‘We laten te veel gebeuren in Frankrijk’

Een van de aanslagplegers woonde met vrouw en kind in provinciestad Reims. Wie er tram B neemt, stuit op nuchterheid, angst en woede. „Jongens die terugkomen uit Syrië of Irak laat je toch niet vrij rondlopen?”

Kinderen spelen de politie-inval van deze week na in het appartement van Saïd Kouachi, die zou hebben gewoond bij het balkon met de fiets.
Kinderen spelen de politie-inval van deze week na in het appartement van Saïd Kouachi, die zou hebben gewoond bij het balkon met de fiets.

Elke stad en elk dorp in Frankrijk ‘was’ de afgelopen dagen Charlie Hebdo: het land praatte over niets anders dan over de terreurdaad tegen het satirische tijdschrift. De stad Reims beleefde de dramatische gebeurtenissen extra intens. In de belangrijkste stad van de Champagnestreek vond in de nacht van woensdag op donderdag plotseling een grootscheepse zoekactie van een speciale politie-eenheid plaats.

Rechtstreeks op tv zag Karim, een 20-jarige student elektrotechniek, hetzelfde als wat hij waarnam uit het raam van zijn woning in de arme buitenwijk Croix-Rouge: in het zwart geklede, zwaarbewapende agenten. In Croix-Rouge zocht de politie vergeefs naar Saïd Kouachi, een van de twee van de terreurdaad verdachte broers, die in de wijk woonde.

Met een paar andere jongemannen staat Karim een dag later op een straathoek bij het appartement waar Kouachi verbleef met zijn vrouw en kind. „Saïd is een vrolijke, aardige jongen”, zegt Karim, en zijn vrienden beamen dat. „Maar hij zegt nooit veel. Het is: bonjour, en dan loopt hij weer door. Ongelooflijk dat hij tot zoiets vreselijks in staat is.”

Het groepje jongemannen, de meesten van Noord-Afrikaanse afkomst en werkloos, beschrijft Croix-Rouge als een buurt met problemen (schietpartijen, drugs), maar radicalisering is volgens hen niet een daarvan. Ze waren verbaasd toen ze zagen dat de politie een vrouw in – „is dat een boerka?” – uit het appartementengebouw haalde.

Reims is een gemiddelde Franse provinciestad. Je hebt er een paar buurten als Croix-Rouge, wat betreft grauwe architectuur lijkend op de banlieue van Parijs maar veel kleiner en ook netter. Er wonen in Reims heel wat allochtonen – het percentage buiten Frankrijk geboren inwoners ligt op 5,5 procent – maar op straat en in het openbaar vervoer zijn blanke Fransen er in de meerderheid, veel duidelijker dan in Parijs of Marseille. Zeker in het centrum, met zijn opera, mooie winkels en wereldberoemde 13e-eeuwse kathedraal. Ook politiek is Reims ‘gemiddeld’: de stad stemt nu eens links, dan weer rechts. Het rechts-nationalistische Front National haalde er bij de EU-verkiezingen vorig jaar 23 procent van de stemmen, iets onder het landelijke percentage.

Wat doet een week van beelden van terreur met zo’n doorsnee stad ? De Reimois, de inwoners van de stad, zijn rustig van aard. Maar wie uitstapt op verschillende haltes van tramlijn B, bespeurt behalve nuchterheid ook angst, woede en bezorgdheid.

Halte Bezannes - Gare Champagne TGV

Tram B begint bij een dorpje van 1.450 inwoners: Bezannes, dat is opgeslokt door het groeiende Reims. De torens van Croix-Rouge zijn er te zien, maar dit is een andere wereld. Doodstil is het er op een regenachtige dag. De tabac is dicht, evenals de kleine supermarkt die voorgoed gesloten lijkt. Mevrouw Bonet opent de poort van haar huis naast het kerkje. „Ik wil niet racistisch zijn maar Croix-Rouge is natuurlijk een quartier chaud, een ‘hete’ wijk. Het verbaast me niet dat de politie daar moest zoeken.” „Gelukkig heb je dat hier allemaal niet.” Een probleem met de islam ziet Bonet, een gepensioneerde vrouw, niet. „Je moet niet alles op een hoop gooien.” Ze gebruikt een woord dat dezer dagen steeds weer klinkt als het gaat om de islam: amalgame, mengelmoes. Maak er geen mengelmoes van: niet elke moslim is een terrorist.

Buiten het slaperige Bezannes ligt een groot bedrijventerrein in aanbouw. Al enkele jaren klaar is het glimmende TGV-station Champagne Ardenne dat Reims via de recent gebouwde TGV-Oost zeer goed verbindt met andere steden. In de wachtruimte zijn zo ook geluiden uit de rest van Frankrijk te horen.

Met een groepje jongens met tennisrackets staat tennisleraar Antoine Le Calvez (40) te wachten op de trein. Ze gaan terug naar Bretagne. „Dit is schokkend”, zegt Le Calvez. „Helaas worden we hier al jaren voor gewaarschuwd. De oorlog in Syrië heeft zich verplaatst naar ons midden.” Le Calvez noemt de aanslag een „oorlogsdaad” en ook een „aanval gekozen vanwege het symbool, de persvrijheid, een wezenskenmerk van onze Franse maatschappij.”

De tennisleraar vreest dat Frankrijk door de gebeurtenissen verder verdeeld zal raken. „De extreme moslims versus onze extremisten in Frankrijk. Dan doel ik op het Front National. Het Front National is dichtbij de macht – en zal die bereiken, na deze week is dat nog waarschijnlijker.” Helaas, zegt hij, want hij moet niets hebben van de partij van Marine Le Pen. „Ik merk om me heen dat het openlijke racisme in Frankrijk toeneemt.”

Halte Arago

Twee haltes verwijderd van de rust en de welvaart ligt Croix-Rouge, de wijk van Saïd Kouachi waar behalve veel allochtonen (zwarte Afrikanen, Noord-Afrikanen, Oost-Europeanen) ook autochtone Fransen wonen. In een van de in de jaren zestig gebouwde woontorens huist een buurtvereniging, voorgezeten door Jean-Michel Gaultier, een gezette gepensioneerde met grijze baard. Binnen spelen wijkbewoners een potje dammen.

„Mensen vermoorden om spotprenten is een grote schande. Wij zijn toch le pays des droits de l’homme”, zegt Gaultier. ‘Het land der mensenrechten’ – een trotse verwijzing naar de erfenis van de Franse Revolutie, die in dit land des te vaker klinkt als die erfenis onder druk staat. Gaultier vindt dat „we te veel laten gebeuren in Frankrijk”. „Jongens die terugkomen uit Syrië of Irak laat je toch niet vrij rondlopen? Steeds meer mensen hier in de buurt kiezen voor het Front National. Ik zelf niet, ik ben een man van links en dat zal ik altijd blijven. Maar mensen hier bij de vereniging komen overal vandaan, er zijn mensen die geeneens kunnen lezen en schrijven. We moeten de grenzen wel iets beter bewaken.”

Sommige Reimois lijken overigens wel onverstoorbaar. Langs de tramhalte loopt Pascal Roussi, werkloos vrachtwagenchauffeur. Hij is 52 jaar maar ziet er ouder uit. „Dit gaat mij allemaal niet aan. Hopelijk vindt de politie de daders.”

Halte Opéra

Lijn B rijdt via wat middenklassebuurten een kanaal over, naar het stadscentrum. Vlak achter de halte bij de opera ligt de kathedraal. Het imposante gebouw maakt Reims al acht eeuwen één van de kernen van het katholieke Europa. Nu staan er met zware machinegeweren bewapende politieagenten voor: ook in Reims is de hoogste fase van antiterreurplan Vigipirate van kracht.

’s Avonds staat de koster van de kathedraal, Aurélien Véron, binnen te praten met Sandra Rota, de directeur van de stichting die het gebouw onderhoudt. Beiden vinden ze het „dramatisch” wat de broers Kouachi aanrichtten. Maar heeft Frankrijk ook een probleem met de islam? Rota, ferm: „Nee, het gaat om jihadisme, fundamentalisme, niet de islam als zodanig. Je moet er geen amalgame van maken.”

Aan het ernstige gezicht van koster Véron is te zien dat hij het er niet mee eens is. „Dat zie ik anders”, zegt hij al snel. „In de Koran is de sharia vastgelegd, het sterven voor Allah, gewelddadige aspecten van de islam. Het is gewoon zo, het stáát er.”

Véron is een stem van conservatief-katholiek Frankrijk, dat het weekblad Valeurs Actuelles leest (cover deze week: een foto met een sluier en de kop ‘angst over Frankrijk’), zijn kinderen naar katholieke scholen stuurt en op de UMP van ex-president Nicolas Sarkozy stemt.

„De aanslag zal Frankrijk verder verdelen”, zegt de koster. „Frankrijk weet niet waar het heen gaat. Er is geen richting.”

Halte Saint-Thomas

Langs de chique promenades en het centraal station rijdt tram B naar het noorden. Hij stopt bij een andere, kleinere kerk in de gemengde wijk Saint-Thomas. Hier vind je van alles wat: studentenflat, kebabzaken en een kleine Carrefour-supermarkt die tot laat open is. De meningen zijn er zo divers als het publiek. Net als op de eerste halte kunnen de Reimois zich hier best voorstellen dat Marine Le Pen in 2017 president wordt.

Jean David, 45 jaar en werkloos, komt met een fles cola naar buiten. „Wat die extremisten eigenlijk willen is dat er een guerrilla uitbreekt tussen moslims en anderen in Frankrijk”, zegt hij. „Maar daar moeten we ons niet toe laten verleiden.” Hij vindt dat Charlie Hebdo „een beetje te ver is gegaan” met zijn cartoons van de profeet Mohammed. „Dat is een provocatie van de islam – en daar is nu dus deze reactie op gekomen.”

Laura (20), werkzaam als verkoopster bij een bakker, haalt een pakje sigaretten. „We hebben dit niet verdiend”, zegt ze terwijl ze er een opsteekt. „Een paar cartoons – dat was alles , en dan dit!” „We voelen ons bedreigd”, zegt ze ook. „Ik ben geen aanhanger van het Front National. Maar als Le Pen van deze gebeurtenissen profiteert en uiteindelijk president wordt, dan zal ik haar steunen.”

Volgens de conservatief geklede Gaëtan Nattier, 23 jaar, student communicatie en actief in de scouting, zal Le Pen „zeker” de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in 2017 halen. Nattier, die zichzelf „nationalist” noemt, zegt het „voor een groot deel” eens te zijn met het patriottische Front National, maar hij is óók „pro-Europees” – reden voor hem om toch niet op die partij te stemmen. Toch wil ook deze nationalist „niet alle moslims over één kam scheren”. „Er is geen probleem tussen Frankrijk en de islam – maar een wereldwijd probleem tussen de beschavingen van het Westen en de Islamitische Staat en al-Qaeda.”