Een prima buur ging door ’t lint

Hoensbroek gaat nog deze winter de drugscriminaliteit aanpakken. Dat is hard nodig ook, want het aantal wietkwekerijen in dit Heerlense stadsdeel is groot.

De buurt rondom de Ridder Hoenstraat in Hoensbroek, kort na een schietincident. De dader had een xtc-lab.
De buurt rondom de Ridder Hoenstraat in Hoensbroek, kort na een schietincident. De dader had een xtc-lab. Foto’s Chris Keulen

Toen hij bij thuiskomst op woensdagmiddag 19 november uit de auto stapte, hoorde Ronald (hij wil zijn achternaam niet in de krant) schieten op korte afstand. In eerste instantie drong het nauwelijks tot hem door wat er aan de hand was. Hij pakte zijn tas nog uit de wagen. Maar toen klonk een aanhoudend salvo van een automatisch geweer. Op de Ridder Hoenstraat in het Heerlense stadsdeel Hoensbroek leek de hel losgebroken.

Ronald vluchtte naar binnen, stopte zijn hond in de kelder en belde zelf, dekking zoekend achter een muur in de huiskamer, het alarmnummer 112. Inmiddels was hem wel duidelijk dat de schoten van de overkant kwamen. Op de meldkamer raadden ze hem aan om ook de kelder in te gaan.

Op weg daarheen werd hij in de hal opgeschrikt door kogels die door de ruit vlogen. Hij hoorde hoe buiten het schieten doorging. Pas na twee uur kon de politie, die telefonisch contact met hem had gehouden, hem bevrijden.

De dader bleek zijn 42-jarige overbuurman. Die werd opgepakt. Hij had zich voor zijn aanhouding overgoten met een bijtende stof. Alles leek te duiden op iemand die de weg flink kwijt was. Met zijn rolluiken omlaag had hij in het wilde weg naar buiten geschoten.

Het deed denken aan drie jaar geleden, toen een 41-jarige man ongeveer een kilometer verderop met een samoeraizwaard en een bijl een man doodde en twee mensen verwondde om vervolgens een eind aan zijn eigen leven te maken.

Aan de Ridder Hoenstraat speelde echter meer dan psychisch leed. De verdachte was inderdaad in de war, mogelijk door de aanstaande openbare verkoop van zijn huis vanwege een belastingschuld. Maar hij lijkt ook druk in de weer geweest met drugscriminaliteit. In het verleden werd bij hem al eens een wietplantage ontdekt. Nu stuitte de politie op een xtc-lab. De buurt werd geëvacueerd en gespecialiseerde diensten werden ingeschakeld, uit vrees voor gevaarlijke stoffen en boobytraps.

Albert Vermeer, buurman van de verdachte, was op de middag dat de hel losbrak met zijn ernstig zieke vrouw in een ziekenhuis in Antwerpen. „Het was al een emotionele dag en dan kom je bij thuiskomst terecht in een aflevering van Flikken Hoensbroek. De robot van de Explosieven Opruimingsdienst reed hier over straat.”

Drugscriminaliteit

Drugscriminaliteit is niets vreemds voor Limburg. De provincie neemt zeven plaatsen in op de toptien van gemeenten met de meeste ruimingen van wietkwekerijen. Heerlen staat op één. Het aantal ruimingen ligt er, afgemeten naar het aantal inwoners, bijna vier keer zo hoog als landelijk. In stadsdeel Hoensbroek, waar ruim eenvijfde van de 88.000 Heerlenaren woont, vond in vorige jaren steeds ongeveer eenderde van de lokale politieacties plaats; 21 in 2013. Het gebied heeft de klap van de sluiting van de Staatsmijn Emma in 1973 nooit goed verwerkt.

Volgens Bert Vermariën, chef van het basisteam Heerlen van de politie en daarvoor als chef alleen verantwoordelijk voor Hoensbroek, zijn drie tot vier man volcontinu bezig met ruimingen. Van het beslag dat de opsporing op zijn mensen legt, durft hij geen inschatting te maken. „Vaak gaat er veel tijd in zitten. Een melding alleen is onvoldoende. We proberen informatie te veredelen. Pas bij een redelijk vermoeden kunnen we huizen binnengaan.”

In het recente verleden is het voorgekomen dat de stroomvoorziening in een hele buurt dreigde te bezwijken door illegaal aftappen voor wietkweek. Dat was een incident. Maar volgens Vermariën krijgt de politie nog geregeld meldingen van de netbeheerders dat op een bepaalde plaats meer dan normaal verbruik wordt waargenomen. „Als we dat dan bijvoorbeeld naast een melding kunnen leggen, kunnen we ingrijpen.”

Tikkende tijdbommen

De Heerlense burgemeester Paul Depla (PvdA) dringt al jaren aan op een ander softdrugsbeleid van de overheid. Zijn gemeente wil binnenkort beginnen met gereguleerde wietteelt. Depla’s angst is dat georganiseerde bendes anders hele bevolkingsgroepen, hele wijken, in hun greep krijgen. Wie eenmaal in de criminaliteit wordt meegezogen, komt er moeilijk meer uit. Hij noemt de wietplantages met hun vaak provisorisch aangelegde leidingen „tikkende tijdbommen” in woonbuurten. 30 procent van de woningbranden wordt veroorzaakt door kwekerijen.

De gevaren zijn nog groter bij de vervaardiging van verdovende middelen als xtc. De labs daarvoor zijn een soort chemische industrie zonder vergunning en kundig personeel. Ze vallen bovendien minder op dan plantages. Wietgeur is bekend. Soms zien omwonenden zelfs mensen met lampen en potgrond sjouwen. Meldingen komen dan sneller.

Vooralsnog worden de productie-inrichtingen voor synthetische drugs zelden ontdekt. Eerder dit jaar stuitte de brandweer in Hoensbroek wel op een laboratorium daarvoor, in een schuurtje. Omwonenden zagen rook en dachten aan een brand. De hulpdiensten ontdekten dat het om heel wat anders ging.

Soms ziet de buurt meer dan ze kwijt wil aan de instanties. Albert Vermeer wist dat zijn buurman zich met „minder kosjere business” bezighield. „Bijvoorbeeld door bedrijvigheid op rare momenten. Een paar jaar geleden zijn ze al eens binnengevallen en ontdekten ze een wietplantage. Wat er nu speelde, wist ik niet. Verder was het trouwens een prima buurman. Als we elkaar zagen, zeiden we ook netjes goedemorgen en goedenavond.”

Zuivere koffie

Ook Ronald wist dat het bij de overbuurman geen zuivere koffie was. Maar wat wil je melden als je niet van de hoed en de rand weet? Bovendien: „Van een keurige ambtenaar die bij thuiskomst van zijn werk elke avond keiharde muziek speelt, heb ik last. Van deze man, tot die bewuste middag, helemaal niet.”

Ronald wilde het aanvankelijk zelfs bij een anoniem getuigenverslag bij de politie laten. Pas toen hij bij thuiskomt de aangerichte schade zag, besloot hij tot aangifte met naam en toenaam. „Als je dat al niet meer doet als er zo op je geschoten wordt, wanneer dan nog wel?”

Politiechef Vermariën durft geen harde uitspraken te doen over de meldingsbereidheid in Hoensbroek. „Gezien het aantal tips dat we krijgen, kun je net zo goed beweren dat die relatief groot is.” Wat hij wel ziet, is dat de stap naar de wietteelt in Hoensbroek steeds normaler wordt gevonden. „Je hebt een kamer leegstaan en geldproblemen. Hup, dan laat je een plantage installeren. Kennelijk is het ook makkelijk in contact te komen met de mensen die dat kunnen regelen.”

Plantages zijn al lang niet meer iets exclusiefs voor de mindere buurten van Hoensbroek alleen. Ook in doorgaans keurige straten als de Ridder Hoenstraat kunnen mensen met nette huizen en nette inkomens besluiten „om snel geld te maken”. De wietcriminaliteit is wijder verbreid. Vermariën: „Mensen zijn het normaal gaan vinden.”

Ronald is in elk geval blij dat hij kort voor de schietpartij zijn huis heeft verkocht. Hij keert terug naar zijn geboorteplaats, het nabijgelegen Brunssum. „Ik kon hier niet aarden.”