Weg met oud

Waarom zou je je anders moeten gedragen als je zeventig bent? Vijf misverstanden over oud zijn.

Stagnatie en achteruitgang, dat zijn de associaties met ouder worden. Rimpels. Rollators. Prostaatkanker. Alzheimer. Al vanaf een jaar of 25 ontstaat een groeiend onbehagen. „F*ck ik word oud” staat er boven uitnodigingen voor verjaarsfeesten.

Met oud worden moet je de strijd aangaan, daarvan getuigt de toenemende stroom boeken over battling age. De schappen staan vol met titels als: Oud worden zonder het te zijn, Leeftijdloze schoonheid in zeven stappen, Ending Aging en The Anti-Aging Plan.

Van India Knight, columnist van The Sunday Times verscheen onlangs In your Prime; Older, Wiser and Happier (Penquin). Al in haar voorwoord laat de Britse alle naderende ellende de revue passeren: wat te doen met slechter wordende tanden, slechter wordende ogen, slechter wordende ouders, slechter wordende huwelijken, afbrokkelende vriendschappen? Hoe geestig ze het ook formuleert, het blijft een handboek voor problemen.

Waarom verheugt niemand zich op het privilege van een lang leven?

In 1855 was de gemiddelde levensverwachting van een nuljarige Nederlandse jongensbaby 33,2 jaar. Dat is nu 79, die van een meisjesbaby bijna 83. De Duitse demograaf James Vaupel berekende dat de levensverwachting sinds 1840 ieder jaar drie maanden is toegenomen. Als die lijn zich doorzet voor de westerse wereld, worden we aan het eind van de eeuw honderd.

In laboratoria wereldwijd vindt onderzoek plaats hoe het verouderingsproces in de cellen te vertragen en keren, met als doel de kwaliteit van de extra jaren te vergroten. Het Google-bedrijf California Life Company is een van de instituten die onderzoek doen naar slow aging: stoffen die ouderdomsziekten als hartklachten en alzheimer kunnen uitstellen, en zo het aantal gezonde jaren vermeerderen.

Goed nieuws dus, zeker voor welvarende, getrouwde hoger opgeleide mannen en vrouwen, want voor deze mensen zijn de kansen op een gezonde oude dag het grootst. Dat er juist onder deze groep zo’n onbehagen is over ouder worden, wijt de Britse sociologe Anne Karpf aan de karikatuur die van ouderen is ontstaan: een stel stakkers die onderweg naar de uitgang steeds meer verliezen tot ze seniel geworden met een luier aan in een verpleegtehuis wonen. En nooit eens iemand die op bezoek komt. Een beeld dat India Knight in haar handboek bevestigt met de opmerking dat zij het gevoel heeft op 48-jarige leeftijd tussen twee eilanden te varen, links dat van de bloeiende jeugd, rechts dat van dood hout. Dit soort stereotyperingen stroken volgens Karpf allang niet meer met de feiten. In How to age (Macmillan 2014), uit de reeks zelfhulpboeken van de Britse School of Life, pleit ze ervoor onze houding ten opzichte van ouder worden snel te moderniseren. Uit haar boek zijn vijf misvattingen over ouder worden te destilleren.

1. Als je niet jong bent, ben je oud

In De Wereld Draait Door betoogde VUmc-hoogleraar Ouderengeneeskunde Andrea Maier onlangs dat het woord „oudjes” moet verdwijnen. Ze noemde het denigrerend en stereotyperend. Anne Karpf zou het daar helemaal mee eens zijn. De levens van leeftijdgenoten zijn te veel van elkaar gaan verschillen om ze nog tot een groep te rekenen, stelt ze. Zeker nu de levensloop door emancipatie en scheidingen overhoop is gegooid. Zo kun je als 45-jarige opa of oma zijn, maar ook vader of moeder van een peuter, stiefvader van een paar pubers, kinderloos en getrouwd, kinderloos en alleenstaand. Door verschillen in inkomen, burgerlijke staat, gezondheid, en positie op de arbeidsmarkt, zien generaties er veel diverser uit dan vroeger. Handleidingen voor „goed oud worden” heeft voor zo’n breed publiek niet zoveel zin. „Er is geen sjabloon voor ouder worden”, schrijft Karpf.

2. Ouderdom is achteruitgang

Gaat het in de media over ouderen, dan gaat het over hun kwetsbaarheid, hun eenzaamheid, het verkommeren. Het jammerlijke verlies van schoonheid. Dit noemt Karpf „the deficit model of aging”. Het is niet haar bedoeling de onverkwikkelijkheden te bagatelliseren die horen bij het verstrijken der jaren. Verlies hoort erbij: je wint op je vijftigste Wimbledon niet meer, je verliest familie en vrienden aan de dood, er komen lichamelijke klachten, maar, stelt Karpf, ouder worden is ook verrijkend. „Je ziet die vitale zeventigjarigen, die er ook volop zijn, zelden in de media.” De ouderen die Karpf heeft gesproken, zeggen meer inzicht te hebben in wat hun leven de moeite waard maakt. Ze hebben vaardigheden en kennis verzameld die leven en werk makkelijker maken. Deze ouderen glijden helemáál niet weg van de maatschappij maar raken juist gepassioneerder, worden meer politiek actief, genieten intenser van muziek, literatuur en de natuur. „Aún aprendo” schreef de tachtigjarige schilder Francisco Goya onder een tekening van zichzelf als een grijsaard met een stok: „Ik leer nog steeds.”

3. Op een dag ben je „over the hill”

Ouderdom begint niet ineens bij je 35ste, of je 45ste; ouder worden begint zodra je geboren bent, en het is vreemd om die groei van functies en vermogens tot een zekere leeftijd toe te juichen – het eerste stapje, de eerste schooldag, het schooldiploma, het rijbewijs – en dan op een bepaalde dag te besluiten dat het hele proces de omgekeerde kant op gaat.

4. Alle oude mensen lijken op elkaar

Het beeld van ‘Planeet Oud’, zoals Karpf het noemt, is zo ingesleten dat mensen verbaasd zeggen: „Ik ben dan wel zestig, maar ik voel me nog achttien!” „Maar dat ben je ook nog!” schrijft Karpf. „En 8 en 28 en 38 en 48, zie het als ringen van een boomstam.” Alsof je bij het ouder worden tot een homogene orde toetreedt die alle sporen van je vroegere identiteit uitwist. Karpf: „Er is een continuïteit tussen je jonge zelf en je oude zelf die het verstrijken der jaren niet wegneemt. We blijven onszelf gedurende onze levenscyclus, alleen ouder.”

5. Ouderen moeten niet te veel opvallen

Er is de malle consensus dat als je ouder wordt, je in stijl een stap terug moet doen. Het haar moet korter („matching back to front” noemt India Knight dat in haar boek In your Prime), de rok moet langer, de hak minder hoog, zwart maakt plaats voor donkerblauw, de print van het overhemd wordt minder uitbundig. Alsof je met een hoge hak en een korte rok, of met een motor en een stel laarzen pretendeert dat je niet weet dat je vruchtbare jaren achter de rug zijn. Tragische koketterie.

Het wordt als ludiek gezien als een vrouw zich uit de grijze massa losmaakt, stelt Karpf, waardoor van de weinigen die het doen, meteen een nieuw stereotiep wordt gemaakt: van de excentrieke oma. Het zijn overtuigingen die uit primitieve hersengebieden gestuurd worden: dat het tonen van je bonte veren impliceert dat je een partner zoekt om kinderen mee te krijgen. Van sociologe Karpf mag ieder cliché over hoe ouderen eruit dienen te zien de vuilnisbak in.

„Duidelijk een midlife crisis”, lachen we als mannen die de veertig of vijftig gepasseerd zijn een motor of een snelle boot kopen. Maar waarom een „crisis”? Ze hebben er eindelijk het geld en de tijd voor; waarom zouden die attributen horen bij jongens van twintig?

Is er dan niks algemeens te zeggen over goed ouder worden? Wel iets, concludeert Karpf in How to Age. „Goed oud worden is goed leven. Ieder op zijn of haar eigen manier.” De Amerikaanse Eleanor Cunningham vierde haar honderdste verjaardag eind vorig jaar met een parachutesprong.