Container-Tokkies met hun naïeve wijsheden en humor

In het programmaboekje van De onrendabelen staat een woordenlijst met straattaal afgedrukt. ‘Kill’ betekent kerel, ‘nivi’ mes en ‘dollo’ pik. De wereld van de grofgebekte white trash familie op het podium staat ver af van die van het publiek.

De door auteur Joeri Vos beschreven familieleden bouwen mislukking op mislukking en zijn verbannen naar een hufterproof container aan de rand van een bedrijventerrein. De titel leende Vos van een documentaire van Marcel van Dam uit 2009 over mensen die niet mee kunnen in onze ‘prestatiemaatschappij’ en meer kosten dan opbrengen. Oeri van Woezik ontwierp als passend toneelbeeld een open container. Het lijkt er voor de acteurs in het begin nog even wennen. ‘Yo Bitch’ en ‘shit kill’ klinken aanvankelijk wat geforceerd stoer. Maar langzaamaan worden de clichés overwonnen en veranderen de Tokkies van aapjes in innemende mensen met ook maar goede bedoelingen. De verslaafde, falende moeder (Sanneke Bos) blijft strijdbaar voor haar kinderen knokken. De voorstelling werkt naar een aangrijpend einde toe, maar te dramatisch wordt het nooit. Het onaangepaste gedrag en de eigen logica van de onrendabelen zorgt voor originele en hilarische uitspraken. „Hoe kan het dat arme mensen schulden moeten betalen aan die rijke mensen?”, vraagt de moeder zich bijvoorbeeld af. In een vervolgstuk wil Vos de kant van dat grote kapitaal belichten.