Een dag overal stilstaan bij onze gezamenlijke basis

De indrukwekkende demonstratie gisteren maakte duidelijk hoe exceptioneel onze vrijheid is, vindt Floor Rusman.

Westerlingen demonstreren niet meer, wordt vaak gezegd. We zijn lui geworden en zitten thuis te twitteren bij wijze van activisme. Maar toen gingen er ineens anderhalf miljoen Fransen de straat op in Parijs – de grootste demonstratie in de geschiedenis van Frankrijk.

Natuurlijk was er ook ruimte voor kritiek en cynisme. Waarom liepen er ook regeringsleiders in de optocht die thuis weinig affiniteit hebben met vrijheid, vroegen veel kijkers zich af. Landen als Rusland, Hongarije en Turkije staan niet bekend om hun gunstige arbeidsomstandigheden voor journalisten, en toch waren deze landen vertegenwoordigd in de optocht.

En hoe lang houdt zo’n overeenstemming over basale waarden stand? Prachtig, al die kreten over liefde die sterker is dan haat, maar onvrede en irritatie zijn minstens zo onuitroeibaar. Ik moest denken aan de dag na Nelson Mandela’s dood, toen iedereen het eens leek over het belang van empathie, tolerantie en vergevingsgezindheid. Een paar dagen later was alles weer bij het oude: wederzijds onbegrip, scheldpartijen op sociale media, et cetera.

Maar eigenlijk deden deze overwegingen niets af aan hoezeer ik onder de indruk was van de demonstratie. En niet alleen van die in Parijs: in tientallen steden in Frankrijk en elders in Europa gingen mensen de straat op en ook in (onder andere) Tokio, Sydney, Ramallah en Beiroet.

Normaal zijn demonstranten een duidelijk afgebakende groep die kwaad is om iets dat verandering eist. Nu was het de gematigde meerderheid, die we normaal niet zo hard haar boodschap horen verkondigen. Die boodschap was liefdevol: de betogers wilden vrijheid, gelijkheid en broederschap. Wat dat betreft deed de optocht in Parijs me meer denken aan Woodstock.

Wat de dag zo bijzonder maakte werd het best omschreven door een Franse filosofiestudent, geïnterviewd door Al Jazeera. Hij zei, duidelijk onder de indruk van de menigte: ‘Ik lees boeken over vrijheid, maar voor de aanslagen had ik eigenlijk geen idee wat zij inhield. Nu besef ik pas hoe belangrijk het is ervoor te vechten.’

Dat werd later ook benadrukt door socioloog Jan Willem Duyvendak die bij de NOS zat. We onderkennen soms te weinig wat onze gezamenlijke basis is, zei hij: „Een dag als vandaag maakt je bewust van wat je deelt om het vervolgens oneens te kunnen zijn.”

Deze dag was niet alleen een herdenking van de aanslagen, maar ook een viering van fundamentele waarden. De sfeer was af en toe euforisch, vertelde de Al Jazeera-verslaggever vanaf het Place de la République. En terecht. Onze vrijheden zijn iets om euforisch over te zijn. We staan er alleen normaal niet bij stil. Logisch, want in het dagelijks leven maak je je druk om vertraagde treinen, verhoogde zorgpremies en verbroken relaties. Leven in een democratie is net zoiets als gezond zijn: het is de status quo en dus niet iets om dagelijks te bejubelen.

Maar soms is het goed een stap achteruit te zetten. Pas als je onze maatschappij vergelijkt met andere in ruimte (elders op de wereld) en tijd (de geschiedenis), wordt duidelijk hoe exceptioneel die is. Wij zijn gewend aan vrijheid, maar echte vrijheid is in de geschiedenis de uitzondering, niet de regel. En dat geldt voor veel van onze waarden.

Denk aan veiligheid. In honderden landen is de politie niet je beste vriend, maar een macht om te vrezen. In Parijs juichten mensen gisteren naar politieagenten die op de daken stonden. Bij de afgelopen Gaypride in Amsterdam was ik ontroerd door de politieboot vol met dansende agenten die borden vasthielden met teksten als „Wij zijn er voor u.” Wat een verandering: nog maar vijftig jaar geleden mepten agenten met gummiknuppels provo’s in elkaar.

Denk aan gelijkheid. Pas sinds 1919 hebben alle volwassen Nederlanders stemrecht. Pas sinds een halve eeuw is het voor vrouwen normaal om een opleiding te volgen en te werken. Pas sinds 2001 mogen homo’s in Nederland trouwen; in verreweg de meeste landen in de wereld mogen ze dat nog steeds niet. Pas sinds de jaren zestig hebben we wetten die ervoor zorgen dat niemand in extreme armoede hoeft te leven.

Denk aan persvrijheid. Alleen in Europa, Noord-Amerika en nog een handjevol andere landen bestaat een daadwerkelijk vrije pers, rapporteerde Freedom House vorig jaar. En ook bij ons bestaat die vrije pers nog niet lang. Media kwamen op in de negentiende eeuw en durven pas sinds de jaren zestig echt kritisch te zijn tegenover de politiek.

We zien deze zaken als vanzelfsprekend, maar in het grootste deel van de geschiedenis en in grote delen van de wereld zijn ze dat niet. Daarom was de betoging van gisteren zo belangrijk: soms moeten impliciete waarden expliciet worden gemaakt. En daarom was ik ontroerd door het enorme ‘Je pense donc je suis’ (Ik denk dus ik ben) dat midden op het Place de la République hing. Het gebeurt niet vaak dat Descartes op een spandoek belandt, maar dit was een goede gelegenheid.