De prachtige tachtig

Popmuziek in de jaren tachtig: het was, om met Charles Dickens te spreken, het beste der tijden én het slechtste der tijden. De tijd waarin pop synthetischer dan ooit klonk, de tijd van Rick Astley en Toto. Maar ook de tijd van spannende gitaarrock (Sonic Youth) en uitdagende hiphop, en van Michael Jackson, Prince en Madonna.

Veel mensen kunnen er geen genoeg van krijgen, getuige de nostalgische eighties nights. Het terugverlangen naar de jaren negentig is een stuk minder hevig, die jaren hebben blijkbaar minder indruk gemaakt.

Dat is ook te merken in het tweede Luisteren &cetera-boek van Pieter Steinz en Bertram Mourits. In het eerste behandelden ze de jaren zeventig, in het tweede de jaren tachtig én negentig. Ze kozen 25 albums die in deze decennia een belangrijke rol speelden en plaatsten die in een web met draden naar de invloeden, tijdgenoten en navolgers, vergelijkbaar met de manier waarop Steinz de wereldliteratuur in kaart bracht in Lezen &cetera. Wie Oasis leuk vindt, moet ook eens naar The Beatles en The Jam luisteren, wie geniet van Beck kan verder luisteren naar Ween en N.E.R.D.. Maar liefst 17 albums in het boek komen uit de jaren tachtig. Te beginnen met Closer van Joy Division, waarna onder meer Thriller van Michael Jackson en The Joshua Tree van U2 volgen. Uit de jaren negentig komen R.E.M., Jeff Buckley en Nirvana voorbij.

Er staan fraaie beschouwingen in en rake typeringen, zoals dat uit veel liedjes van The Smiths-zanger Morrissey een heimwee spreekt ‘naar een Engeland dat nooit bestond’. Of over de aantrekkingskracht van ‘Windowlicker’ van Aphex Twin: ‘Het liedje werkt je op de zenuwen en aan het slot wil je het nog een keer horen’. En over het kenmerkende, patsboem-drumgeluid waar bijna niemand aan wist te ontsnappen.

Het boek bevat een, zeker voor beginnelingen, duizelingwekkend aantal namen, titels, genres en muziektermen. Toch blijft er wel wat te wensen over: zo komt reggae nauwelijks ter sprake, blijft drum-’n’-bass onderbelicht en had dEUS wel wat meer aandacht verdiend. Maar Steinz en Mourits zeggen nadrukkelijk dat ze geen ‘encyclopedische volledigheid’ nastreven.

Hier en daar zijn ze wel wat slordig of te kort door de bocht. Als ze in hun enthousiasme schrijven dat IJsland in de popmuziek een grotere rol speelt ‘dan de rest van Scandinavië bij elkaar’, vergeten ze dat er ook na ABBA nog heel wat goede en succesvolle muziek uit Zweden is gekomen.