Opinie

Mzungus

Toen de in Ethiopië geboren Maaza Mengiste haar eerste roman uitbracht, werd ze in haar woonplaats Brooklyn, NY geïnterviewd. De journalist begon: ben je een Afrikaanse of een Amerikaanse schrijver? Het verwarde debutant Mengiste, ze vroeg: wat is een Afrikaanse schrijver? Hij keek haar aan en zei: ‘Ik weet het niet.’

Zelden is de wereld zo overzichtelijk verdeeld als afgelopen zaterdag in de Amsterdamse Balie. Aan de ene kant van de zaal lag een schaal bitterballen, aan de andere kant werd Ghanees gehaktbrood aangeboden. De Stan/Jan Show werd namelijk geopend. Stan, dat is schilder Stan Aziz Ahmed uit Kumasi in Ghana. Jan, dat is fotograaf Jan Hoek uit Amsterdam. Ze ontmoetten elkaar toen Jan in Tanzania aan het Kilimanjaro filminstituut lesgaf. Stan vroeg Jan of zijn werk niet in Nederland kon worden getoond, bijvoorbeeld in de galerie waar Jan exposeert. Het probleem is dat de westerse kunst om ‘originaliteit’ vraagt, terwijl Stan juist op herkenbare beelden is gericht, zodat hij zijn schilderijen aan hotels en toeristen kan verkopen. Stan vroeg of Jan niet kon adviseren wat hij dan moest maken. ‘Nee!’, dacht Jan, maar ook: ‘Waarom niet?’ Twee jaar lang stuurde Jan foto’s naar Ghana en Stan maakte daar telkens een schilderij bij.

Voor de opening van de tentoonstelling gingen ze op zoek naar ‘de exotische witte’ en ‘de exotische zwarte’: hoe verbeelden Afrikanen blanken (wat zie je?) en hoe portretteren blanken Afrikanen (je hebt een beeld)? Het publiek was bij wit of zwart ingedeeld. Ik zat bij de exotische witte.

Jan Hoek had zijn studenten van het Kilimanjaro filminstituut gevraagd om mzungus – blanken – te fotograferen. De leerlingen schrokken van de toeristen die weigerden om op de foto te gaan. Als paparazzi-zieke popsterren hieven ze een hand voor hun gezicht, de eigen spiegelreflex bungelend op de buik. Dus fotografeerden de leerlingen de altijd witte etalagepoppen in winkels en een bloemkool: die verbeeldde een zonnende blanke.

Daarna was een filmpje te zien van een groep Ghanezen die mzungus naspeelden. Het was dat het erbij werd gezegd, anders had ik het niet gezien. Ze zwaaiden met een tropenhoed en marcheerden met een stok. Ik, als mzungu, herkende mezelf niet. Hoewel ik begreep dat de blanke belachelijk werd gemaakt, kon ik het niet als beledigend ervaren, want beelden zijn niet an sich pijnlijk: het gaat om de herhaling. Alleen herhaling creëert een stereotype dat verontwaardiging opwekt. Alsof er een standaard gebaksvormpje op je wordt gedrukt en een deel van wie je evenzeer bent – de deegrand die buiten het vormpje valt – gewoon wordt weggegooid. Wanneer je nooit door zo’n mal wordt gehaald, hoef je je ook niet druk te maken.

De exotische witte is zo exotisch dat je ’m niet eens herkent. Ik kon wel raden dat het aan de andere kant, bij de exotische zwarte, anders was.