Een aanwinst voor de Nederlandstalige liedkunst

Het nieuwe jaar werd vorig weekend ingezet door een nieuwjaarsconcert van Het Nieuwe Lied. Onder die naam opereert een collectief van twaalf singer-songwriters en cabaretiers, die ieder voor zich Nederlandstalige liedjes maken. Een mooi stel is het, dat barst van het talent. Doorgaans is een handvol van de groep in wisselende samenstelling eens per maand te bewonderen in Bellevue, maar voor de gelegenheid traden ze alle twaalf samen op. Het werd een inspirerende en aangename avond in een afgeladen Kleine Komedie.

De vier vrouwen in de groep maakten indruk met hun gevoelvolle stemmen. IJskoningin Sjaan Duinhoven zong het tere De Brug, met de ontregelende zin: „Jij houdt van mij, en ik maak ook veel endorfine aan als ik je zie.” Christine de Boer zong een zacht wiegend en bitterzoet sprookjeslied, Heel lang geleden, over een imperfecte witte prins op het paard. Met poëtische zinnen als: „Heel lang geleden werd je was gedaan door de vogels en dan vlogen ze een strikje in je haar.”

Met Yentl Schieman vormt De Boer het veelbelovende duo Yentl en De Boer, dat anderhalf geleden het Amsterdam Kleinkunst Festival won, vorige zomer het album De Plaat afleverde en nu try-outs van debuutvoorstelling De Meisjes speelt. Samen zongen ze Ik heb een man gekend, over de treurige weetjes van mannen. Net als Heel lang geleden te vinden op De Plaat, een aanrader.

Maar wat jammer dat dit dozijn nieuwe liedmakers (allen geboren in de jaren tachtig) muzikaal grotendeels binnen de krappe marges van de kleinkunst bleef. Waarom sampelt Jeroen Woe wel live kreetjes en beatboxgeluiden met een voetpedaal, terwijl hij bloedgeil zijn Nederlandstalige cover van glijnummer Pony van Ginuwine croont, maar begeleidt hij zijn eigen cabaretliedjes lusteloos tokkelend op een gitaar?

De charismatische Peter van Rooijen trachtte wel grenzen te overschrijden met zijn galmend en ijselijk gezongen lied Het enge kind („Het enge kind springt altijd in slow motion touw”) en het woeste De mens is slecht. Bij dat eerste nummer vlijde Wilko Sterke, de multi-instrumentalist van de groep, een prikkelend bedje van synths en piano onder zijn woorden.

Sterke – theatermaker, componist en muziekdocent – sprong er muzikaal bovenuit. Hij was ook verantwoordelijk voor het spannendste nummer van de avond, met ingetogen drum and bass en achteloze zang, die hintte naar Spinvis en James Blake. Met zijn gevoel voor avontuur in geluid en arrangement zou het ‘nieuwe’ bij Het Nieuwe Lied meer lading kunnen krijgen.