Niemand lette nog op de broers

Na drie dagen van terreur stelt Frankrijk zichzelf de vraag hoe dit heeft kunnen gebeuren. Tot in 2014 werden de broers Kouachi intensief in de gaten gehouden. Wat daarna gebeurt, is onduidelijk.

De broers Chérif en Saïd Kouachi, die vorige week toesloegen op de burelen van Charlie Hebdo, waren voor de Franse inlichtingendiensten geen onbekenden. Ook hun vriend Amedy Coulibaly, die donderdag een politieagent en vrijdag vier gijzelaars in een koosjere supermarkt in het oosten van Parijs ombracht, is in verschillende fasen van zijn radicalisering nauwgezet in de gaten gehouden. Maar de ogenschijnlijk lang voorbereide acties van afgelopen week zijn de veiligheidsdiensten totaal ontgaan.

Na drie dagen van terreur en de verzoenende republikeinse mars van gisteren, stelt Frankrijk zich nu voorzichtig de vraag hoe dit alles heeft kunnen gebeuren. „Er is een zwakke plek”, erkende premier Valls vrijdag in gesprek met het televisiejournaal van TF1. „Als er zeventien doden zijn, dan zijn er fouten gemaakt.” Er zijn volgens hem weliswaar vijf andere aanslagen sinds augustus 2013 verijdeld, maar uit wat vorige week is gebeurd, moet het land „lessen trekken”, zei hij.

Dat hadden de Fransen eerder gehoord. De cv’s van de drie mannen roepen sterke herinneringen op aan dat van ‘scootermoordenaar’ Mohammed Merah, de ex-draaideurcrimineel die na training in Afghanistan en Pakistan in 2011 in Toulouse zeven mensen doodschoot. De inlichtingendiensten hadden ook hem uit het oog verloren toen hij toesloeg. Ook bij hem waren er geen aanwijzingen voor een aanslag, waarna het intensieve surveilleren was gestopt.

Al in 2005 wordt de jongste van de twee broers, Chérif, voor het eerst gearresteerd vanwege het rekruteren van jihadisten voor de strijd in Irak. Hij staat dan op het punt om via Syrië naar Irak te vertrekken. In voorarrest in de gevangenis Fleury-Mérogis bij Orléans maakt hij kennis met Djamel Beghal, die daar vastzit wegens plannen voor een aanslag op de Amerikaanse ambassade in Parijs. Beghal wordt de ‘mentor’ van de broers schrijft Justitie in uitgelekte dossiers.

De broers, Coulibaly (die ze ook uit de gevangenis kennen) en Beghal komen in 2010 opnieuw onder verdenking te staan toen ze gedrieën zouden hebben meegewerkt aan een poging om hun contact Smaïn Aït Ali Belkacem, een bommenmaker die veroordeeld was voor een reeks aanslagen in Parijs in de jaren negentig, uit de gevangenis te bevrijden. Tijdens huiszoeking bij Coulibaly vindt de politie in 2010 een emmer met 240 kalasjnikov-patronen.

‘Geen enkel belastend bewijs’

Saïd Kouachi komt een jaar later weer in beeld. Hij ontvangt in Jemen militaire training. Dat is voor de Amerikanen reden genoeg om hem en zijn broer op een lijst te zetten van personen die niet op vliegtuigen mogen stappen in of naar de VS. In overleg met de Amerikanen houden de Fransen de broers intensief in de gaten. Maar die surveillance houdt volgens bronnen in Amerikaanse media op in het voorjaar van 2014. Wat daarna gebeurt, is onduidelijk.

„Er was geen enkel belastend element dat de opening van een justitieel onderzoek rechtvaardigde”, zei de Franse minister van Binnenlandse Zaken hierover dit weekend. Dat is, merkt Le Monde vilein op, hetzelfde commentaar als de toenmalig minister in 2011 na de moordpartij van Merah in Toulouse gaf.

Die affaire leidde destijds tot een intensieve evaluatie van de binnenlandse veiligheidsdienst DCRI. Daarbij kwamen grote organisatorische problemen boven water. Traditionele informanten hadden plaatsgemaakt voor digitale spionage, afdelingen communiceerden slecht. Een intensieve reorganisatie moest nieuwe drama’s voorkomen.

Maar die dienst zegt overbelast te zijn. Medewerkers beklagen zich over de hoge werkdruk door de vele honderden Fransen die naar Syrië en Irak zijn getrokken om zich bij IS aan te sluiten. 180 van hen zijn teruggekeerd en worden, zo veel mogelijk, gevolgd. Maar om één verdacht persoon in de gaten te houden zouden ten minste vijftien agenten nodig zijn. En de DGSI (de nieuwe naam voor de veiligheidsdienst) heeft niet meer dan 3.500 man in dienst.

„We moeten keuzes maken”, zei een voormalig contraterrorisme-chef daarom op de Franse radio. „We waren de laatste tijd vooral bezorgd om de mensen die uit Syrië kwamen.” Hoe al eerder geradicaliseerde oude bekenden daardoor vergeten konden worden, zal de komende maanden onderzoek zijn van intensief onderzoek.