsma (zes keer Europees kampioen) voorgoed achter zich.

Uitbundig feesten doet Kramer nooit, maar in Tsjeljabinsk maakte hij publiekelijk duidelijk dat er niets te vieren viel. Daarvoor waren de plek, Rusland, en het tijdstip te gevoelig. „Ik voel me niet geroepen om carnaval te vieren na wat hier een paar maanden geleden is gebeurd met de MH17, en na de gebeurtenissen van afgelopen week in Parijs”, zei hij na de prijsuitreiking. „Ik ga dan ook zeker niet de polonaise lopen.”

Het was een statement op een plek die bij de Nederlandse ploeg gemengde gevoelens opriep. Enerzijds het enthousiaste Russische schaatspubliek, anderzijds de politiek op de achtergrond. Die verwarring werd nog versterkt door een incident rond German Panov, Russisch lid van de internationale schaatsunie (ISU), die zaterdag in de ijshal verscheen met een T-shirt waarop president Poetin stond afgebeeld, gekleed als militair. Op verzoek van de Nederlandse vicevoorzitter van de ISU, Jan Dijkema, kleedde Panov zich om. „Het lijkt me verstandig om daar zo min mogelijk woorden aan vuil te maken”, zei Kramer gisteravond.

Het was een smet op een allroundtoernooi waarin voor het eerst sinds het begin van Kramers heerschappij een echt duel werd uitgevochten, met dank aan Koen Verweij. Die was aanvankelijk helemaal niet van plan te rijden in Tsjeljabinsk.

De Noord-Hollander, die na Sotsji vrij nam om met familie en vrienden een paar maanden te doen waar hij zelf zin in had, was liever naar warme oorden getrokken om te trainen. Maar na de NK allround, waar hij derde werd, besloot hij alsnog naar Rusland te reizen. „Ik zie het EK als een mooie training”, had hij vooraf gezegd. „Een topvijfklassering zou top zijn.”

Zijn ‘training’ bood hem tot diep in de afsluitende tien kilometer uitzicht op de titel. Want Verweij bleek beter dan verwacht, en Kramer viel tegen op de 500 en 1.500 meter. Pas in het slot van zijn tien kilometer capituleerde Verweij, die de race was begonnen met voorsprong van ruim elf seconden op Kramer. „Dit was een goede training”, glimlachte Verweij naderhand. „Een spannend allroundtoernooi maakt het voor iedereen leuker.”

Kramer moest dus diep gaan om een opmerkelijke succesreeks in stand te houden. Sinds 2007, toen hij in Collalbo zijn eerste internationale allroundzege haalde, won de Fries alle dertien EK’s en WK’s waaraan hij deelnam. ‘Tsjeljabinsk’ leverde de kleinste marge tussen hem en de nummer twee op. Nooit moest hij meer tijd goed maken op de tien kilometer dan gisteren tegen Verweij.

Het tekent de ultieme professional in Kramer, dat hij zijn tanden vol in zijn laatste race wilde zette. Ook al was de opdracht zwaarder dan ooit. Precies dat is het verschil tussen hem en de rest. Na al die jaren is bij hem nog geen spoor te bekennen van verzadiging, vermoeidheid of een gebrek aan motivatie. Ook niet na een zwaar olympisch jaar, een zomer waarin hij langdurig worstelde met zijn luchtwegen. Zijn zevende Europese titel wilde hij net zo graag als die eerste, op het buitenbaantje van Collalbo.

Waar oude concurrenten als Jan Blokhuijsen, Ivan Skobrev en Håvard Bøkko kampen met postolympische ongemakken, is het eergevoel van Kramer zo groot dat hij, zodra de medailles worden uitgereikt, toch weer bovenop de rots zit. Iedereen wint het liefst, maar Sven Kramer wint nog liever. Hij is, na gisteren, niet voor niets in het bezit van 48 baanrecords, gereden over de hele wereld.

Of hij kwetsbaarder was geweest dan ooit? Kramer glimlacht. „Dan had Koen het nu moeten doen. Als ik mijn EK eerlijk evalueer, had ik beter moeten rijden. Maar winnen blijft winnen. Als het niet linksom gaat, moet het soms rechtsom. Als ik op mijn slechtste moment win, is het alleen maar positief voor de toekomst.”

Die duurt wat hem betreft nog tot de Spelen van Pyeongchang (2018). Kramer is zich er terdege van bewust dat het einde van zijn allroundcarrière niet ver weg meer is. Het EK in de huidige opzet verdwijnt na volgend jaar in de geschiedenisboeken, na precies 120 jaar.

In 2017 wordt het EK in Warschau vermoedelijk voor het eerst zonder tien kilometer geschaatst, de afstand waarop hij de eventueel opgelopen schade altijd wist te herstellen. Hij zal het missen, zonder de ‘tien’. Daarom wil hij volgend jaar nog één keer toeslaan, in Minsk. „Een achtste titel zou mooi zijn”, liet hij zich zaterdagavond ontvallen.