‘Volgende ramp wordt nog erger’

Vandaag vijf jaar geleden werd Haïti door een aardbeving getroffen. De ramp kan zich zo weer voltrekken.

Een Haïtiaanse man voor zijn nederzetting in buitenwijk Canaan, toevluchtsoord voor ontheemden na de ramp in 2010, bij Porte au Prince.
Een Haïtiaanse man voor zijn nederzetting in buitenwijk Canaan, toevluchtsoord voor ontheemden na de ramp in 2010, bij Porte au Prince. Foto AFP

Mocht Haïti vandaag weer worden getroffen door een aardbeving met de kracht van 7.0 op de schaal van Richter, zoals precies vijf jaar geleden, dan vallen er opnieuw tienduizenden doden. Onnodige doden, want een aardbeving van zo’n relatief bescheiden kracht mag hooguit een paar honderd slachtoffers eisen. Tenminste, in een land met stevige huizen en een nationaal reddingsplan. Maar dat is vijf jaar na de ramp, en miljarden hulpgeld later, nog steeds niet het geval in Haïti.

„Het is een misdaad dat er bij de aardbeving in Haïti zoveel mensen zijn gestorven.” Dat zegt Jonathan M. Katz, een Amerikaanse journalist die als een van de weinige buitenlandse verslaggevers in het arme Caraïbische land woonde ten tijde van de ramp. „De volgende natuurramp in Haïti wordt nog schrijnender, want na 2010 was beloofd dat de veiligheid zou verbeteren. Dat is niet gebeurd.”

Katz (34) schreef een veelgeprezen boek over de aardbeving – die volgens officiële cijfers aan zeker 230.000 mensen het leven heeft gekost – en de nasleep ervan: The Big Truck That Went By (2013). Daarin is hij kritisch over de grootscheepse buitenlandse hulpverlening die op gang kwam na de aardbeving. In plaats van te zorgen voor structurele verbeteringen, zoals het versterken van de Haïtiaanse reddingsdiensten, is het geld verdwenen in versnipperde projecten.

Dát Haïti weer wordt getroffen door een natuurramp, is een statistische zekerheid. De enige vraag is wanneer. „Aardbevingen gebeuren vrij sporadisch, maar iedere paar jaar komt er een zware orkaan langs”, zegt Katz in een telefonisch interview vanuit New York. „De meeste Haïtianen wonen in huizen die net zo wankel zijn als de gebouwen die zijn ingestort tijdens de aardbeving. Zelfs zware regenval kan ze wegvagen.”

De enige manier om de situatie te verbeteren, zeggen Katz en andere kenners van Haïti, is het verstevigen van de overheid. Zodat er bijvoorbeeld ambtenaren de naleving van de bouwvoorschriften kunnen controleren. Zodat er geld is voor brandstof voor de brandweerwagens, zodat die kunnen uitrukken bij een ramp.

Maar de internationale hulporganisaties weigeren geld te investeren in beter bestuur in Haïti, zegt Katz. Sterker nog, ze vermijden samenwerking met de overheid, in de overtuiging dat Haïtiaanse regeringsfunctionarissen corrupt en incompetent zijn.

In Haïti, het armste land van het westelijk halfrond, is daardoor een parallelle „hulprepubliek” verrezen, bestaande uit honderden buitenlandse non-gouvernementele organisaties. Met goede intenties, maar zonder onderlinge afstemming, transparante boekhouding of verantwoording tegenover de Haïtianen.

In uw eerste verslag over de aardbeving maakte u nadrukkelijk melding van het ineenstorten van de laatst resterende instituties van Haïti. Waarom?

„Ik had toen al meerdere rampen meegemaakt in Haïti. Orkanen, overstromingen, voedseltekorten. Ik wist dat er telkens onnodig veel doden vielen omdat de overheid te zwak was om reddingsacties te organiseren, laat staan om aan preventie te doen. Toen ik na de aardbeving zag dat zelfs het Nationale Paleis was ingestort, wist ik dat de bevolking nergens meer op kon rekenen.”

U vindt dat internationaal hulpgelden gebruikt moeten worden om Haïti structureel te versterken. Waarom gebeurt dat niet?

„Hulporganisaties zijn niet in staat om landen op te bouwen, dat is niet hun werk. Ze kunnen wel een schoolgebouw metselen, maar ze weten niets over het opzetten van een goed functionerend schoolsysteem. Daar heb je een sterke overheid voor nodig.”

Snapt u niet dat hulporganisaties hun geld niet willen overdragen aan mogelijk corrupte overheidsfunctionarissen?

„Het is een sprookje dat alle politici en ambtenaren in Haïti klaarstaan om geld te stelen. Natuurlijk is er corruptie, maar zoals in ieder land moet je dat tegengaan met wetgeving. Overtreders moet je vervolgen. Het is geen oplossing om de overheid buiten te sluiten, zoals in Haïti wordt gedaan.”

De hulporganisaties moeten zich ook verantwoorden tegenover hun donateurs.

„Dat begrijp ik. Maar waarom is iedereen zo bang dat er misschien geld wordt gestolen, terwijl niemand zich lijkt af te vragen of het geld dat de hulporganisaties uitgeven ook langdurig effect heeft? Haïti is nu net zo slecht voorbereid op een natuurramp als vijf jaar geleden.”

Is de al jaren durende cholera-uitbraak een gevolg van hetzelfde probleem?

„Ja. De ziekte blijft zich verspreiden omdat er geen goede infrastructuur is. Geen sanitair, geen schoon drinkwater, te weinig ziekenhuizen. Dat grijpt allemaal terug op de zwakke overheid. Het erge is dat de ziekte is meegebracht door blauwhelmen van de Verenigde Naties. Ze hebben zich niet aan hun eigen hygiënevoorschriften gehouden. Nog altijd weigert de VN de verantwoordelijkheid hiervoor te nemen. Wat maar weer eens laat zien dat het een groot probleem is dat ngo’s en internationale organisaties als de VN geen verantwoording hoeven af te leggen aan de bevolking in de landen waar ze werken.”

U bent ook kritisch over de rol van de media, die alleen in- en uitvliegen bij rampen.

„Het zou helpen als journalisten voor langere tijd in Haïti zouden blijven en er niet alleen over berichten als een arm land dat ‘wij’ buitenlanders kunnen redden of niet.”

De laatste maanden zijn er in Haïti veel protesten geweest tegen de regering. Verwacht u dit jaar verdere spanningen?

„De Verenigde Staten en de internationale gemeenschap steunen president Michel Martelly omdat hij vriendelijk is voor buitenlandse investeerders. Haïti maakt tegen lage lonen kleding voor de export. Daarom staat de buitenwereld het toe dat de president de verkiezingen voor het parlement al jaren uitstelt (de officiële termijn loopt vandaag af, waarna Martelly per decreet kan regeren, red.). Dat is acceptabel voor de wereld, maar niet voor de mensen in Haïti.”