Waarom het voorbeeld van Kok voor één keer uit de kast kan

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: wat ‘Charlie Hebdo’ met de nationale politiek dreigt te doen. Ofwel: de spanning tussen grote woorden en verstandige politiek.

Tekst Tom-Jan Meeus / Illustratie Ruben L. Oppenheimer

De vorige crisis was nog niet verwerkt of we zaten alweer in een nieuwe. Zelf begon ik woensdag net door te krijgen dat de spanning van vóór de Kerst over de ‘vrije artsenkeuze’ nog niet uit de wereld is – en toen werd het Binnenhof ineens de ellende van Charlie Hebdo ingezogen.

Zo gaven die beklemmende beelden uit Parijs even lucht aan de coalitie – en dan vooral de PvdA. In de hoogste partijregionen beamen ze gelaten dat Adri Duivesteijn – en niet Samsom of Asscher – in de kerstcrisis de harten van de achterban heeft gestolen.

Maar de bereikbaarheid van de senator voor de partijtop bleef ook deze week moeizaam – al begreep ik dat er voor komende week eindelijk een afspraak tussen hem en Samsom is gemaakt.

Dit was ook hard nodig: volgend weekeinde komt de partij in congres bijeen. Geen geringe opgave voor de leiding, dat is wel duidelijk.

Op zondag, het is een tweedaags congres, staat bijvoorbeeld een stemming over het recente ‘Van waarde’-rapport op het programma. Partijtijgers hebben daarin een passage gevonden die je moeiteloos van toepassing kunt verklaren op die explosieve kerstcrisis. Pagina 9 vermeldt dat „verzekerden niet het gevoel [hebben] dat de zorgverzekeraars voor hen werken”.

Feit is niet alleen dat het partijbestuur dit rapport, inclusief deze passage, „van harte wil omarmen”. Feit is ook dat het kabinetsbeleid inzake de ‘vrije artsenkeuze’ uitgaat van exact het omgekeerde – dat verzekeraars via druk op instellingen de kosten voor de patiënt drukken. Dit kan dus gezellig worden.

Natuurlijk – op zo’n congres heb je met speeches en andere tv-momenten altijd kansen zo’n controverse klein te houden. En anders kun je nog zeggen dat partijvoorzitter Spekman tijdens de formatie al beloofde dat de PvdA in deze coalitie het ‘eigen verhaal’ tegenover het verhaal van het kabinet zou plaatsen.

Punt is alleen dat Samsom nooit iets in die aanpak heeft gezien. En dat in de coalitie nu alles zo broos en kwetsbaar is dat elk ‘eigen verhaal’ kan bijdragen aan verder verlies van incasseringsvermogen onder coalitiepolitici.

Zo spelen talrijke zaakjes, in dit en andere dossiers (MH17!) – maar bijna alle Haagse aandacht daarvoor vervloog toen woensdag de liquidatie van die Franse agent op beeld bleek te staan. Een prominente politicus vertelde me ’s middags dat hij met een boor in zijn keuken stond toen het telefoontje kwam. Het illustreert hoe die dingen gaan: voordat ze hun eerste reactie aan het Journaal geven hebben politici schokkend weinig tijd om even na te denken.

Maar ze bleven erg kalm – behalve Wilders natuurlijk. Die twitterde woensdagmiddag, anderhalf uur na de aanslag, al dat „het oorlog [is]”, en vroeg zich af wanneer dit „eindelijk doordringt bij (sic) Rutte en andere westerse regeringsleiders”.

Punt was alleen dat hij met zijn PVV twee jaar terug ook niet erg doordrongen was van het oorlogsgevaar: volgens de doorrekening van het PVV-verkiezingsprogramma door het Centraal Planbureau bezuinigde de partij 1,1 miljard euro op veiligheid.

Er ging, aldus het CPB, „een half miljard” van de defensie-uitgaven af – moeilijk oorlog voeren lijkt me. En nog eens een half miljard van de „uitgaven aan veiligheid” – ook al geen blijk van oorlogsparaatheid: een half miljard is tweeënhalf keer het jaarbudget van de AIVD. Dus misschien moet iemand Wilders even vragen hoe hij die oorlog dacht te betalen.

Maar goed – na deze openingszet wist je hoe Wilders het Kamerdebat volgende week voor zich zag: hij, man van de harde aanpak, tegenover alle anderen, de watjes.

Hij kreeg bovendien steun omdat in het publieke debat, leek mij, nogal vlot conclusies werden getrokken. Overal hoorde je dat er een aanval op het vrije woord was gepleegd. Een aanval op onze democratie, zelfs op al onze vrijheid. Het werd breed geponeerd en daarna, zoals dat hier gaat, door politici gereproduceerd.

Nu waren veel Franse scènes deze week zonder meer afschuwelijk. Maar ze namen de aarzeling over die grote woorden niet weg. Dat de democratie, de vrijheid of het vrije woord werden bedreigd – ik zag eerder het omgekeerde: zoveel overtuigde aanhangers had je lange tijd niet op de been gesignaleerd. Dus er wankelde deze week van alles – maar niet het vrije woord, laat staan de vrijheid.

Er kwam de ervaring bij dat je in de VS, toen 9/11 een jaar of vijf oud was, erg veel spijt kon optekenen over alle grote woorden (‘America under attack’) na 9/11, en de agressieve aanpak die daarop volgde. Meest opmerkelijke was nog wel dat het vooral Republikeinse deskundigen waren, ooit in dienst van Bush, die de neiging tot spijtbetuigingen hadden.

Zo sprak ik later Mark Fallon, de special agent die meteen na 9/11 was belast met het strafrechtelijk onderzoek naar Bin Laden. Hij had zich tegen het martelen van verdachten gekeerd mede omdat hij, in eerdere onderzoeken naar All-Qaeda, gemerkt had dat je terroristen pas aan je zijde krijgt als je je in ze verdiept. Agressie is zinloos, woede helpt niet. „Alles draait om empathie”, zei hij.

Dus u bepleit thee drinken met terroristen, vroeg ik (het was vlak na de dood van Bin Laden). „Absoluut”, zei hij, „want dat verwachten ze niet.”

Een soortgelijke ervaring had ik met Larry Wilkerson, de stafchef van Bush’ minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell (2001-2004). Hij had, vertelde hij me, de eerste dag na 9/11 nog geprobeerd te voorkomen dat zijn regering een War on Terror afkondigde. Veel te heftig, vond hij: een oorlog tegen een methode was niet te winnen. Hij probeerde alternatieven: Fight for Freedom, Fight Extremism. Maar War on Terror voldeed aan de nationale revanchegevoelens en dus maakten ze de „catastrofale” keuze, zei hij. Zo sprak ik die jaren, toen alle vergissingen na 9/11 ingedaald waren, in Washington vele Republikeinen over die domme grote woorden van na 9/11.

Soms, heel soms, kwam het voor dat ik ze vertelde over binnenlandse kritiek die de Hollandse premier na 9/11 kreeg omdat hij, als een van de weinige westerse leiders, toen de „vurige wens” uitsprak dat „de VS waardig zouden reageren”.

Van Wim Kok hadden ze zelden gehoord, daar niet van, evenmin trouwens van Bolkestein, die Kok destijds „gemekker aan de zijlijn” verweet, maar een punt had your prime minister zeker gehad, zeiden ze in die typisch mengeling van beleefdheid en belangstelling.

Dus toen deze week de grote woorden maar niet verstomden, dacht ik: heb ik iets gemist? Ik koos drie deskundigen met kennis van de Amerikaanse en Nederlandse praktijk en vroeg ze: wat is de verstandigste aanpak voor de Haagse politiek na ‘Charlie Hebdo’?

Ivo Daalder, de oud-ambassadeur van de VS bij de NAVO (2009-2013), die in 2010 vurige pogingen deed de Nederlandse troepen in het Afghaanse Uruzgan te houden, mailde me vanuit Chicago dat je daders van aanslagen gewoon hard en effectief moet aanpakken. Maar „een oorlog tegen de islam” leek hem „een vreselijk idee” – niet te winnen en contraproductief. „Dat brengt alleen meer geweld, radicalisme en extremisme.”

Ik belde Ronald Sandee, een oud-medewerker van Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst die nu werkt als jihadanalist bij Kronos Advisory vanuit Charlotte, in North Carolina. Hij beval zijn vaderland na deze week meer praktische beveiliging aan – poortjes, camera’s, kogelvrije ruiten – en adviseerde politici hun burgers nadrukkelijk erop te wijzen dat je een open samenleving nooit kunt beschermen tegen terroristen met doodsverachting.

Ook hem leek een oorlog tegen de islam de domste aanpak denkbaar. „Dan creëer je totale vervreemding van een deel van de bevolking”, dacht Sandee. „Dan blaas je je eigen samenleving op.” Cees Wiebes, tot eind 2013 analist bij Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, zei dat er voor dit landje maar één ding opzat. „Keep calm and carry on.”

Fascinerend eigenlijk: in afgezwakte vorm zag je in het Nederland van nu hetzelfde contrast als in de VS vlak na 9/11. Burgers en, in mindere mate, politici die het zochten in grote woorden en daden. En deskundigen die vooral aanbevalen het probleem en de aanpak klein te houden.

Dus het bijzondere is eigenlijk dat de Hollandse burger de – zure – les van 9/11 van de Amerikanen maar matig geleerd heeft. Wat dat betreft was Wim Kok in 2001 zijn tijd opmerkelijk ver vooruit.