Sexy ijskoningin brak nooit echt door

Anita Ekberg 1931-2015

Filmster en sekssymbool

Anika Ekberg in 1960: „Als je mooi wordt geboren, helpt het je op weg. Later staat het je in de weg.”
Anika Ekberg in 1960: „Als je mooi wordt geboren, helpt het je op weg. Later staat het je in de weg.” foto AP Photo

Twee jaar geleden was de stad van haar. Anita Ekberg was in Amsterdam om de grote Fellini-tentoontstelling in het EYE Filmmuseum te openen, en de hele stad was behangen met posters met daarop dat iconische beeld uit La dolce vita (1960): de ogen geloken in extase, het hoofd in de nek, de haren als een waterval, die strapless jurk maar ternauwernood toegerust op de opwaartse kracht van haar boezem en achter haar de fontein als een orgastisch vuurwerk van glinsterende druppels.

Zo af en toe klaagde ze dat iedereen haar vroeg naar die scène in de Trevi-fontein, en naar haar tegenspeler Marcello Mastroianni en naar Fellini, met wie ze maar drieënhalve film maakte maar wiens naam voor altijd met de hare verbonden zou blijven. Maar ze liet het zich ook aanleunen. En genoot er stiekem van. Zoals een diva betaamt. Dit was haar raison d’être. Dit was haar tragiek.

En toen ze even niet met alle egards werd behandeld die ze verdiende, er geen limousines en hordes gillende fans op haar stonden te wachten, riep ze vanuit haar rolstoel: „Wie is hier nou de ster?!” Haar gezondheid liet toen al te wensen over en ze kampte met geldproblemen. Afgelopen zondag stierf ze in een ziekenhuis in Rome aan de gevolgen van een longontsteking. Ze werd 83 jaar.

Kerstin Anita Marianne Ekberg werd geboren in 1931 in de Malmö. In 1950 werd ze verkozen tot Miss Zweden, wat haar naar de Verenigde Staten bracht. Daar trok ze de aandacht van John Wayne en Howard Hughes. Bob Hope noemde haar „het beste wat Zweden heeft voortgebracht sinds smörgasbord.”

Met haar rijzige gestalte, pronte borsten en ijsblonde haar had ze alles in zich om de nieuwe Marilyn Monroe te worden.

Maar het bleef bij kleine rolletjes. Ze stond tegenover Wayne en Lauren Bacall in Blood Alley (1955), maakte twee films met Jerry Lewis en Dean Martin: Artists and Models (1955) en Hollywood or Bust (1956). Maar het werd niet Hollywood maar ‘bust’ en ze vertrok naar Italië.

Daar kreeg ze een rolletje in King Vidors Oorlog en Vrede (1956) en werd ze door Fellini ontdekt. Net als in de film, vertelde ze in Amsterdam: Als blonde ‘Amerikaanse’ actrice was ze een aantrekkelijke prooi voor de paparazzi.

Dat verergerde alleen nog maar na haar rol in La dolce vita. Al zal het ook hebben meegeholpen dat ‘De IJsberg’, zoals haar bijnaam luidde, gelinkt werd aan diverse e mannen uit de Hollywooddynastie: Eroll Flynn, Gary Cooper en Frank Sinatra zouden een oogje op haar hebben gehad.

Fellini castte haar weer voor zijn omnibusfilm Boccaccio ’70 (1962) waarin ze een reusachtige versie van haar sexy zelf moest spelen en later nog in Intervista (1987) waarin de filmmaker nog een keer al zijn herinneringen tot leven liet komen. Ze moest nog een keer met Mastroianni dansen, maar kon alleen maar denken „laat deze scènes alsjeblieft snel voorbij zijn.”

In totaal zou ze zo’n 50 films maken, al zal ze alleen om La dolce vita herinnerd worden.

„Als je mooi wordt geboren, helpt het je op weg”, zou ze meermaals in interviews verklaren. „Later staat het je alleen maar in de weg.”

Maar die julidagen in Amsterdam wist ze de tijd stil te zetten en kwam haar schoonheid van buiten en met al het gecompliceerde verdriet van het verloren sterrendom ook van binnen.