Eerste echte Nederlandse couturier

Frans Molenaar (1940-2015)

Couturier

Niet geheel zonder ironie noemde Frans Molenaar zichzelf ‘de modekoning’.

Frans Molenaar in 2006, tijdens de presentatie van zijn voorjaarscollectie in het Amstel Hotel in Amsterdam.
Frans Molenaar in 2006, tijdens de presentatie van zijn voorjaarscollectie in het Amstel Hotel in Amsterdam. Foto ANP

In september 2015 zou hij zijn honderdste show hebben gegeven. Daarna, zo had hij besloten, was het mooi geweest met de collecties. Het aantal blijft nu steken op 98. Vrijdag 9 januari overleed couturier Frans Molenaar op 74-jarige leeftijd, zo maakte zijn assistente Mirjam Bax bekend. De gevolgen van de val van een trap in een zijn eigen huis, een paar weken daarvoor, werden hem fataal. Hij kampte al een tijdje met gezondheidsproblemen.

Frans Molenaar heeft een belangrijke rol gespeeld in de Nederlandse mode. Hij was niet de eerste Nederlandse couturier, maar wel de eerste die ook echt een ontwerper was. Anders dan bijvoorbeeld Max Heymans maakte hij geen Nederlandse varianten op Parijse mode, maar ontwikkelde hij een eigen stijl: grafisch, strak, modern, architectonisch, met een vleugje Op art. Vooral uit zijn ontwerpen uit de jaren zestig, zeventig en tachtig spreekt eigenzinnigheid.

Vanaf de jaren negentig was hij vooral de man van de mantelpakken en de broekpakken. Representatieve, flatterende en stevige maar nooit mannelijke pakken, die geliefd waren bij zowel carrièrevrouwen als vrouwen-van; Hank Heijn, Mies Bouwman, Sylvia Tóth en Janine van den Ende bijvoorbeeld. Zijn klanten werden samen met hem ouder, wat met name de laatste jaren een probleem werd; de meesten hadden zo’n grote verzameling opgebouwd, dat er weinig behoefte was aan een nieuw, meer dan 4.000 euro kostend pakje. „Mijn klantenkring slijt harder dan mijn pakken”, grapte hij vorige maand.

Molenaars handelsmerk waren biesjes, de zogenaamde piping, meestal in een contrastkleur, die hij plaatste langs kragen, in stofknopen, langs zomen en vaak ook in de coupenaden. Die biesjes waren een mooie manier van afwerken, gaven een grafisch effect en kleedden af. Ook op andere producten waaraan hij zijn naam verbond, waren de biezen te vinden: tuinmeubelen, gemaksfauteuils en rollators. Molenaar ontwierp ook vazen, gordijnen, vloerbedekking, zonnebrillen en veel bedrijfskleding, onder andere voor KLM.

De kunst van de piping leerde Molenaar in Parijs bij Nina Ricci. Molenaar, zoon van een verkoopdirecteur van een grote confectiefabriek, werd opgeleid aan de Vakschool voor Kleermakers in Amsterdam, en ging daarna naar Parijs om het vak te leren. „Vaak zie je bij Nederlandse couture een afschuwelijke coupe en daar wil ik tegen vechten”, zei hij rond 1960. Behalve bij Nina Ricci werkte hij onder meer bij Guy Laroche en de Nederlander Charles Montaigne (Karel Meuwese).

In 1967 opende hij zijn eerste salon in Amsterdam, met hulp van een vermogende slager. „Ik vond het geweldig in Parijs”, zei hij vijf jaar geleden in De Volkskrant. „Maar ik ben een echte Hollander. Gewoon. Nuchter.”

Naast couture heeft hij veel confectie gemaakt. Tot kort geleden had hij een eigen, betaalbare lijn bij C&A.

Molenaar, die altijd alleen heeft gewoond, kon schaamteloos zijn. Hij noemde zichzelf, niet helemaal ironisch, ‘de modekoning’. In interviews vertelde hij hoe hij eigenlijk het meest van zichzelf hield en hoe klanten die te lang niets hadden gekocht, bij zijn shows van de eerste rij werden verbannen. „Alles draaide om hem”, zegt Bax, die precies 21 jaar met hem samenwerkte. „Daarom is hij ook zo ver gekomen. We hadden een heel sterke band, maar af en toe kon ik hem wel achter het behang plakken.”

Molenaar had een eigen modeprijs voor jong couturetalent in het leven geroepen, waaraan een bedrag van 10.000 euro was verbonden. Deze zomer had hij die voor de twintigste keer willen uitreiken.