Wij gingen nooit over de rand

In de raad van toezicht van de AFM zou een „slordige cultuur” heersen. Voorzitter Möller stapte op.

George Möller stapte deze week op als toezichthouder op de AFM: „Het verhaal ging dat wij op een randje lopen. Maar ik heb dat randje gewoon nooit gezien.”
George Möller stapte deze week op als toezichthouder op de AFM: „Het verhaal ging dat wij op een randje lopen. Maar ik heb dat randje gewoon nooit gezien.” Foto Bram Budel

Wat gaat George Möller doen met zijn extra tijd? Nou, werk genoeg, benadrukt hij – ook nu nog. Al zullen de schapen op het land bij zijn huis in Bergen misschien wel wat meer aandacht krijgen. Die deelt hij met zijn buurman. Nu ja: zijn buurman verzorgt ze, zelf kijkt hij vooral graag naar ze. Möller, die zijn hele leven in de financiële sector werkte: „Ik ben de capital partner, hij is de working partner.”

George Möller (67) stapte deze week voortijdig op als voorzitter van de raad van toezicht van de AFM, de Autoriteit Financiële Markten die controleert of banken, verzekeraars en beursfondsen zich wel netjes gedragen op de markt. Dat deed hij na een kritisch rapport, waar de raad overigens zelf bij minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën om had gevraagd. In de raad werden hevige discussies gevoerd over nevenfuncties en de leden wilden dat een onafhankelijke partij meekeek.

Dat liep niet goed af. In het rapport stond dat er geen serieuze overtredingen van de regels waren gevonden. En ook dat er geen sprake was van belangenverstrengeling. Toch eindigde het rapport met zeer strenge aanbevelingen: de vijf leden van de raad van toezicht van de AFM – die controleren of het bestuur het goed doet en wie in het bestuur aangenomen wordt – mogen voortaan geen baantjes meer hebben bij beursgenoteerde bedrijven of bij financiële instellingen in het buitenland.

Minister Dijsselbloem sprak in een bijbehorende brief aan de Tweede Kamer over „een slordige cultuur” in de raad van toezicht. Die frase werd gretig opgepikt. De raad liep leeg.

Dat moet steken als je, zoals Möller, altijd publiekelijk hebt gehamerd op ethiek en moraal. Als je een boek schreef over het gebrek daaraan in de financiële sector, Waardenloos. Als je een opleiding financiële ethiek hebt opgericht.

Möller zag alle kanten van de financiële wereld. Voordat hij toezichthouder was op de AFM was hij baas van de Amsterdamse beurs en topman van vermogensbeheerder Robeco. Iemand met een onberispelijke reputatie.

Nu, na het gedoe bij de AFM, wil hij uitleggen hoe het echt zit zit. En vertellen wat goed toezicht en goede toezichthouders zijn. Al is hij ook op zijn hoede. Hij heeft zijn oud-woordvoerder van Robeco meegenomen die hij deze rumoerige weken speciaal heeft ingehuurd.

Wat is er nou misgegaan?

„We hebben altijd ver binnen de regels gezeten. Dat staat ook in het rapport. Ik ben alleen een keer vergeten een transactie in een Nederlands beleggingsfonds op tijd te melden. Dat was een beetje een oeps- moment. Toch is het beeld ontstaan dat er geen regels zijn bij de AFM. Maar die zijn er wel. Die staan in de statuten. Je kunt zeggen dat ze strenger moeten, maar ze zíjn er wel.

„Het verhaal is geworden dat wij op een randje lopen. Maar we zitten ver binnen het maximum van nevenfuncties. We declareren nooit wat. Deze iPad [Möller wijst op zijn tablet op tafel] is van mij. Ik had er een van de AFM kunnen krijgen, maar dat wilde ik niet. Ik heb dat randje gewoon niet gezien.”

U zou aanvankelijk blijven tot er een opvolger was. Waarom bent u nu toch opgestapt?

„Ik heb onder de kerstboom gezeten en gedacht: hoe effectief kan ik nu nog zijn? Er spelen twee belangrijke dossiers. Eén: de invoering van de aanbevelingen uit het rapport. Nou ja, ik vind niet dat die moeten worden ingevoerd. Twee: er moet een opvolger worden gevonden. Maar moet ik die nog helpen zoeken, als die een heel ander profiel moet hebben? Daar ben ik niet meer de juiste persoon voor.”

Met het verbod op veel nevenfuncties lijkt de minister lijkt meer buitenstaanders het toezicht in te willen trekken. Is dat een goed idee?

„Ik vind het heel belangrijk dat de mensen die toezicht houden de sector ook goed kennen. Nadeel is dat ze snel met elkaar verkleefd kunnen raken. Je hebt dus allebei nodig. Want het nadeel van outsiders is dat ze zich vooral vasthouden aan regels, niet aan kennis. Daar wordt toezicht inflexibel van.”

Wat is er mis met het streng toepassen van regels?

„Dat staat vernieuwing in de weg. Bijvoorbeeld als er nieuwe financiële producten op de markt komen. Neem de credit default swap. Het kan best dat zo’n product in het begin niet aan de regels voldoet, dan kan het niet op de markt komen. Je moet regels flexibel interpreteren, anders bevries je de sector. Natuurlijk moet een toezichthouder ook grenzen trekken. Maar daarvoor moet je de sector wel kennen.”

Is het toezicht streng geworden?

„In de jaren zeventig geloofden we nog in zelfregulering. In de jaren tachtig, negentig, kwamen we tot de conclusie dat we niet streng genoeg voor elkaar waren. Er kwam onafhankelijk toezicht, heel agressief. Ik herinner me nog een foto van het eerste bestuur van de AFM en nog een paar anderen bij een interview. Ze poseerden zo heel stoer, naast elkaar. Dat was wel gewaagd. Die foto viel niet goed in de sector. Maar de aanpak heeft wel een functie gehad. Een beetje de boel opschudden.”

Zijn er nu te veel regels?

„Ja, het is doorgeschoten. De zorgplicht van banken bijvoorbeeld, die gaat te ver. Gingen ze mijn schoonvader van 92 vertellen dat hij te veel olie-aandelen heeft. Hij was 92! Hij heeft ze zijn hele leven gehad.

„Kijk, het menselijk brein is niet zo heel groot. Mensen leren dus de regels uit hun hoofd, maar stoppen vervolgens met nadenken. Toezicht moet meer op principes gebaseerd worden. Minder op regels. De bankierseed is er een goed voorbeeld van. Volgens het boekje mag je misschien links afslaan, maar als je geweten zegt dat dat niet goed is, heb je de verantwoordelijkheid om het juiste te doen. Bij de AFM willen ze dat ook wel, maar het is heel moeilijk.”

Waarom?

„Stel je voor: wij spreken nu af dat we voortaan alleen nog maar van principes uitgaan. Jij komt met een vraag, ik zeg als toezichthouder dat het mag. Dan vraag jij: stuur je nog even een briefje dat het akkoord is? Met dat briefje maak ik een regel. Er is een zucht naar zekerheid. Er zijn vaak situaties waarin iets niet helemaal fout is, maar ook niet helemaal goed. Moet je iemand een product verkopen dat eigenlijk niet goed voor ’m is, maar hij toch echt wil? Dat is grijs gebied. Dan wordt er gelijk een nieuwe regel gemaakt. Maar af en toe moet je het regelboek opschonen.”

We willen weten hoe hij de afgelopen weken heeft beleefd. Hoe hij, als man van ethiek en moraal, ineens zélf onderwerp van discussie werd.

Möller praat soepel, tot het over hemzelf gaat. Hij houdt het liever „bij de feiten”. En uit de feiten, herhaalt hij nog maar eens, blijkt dat hij niks verkeerd heeft gedaan. Zijn hele raad van toezicht niet. De beeldvorming is „uit balans geraakt”, vindt hij. Maar hoe hij zich daarover voelt, vindt hij „niet relevant”. Afwerend: „Dit is geen interview aan de Story over de zieleroerselen van meneer Möller.”

U zult deze vraag toch ook van anderen krijgen? Als u een lezing geeft, bijvoorbeeld?

„Ja, maar als ze vragen: hoe voelt u zich, meneer Möller? Dan zeg ik: ik ben niet gekomen om te vertellen hoe ik me voel. Als de vraag is: ga ik de onderwerpen ethiek en moraal minder aansnijden in de toekomst? Dan is het antwoord nee. Dit onderwerp blijf ik koesteren. Heeft dit invloed op mijn missie? Nee.”

Dat weet u niet. Misschien wordt u in de toekomst niet meer uitgenodigd om te komen spreken.

„Dat lijkt me uitgesloten. Ik heb al een flink aantal uitnodigingen op de agenda staan. En ik hoop dat het publiek mij gaat bevragen, dan vertel ik het verhaal.”

De minister lijkt nu juist nóg meer regels te willen. Waarom koos hij zo’n harde lijn in deze kwestie?

„Daar wil niet over speculeren. Als ik daar al ideeën over heb, zijn dat misschien wel helemaal niet de juiste.”

„In algemene zin denk ik wel dat de overheid meer controle wil op zelfstandige bestuursorganen, zoals de AFM. Ik vind: de AFM moet zelfstandig kunnen opereren ten opzichte van het ministerie van Financiën. Het ministerie heeft de directe verantwoordelijkheid voor banken: ABN Amro en SNS Reaal. Daar kunnen conflicten over ontstaan. De AFM moet wel voldoende zelfstandig blijven.”

Wat is het gevolg van de harde lijn van de minister?

„Dat de raad van toezicht is leeggelopen. En in de publiciteit is gekomen. Dat is niet juist. En dat betreur ik. Alleen het bestuur moet op de voorgrond treden. De raad van toezicht moet discreet opereren. In stilte. Het hoort niet dat daar gedoe is.”