Sportliteratuur

Vincent Kompany was een van de eersten om op Twitter zijn medeleven uit te spreken met Charlie Hebdo. De Belgische libero van Manchester City kende het blad. Kompany is een lezer. Ook de Franse sportwereld deelde in de afschuw en de rouw. Er zijn nogal wat moslims die het mooie weer maken in nationale competities. Benzema van Real Madrid om er een te noemen.

Nederlandse sporters houden het hooguit op vakliteratuur en daar was in Charlie Hebdo niets van terug te vinden. De meeste Oranjespelers weten niet eens dat Elsevier en Vrij Nederland weekbladen zijn met enige traditie, laat staan dat ze ooit gehoord zouden hebben van de Groene Amsterdammer. Ik begrijp die onverschilligheid wel – wat moet je met Thomas Piketty of Henk Hofland in de zestien? Zelfs naar Jinek kijken ze niet.

Daarmee wil ik niet zeggen dat sporters imbecielen zijn. Integendeel, zij hebben de universiteit van het leven doorlopen. Sommigen met academische titel toe. Maar sport is nu eenmaal een monomane enclave.

Een kerk.

In de sportliteratuur worden nog weinig verbanden gelegd met de samenleving. Ook de schoonheid van het epos is in de verdrukking geraakt door een overvloed aan pulp uit het privéleven. Wanneer lees je nog eens een echt sportverslag in de krant?

Heroïek is ingeruild voor pikant voyeurisme in de coulissen van sportlevens. Kieft van Michel van Egmond is met ruim 150.000 exemplaren het best verkochte boek van 2014. Het is de voetballer en zijn ghostwriter van harte gegund – Willem die met 10 euro per dag moest overleven kan weer eens warm eten. Maar een sportboek is het niet. Het is een uitgemolken Privé of Story. Het boek gaat over de ondergang van de blonde spits aan verslaving aan drank en drugs, over de puinhoop van zijn leven na het voetbal. Naar het instinct van de kopbalsterke spits blijft het raden.

Nu was Willem Kieft in zijn actieve jaren ook niet zo’n bezeten voetballer. Het ontbrak hem aan spelvreugde. Overal cynicus van de kleedkamer. Ik had wel willen lezen hoe hij zich tussen de wereldsterren Marco van Basten en Frank Rijkaard heeft gehandhaafd met zijn beperkte techniek en luie positiespel. We zagen elkaar weleens bij een biertje en altijd viel het me op met hoeveel tegenzin hij over zijn sport praatte.

Garrincha is hem voorgegaan naar de goot, maar van hem staan de kunstjes op het veld nog steeds in de herinnering gegrift, niet het brakke dolen. Idem dito met Eusébio en George Best. De voetballer Kieft is dood en begraven. Wat blijft is de dynamiek van de ondergang.

Sportboeken gaan alleen nog over ellende en ontsporing, over tragiek en overspel. Laat de naam Tom Boonen vallen en iedereen heeft het over zijn cokelijntjes, niet over de pédaleur de charme die de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix in veelvoud won. De looplijnen van Rafael van der Vaart en Wesley Sneijder zijn het aanhangsel geworden van het modieuze gehuppel van hun dames.

Doodjammer.

Ik verlang naar sportboeken die over sport gaan en niet over amoureuze pirouettes van deze of gene. Of over de misère van een drugsverslaafde. Johan Cruijff en Willem van Hanegem hebben het altijd exclusief en autoritair over voetbal, niet over de nieuwe, betekenisvolle tattoo van Danny of Marianna.

De hoeren van de Wallen slepen ook een hoop brokstukken achter zich aan, maar daar lees je sinds de dood van Ischa Meijer niets meer over. De brakke jaren van Wim Kieft zijn even irrelevant.

Zijn voetballeven was dat niet.