Iedereen is Charlie. Maar wie ís Charlie eigenlijk?

Redacteur Zineb El Rhazoui was toevallig niet op de redactie van Charlie Hebdo toen acht van haar collega’s werden doodgeschoten. Ze moet zich als Marokkaanse vaak verdedigen tegen de beschuldiging dat het tijdschrift racistisch of islamofoob zou zijn. ’Als Charlie racistisch is dan ben ik dat ook.’

foto afp

Het gesprek komt met horten en stoten tot stand. Eerst in Marokko, enkele uren na de aanslag. Zineb El Rhazoui, redacteur van Charlie Hebdo, was op reportage in haar geboorteland. Daarom was ze niet op de redactievergadering woensdag, toen acht van haar collega’s vermoord werden. Daarom wellicht leeft ze nog.

Collega’s is niet het juiste woord, zegt El Rhazoui. „Wij waren een familie. Charb was niet zomaar mijn baas; hij was een vriend.”

Charlie Hebdo is een kleine, hechte redactie. Er werd samen gegeten. E-mails werden vaak zomaar afgesloten met een Je vous aime.

Behalve corrector Mustapha Ourrad is El Rhazoui het enige Arabische redactielid bij Charlie. Geboren en getogen in Marokko met een Marokkaanse vader en een Franse moeder – maar overtuigd atheïst.

Ik ken haar van mijn correspondentschap in Marokko in 2010 toen El Rhazoui veel stof deed opwaaien met MALI, een collectief voor individuele rechten dat onder meer het recht claimde om te eten tijdens de ramadan.

Werken bij Charlie Hebdo, het gevolg van een ontmoeting met hoofdredacteur Charb in 2011, was „een logische voortzetting van mijn werk”.

In Marokko wil ze eerst niet praten. „Niet zolang de daders voortvluchtig zijn.” Op zaterdag kan het wel. De broers Kouachi en Amedy Coulibaly zijn doodgeschoten.

El Rhazoui en wat rest van Charlie Hebdo zitten dan samen op de redactie van de krant Libération om te brainstormen over het volgende nummer van Charlie Hebdo. Dat wordt op 1 miljoen exemplaren gedrukt in plaats van de gebruikelijke 45.000.

„Had Charb dit maar mogen meemaken”, zegt ze. „Was deze steun er maar gekomen voor dit drama gebeurde.”

Want het ging niet goed met Charlie Hebdo. „Wij zaten in moeilijke papieren, ja. Zoals overal in de media liep de verkoop terug. Specifiek aan Charlie is dat wij geen reclame hebben. Wij steunen alleen op de lezers.

„Charb heeft de laatste maanden van zijn leven doorgebracht met aan alle deuren aan te kloppen, inclusief die van François Hollande, om steun te vragen voor Charlie. Hij zat meer in met de mogelijke dood van Charlie dan met zijn eigen dood. Maar alle deuren bleven gesloten.”

De steun voor Charlie Hebdo, in Frankrijk en wereldwijd, is hartverwarmend. Maar ook wrang. De Nederlandse cartoonist en Charlie-medewerker Willem zei in een interview met de Volkskrant: ‘Wij kotsen op al die mensen die nu plots zeggen dat zij onze vrienden zijn’.

„Wij zijn jarenlang door niemand gesteund”, zegt El Rhazoui. „Wij werden uitgescholden, misprezen. Nu komt de steun uit alle hoeken toe, ook steun die wij helemaal niet willen. Maar wat voor een prijs zullen wij daarvoor betaald hebben? Het was nodig dat onze redactie gedecimeerd werd à la kalashnikovs vooraleer mensen eindelijk inzagen wat voor werk wij doen, de strijd die wij voeren. De prijs is veel te hoog.”

Het volgende nummer moet „intiem” worden, „iets dat ons toebehoort”. Gezien de reputatie van Charlie Hebdo als een blad dat niemand spaart zou het logisch zijn dat ook de spot wordt gedreven met wat nu in de naam van Charlie gebeurt.

We zijn in rouw, zegt ze. „Maar sinds vrijdag wordt er ook opnieuw gelachen. We vragen ons af wat de doden hadden gezegd, getekend. Charlie, dat ging altijd over het neerhalen van symbolen. Nu moeten we het symbool neerhalen dat wij zelf zijn geworden.”

„Wij durven nauwelijks naar de tv te kijken. We zien allerlei personen die proberen te recupereren wat er gebeurd is. Het Front National dat verklaringen aflegt die niets zeggen over waar wij voor staan.”

Maar er is niet alleen ‘ik ben Charlie’. Er is ook ‘Ik ben niet Charlie’. De voorbije dagen zijn ontelbare opiniestukken geschreven, vooral in het Engels, door mensen die wel het bloedbad veroordelen maar weigeren zich te associëren met een blad dat zij als racistisch zien.

Dat is deels een cultureel misverstand. Een vaak aangehaalde cover is die waarop de door Boko Haram gekidnapte meisjes in Nigeria, zwanger afgebeeld, zeggen: ‘Kom niet aan onze uitkeringen’.

Het is een klassieke Charlie-cover die twee verhalen combineert. In dit geval: Boko Haram en het debat in Frankrijk over misbruik van kinderbijstand door polygame Afrikaanse gezinnen. Engelstaligen zien: Charlie noemt alle Afrikanen profiteurs. De Charlie-lezer weet: het blad spot juist met mensen die dat zeggen.

El Rhazoui: „Er zijn culturele verschillen. Kijk naar de film Qu’est-ce qu’on a fait au bon dieu? Dat was een kaskraker in Frankrijk maar hij is niet vertoond in Groot-Brittannië of de Verenigde Staten omdat hij als racistisch werd gezien”.

„Maar ik ben het beu om dit telkens opnieuw te moeten uitleggen. Het is niet ons probleem als mensen onze cartoons letterlijk nemen en de dubbele bodem weigeren te zien. Dit is niet het moment om een dialectische discussie te hebben over de vraag of Charlie al dan niet racistisch is. Er is een misdaad gepleegd die unaniem moet worden veroordeeld.”

Het weerleggen van de beschuldiging van racisme en islamofobie komt vaak op haar bord terecht als de Marokkaanse bij Charlie. In december diende ze Oliver Cyran van repliek, een ex-Charlie-medewerker die in een opiniestuk schreef dat het blad sinds zijn vertrek in 2001 wel degelijk racistisch is geworden. „Als Charlie racistisch is dan ben ik dat ook”, schreef El Rhazoui.

Reeds in de periode van MALI moest zij zich vaak verdedigen tegen de beschuldiging dat haar standpunt niet representatief is voor de islamitische wereld en daarom niet relevant. Na haar aantreden bij Charlie kwam daar de beschuldiging bij van excuus-truus: zij moest het blad een alibi verschaffen tegen beschuldigingen van racisme.

„Waarom wordt een Olivier aangeworven om zijn capaciteiten maar kan een Zineb alleen uit positieve discriminatie zijn aangeworven?” fulmineert zij in het stuk. „Waarom wordt een blanke die op het christendom spuugt anti-klerikaal genoemd maar is een Arabier die op de islam spuugt een krankzinnige, een alibi, een incoherentie die het best verzwegen wordt?” En: „Waarom zou ik de islam moeten respecteren? Het is niet alsof de islam mij respecteert.”

Een meevaller is dat ook Le Pen gezegd heeft dat hij niet Charlie is. Dat herinnert eraan dat Charlie Hebdo niet alleen met de islam heeft gespot maar ook heel vaak en ongenadig met Le Pen en het Front National. Maar het gevaar dat het de aanslag alsnog gerecupereerd wordt door groepen die juist de natuurlijke vijanden waren van Charlie Hebdo is niet denkbeeldig.

El Rhazoui: „Voor ons en de families is het heel moeilijk om die politieke recuperatie te zien. Wij zijn nu te emotioneel om daarop te reageren. Maar wij zullen niet aanvaarden dat de erfenis van onze dode collega’s besmeurd wordt door mensen die hen niet kenden en die ons in het verleden nooit hebben gesteund.”