Pakketjes van onschatbare waarde

Je doet mee aan een triatlon en denkt met zwemmen een spiertje te hebben verrekt. De diagnose is anders: kanker. Het overkwam Roderick Bolhaar.

Ik was een zondagskind. Tot afgelopen september. Ziek. Hodgkin. Even terug naar het begin. Ik wacht in het ziekenhuis op het gesprek dat je hoopt nooit te hoeven voeren. De prognose. Hoe ver heeft de ziekte mijn lichaam veroverd? Hoe lang heb ik nog te leven? De nachtmerries die ik de laatste tijd heb gehad worden nu een benauwende en beangstigende werkelijkheid. In de wachtkamer zie ik mijn eigen angst en onzekerheid terug in de ogen van mijn vriendin en ouders.

Stadium 3 (van 4); vergevorderde lymfeklierkanker. De kans op genezing is afhankelijk van de behandeling. ‘Minder zware’ chemokuren met een prognose van 70 procent of (nóg) zwaardere chemokuren die in 90 procent succesvol zijn. Gemakkelijke keuze. Totdat de hematoloog de bijwerkingen opsomt. Haarverlies, misselijkheid, botpijn. En onvruchtbaarheid. Plotseling sta ik voor een levensgroot dilemma: spelen met de dood of leven met de gedachte nooit vader te kunnen worden. Wat is vruchtbaarheid waard tussen zes planken? Ik kijk links van me. De angst en onzekerheid hebben plaats gemaakt voor ontreddering en verdriet.

Nog geen kwartier later meld ik me in het ivf-centrum. Tijdelijk gevestigd in een aantal noodgebouwen. Als een bouwlocatie langs de snelweg. Welkom in de vruchtbaarheidsfabriek. Balie 1: identificeren. Balie 2: potje en sticker. „U kunt gebruik maken van kamer 5.” De mevrouw achter de balie verzoekt me vriendelijk het potje „daarna” weer bij haar in te leveren. Tot zover het intakegesprek.

Kamer 5 lijkt nog het meest op een gevangeniscel. Voorzien van alle gemakken: bankje, wastafel, prullenmand en een grote tv met ingebouwde dvd-speler. Daaronder een kastje vol hitsige dvd’s. Daar sta ik dan, gevangene van mijn eigen vruchtbaarheid. Nog geen half uur nadat het vonnis is geveld, moet ik mijn taakstraf uitvoeren. Binnen een mum van tijd wordt de cel gevuld door ongeloof, ongemak en onmacht. Hoe ga ik dat potje ooit gevuld krijgen? De flinterdunne wandjes uit de bouwkeet geven me het gevoel dat ik dit trucje in een vol theater mag opvoeren. Dit wordt een onmogelijke strijd tussen mijn zintuigen. Vraag me niet hoe, maar ik ben teruggekeerd bij balie 2. Potje gevuld.

Voor de eerste chemokuur moet ik de taakstraf nog twee keer volbrengen. Thuis, op proefverlof met ivf-enkelband. Gelukkig weet ik mijn schoonmaakster nog te bereiken. „Sorry, ik heb dinsdag thuis een vergadering. Zou je ook op een andere dag kunnen?”. Die week fiets ik twee keer naar het ivf-centrum. Als postbode van mijn eigen ‘extremely fragile, handle with care’ pakketjes.

Pakketjes van onschatbare waarde. De ziekte heeft mijn vruchtbaarheid al ernstig aangetast, vertelt de gynaecoloog. De chemokuren zullen daar waarschijnlijk niets van overlaten. Enkele weken later word ik op de hoogte gesteld van mijn score. Zoals de uitslag van een partijtje lasergamen: „Wij hebben 26 rietjes voor u kunnen invriezen. Met de huidige technieken genoeg om een heel dorp te stichten.” Het goedje dat ik altijd als vanzelfsprekend heb beschouwd, is geworden tot 18 karaat wit goud.