Daders kenden elkaar al tien jaar

Terroristen

De drie daders van de Parijse aanslagen radicaliseerden jaren geleden. Deels samen, deels in het buitenland. De laatste tijd leken ze rustiger.

Wereldleiders, gisteren in Parijs. Op de foto onder meer EU-commissiechef Juncker, Netanyahu (Israël), Hollande (Franrkijk), Merkel (Duitsland) en Abbas (Palestina).
Wereldleiders, gisteren in Parijs. Op de foto onder meer EU-commissiechef Juncker, Netanyahu (Israël), Hollande (Franrkijk), Merkel (Duitsland) en Abbas (Palestina). Foto EPA

In een telefoontje aan nieuwszender BFMTV geeft Amedy Coulibaly vrijdagmiddag antwoord op de vraag die Frankrijk dan al een paar dagen bezighoudt. Terwijl hij een groep mensen gijzelt in de ‘Hyper Casher’, hebben de broers Chérif en Saïd Kouachi zich ingegraven op een bedrijventerrein nabij de luchthaven.

Of de drie hun acties gecoördineerd hebben, wil de journalist weten. Coulibaly antwoordt bevestigend. „Zij Charlie Hebdo, ik de politie”, zegt hij over de rolverdeling. Op de ochtend na het bloedbad bij het satirische weekblad, schiet hij in het zuiden van Parijs een agent dood. Maar terwijl de broers in gesprek met dezelfde tv-zender zeggen dat ze namens „Al-Qaeda in Jemen” opereren, beweert Coulibaly bij „Islamitische Staat” te horen.

De drie mannen kennen elkaar waarschijnlijk al bijna tien jaar. Coulibaly en Chérif Kouachi, de jongste van de broers, zouden elkaar in de gevangenis van Fleury-Mérogis hebben ontmoet, zegt Coulibaly als hij in 2010 wordt verhoord. Hij en Chérif worden er van verdacht een plan te hebben gesmeed de gevreesde Smaïn Aït Ali Belkacem te helpen ontsnappen. Die zit vast als brein achter een reeks aan de Algerijnse burgeroorlog gelinkte aanslagen in Parijs in 1995, waarbij totaal acht doden zijn gevallen.

Sleutelfiguur bij die mogelijke bevrijdingsactie is de charismatische Djamel Beghal, door justitie de ‘mentor’ van de Kouachi’s en van Coulibaly genoemd. Hij zit vast wegens zijn betrokkenheid bij de voorbereiding van een aanslag op de Amerikaanse ambassade in Parijs en zou eerder, met Belkacem, een rol hebben gespeeld bij de aanslagen in de jaren negentig.

Ook Coulibaly staat onder invloed van Beghal, concluderen onderzoekers in 2010. Bij hem thuis in Bagneux, ten noorden van Parijs, vindt de politie in in mei 2010 een revolver en een emmer met 240 patronen. Die zijn bedoeld voor een „kalach”, een kalasjnikov, zegt hij in het politieverhoor, waarvan de verslagen in bezit zijn van onderzoekssite Mediapart. Hij zegt de munitie te willen verkopen.

Coulibaly, geboren in de Parijse banlieue in een Malinees gezin met negen zussen, heeft een verleden van drugshandel en gewapende overvallen. Als tiener komt hij 16 keer in aanraking met justitie. Hij erkent contacten te hebben in alle mogelijke terroristische netwerken, van onder andere Afghanen en Tsjetsjenen. „Maar dat maakt mij nog geen terrorist”, zegt hij in het proces verbaal. „Nooit van mijn leven zou ik aan een aanslag of zoiets ernstigs deelnemen.”

De directie terrorismebestrijding van justitie noemt hem in documenten uit 2010 niettemin een „strenge islamist”. Psychologisch onderzoek wijst uit dat hij „onvolwassen en psychopathisch” overkomt. Bommenmaker Belkacem is onder de indruk. Hij noemt hem in telefoontaps „betrouwbaar en vastberaden” en „serieus bezig met religie”. Ondanks dat alles kon Coulibaly een jaar eerder, in 2009, op bezoek bij president Nicolas Sarkozy in het Elysée, in het kader van jeugdwerkgelegenheidprojecten. Hij had toen net een baantje bij CocaCola in de probleemgemeente Grigny.

Voormalig pizzakoerier Chérif Kouachi is minder spraakzaam bij zijn verhoor in 2010. Hij staart onophoudelijk naar de grond, merken zijn ondervragers op. Kouachi, net als zijn broer Saïd geboren in Parijs maar tijdens de puberteit opgegroeid in weeshuizen, is eerder in aanraking geweest met de politie. Hij figureert, al rappend en feestvierend, in 2005 in een documentaire van de Franse tv over radicaliserende jongeren. In 2005 wordt hij opgepakt als hij naar Syrië probeert te vliegen, om van daaruit naar Irak te gaan, waar hij zich bij het verzet tegen de Amerikanen wil aansluiten. Hij is volgens zijn toenmalige advocaat „opgelucht” dat hij net voor vertrek gepakt wordt.

Hij zou, net als zijn Saïd, in die tijd deel uitmaken van de jihadistencel die vernoemd werd naar het Parijse park Buttes-Chaumont, waar de mannen al rennend aan hun conditie werkten. Hij krijgt drie jaar cel, maar komt eerder vrij. Een ander centraal figuur in dit netwerk is de zich ‘emir’ noemende Farid Benyettou. Franse media meldden gisteren dat hij sinds vorige maand als verpleegkundige werkzaam is op de afdeling eerste hulp van ziekenhuis Pitié-Salpêtrière, waar enkele slachtoffers van Charlie Hebdo naartoe zijn gebracht.

De oudere Kouachi, Saïd, komt pas weer in beeld als hij in 2011 naar Jemen vertrekt voor militaire training. Hij ontmoet daar de Amerikaans-Jemenitische rekruteerder Anwar al-Awlaki, die dat jaar omkomt bij een Amerikaanse drone-aanval. Bij terugkeer woont hij redelijk onopgemerkt met vrouw en twee jonge kinderen in Reims. Maar hij is ook vaak bij Chérif.

Het is Saïd die, bewust of niet, na de precisie-actie bij Charlie Hebdo zijn ID-kaart in de vluchtauto laat rondslingeren. Op dat moment ontvouwt zich voor politie en inlichtingendiensten een netwerk dat goed bekend was en als gevaarlijk bekendstond, maar niet meer in de gaten werd gehouden.