Republiek is ver weg in banlieue

Beleid inzake Franse islam pakte averechts uit. Bij de jeugd is geweld nu belangrijk: vóór religie en drugs

Een jongen geeft een aalmoes tijdens het vrijdagmiddaggebed in de grote moskee van Parijs. De rector riep de gelovigen op zondag mee te demonstreren tegen de aanslag op Charlie Hebdo.
Een jongen geeft een aalmoes tijdens het vrijdagmiddaggebed in de grote moskee van Parijs. De rector riep de gelovigen op zondag mee te demonstreren tegen de aanslag op Charlie Hebdo. Foto Bart Koetsier

„Ik Charlie? Mais non. Moi, je suis Mohammed.” De bonkige 68-jarige die na het vrijdaggebed breed lachend de Grande Mosquée de Parijs komt uitgebeend moet iets kwijt. „Natuurlijk ben ik niet voor aanslagen. Ik ben Frans, moslim en tegen geweld”, zegt hij. „Maar dat de imam ons nota bene in de moskee vraagt om zondag mee te demonstreren uit solidariteit met een blad dat ons geloof beledigd heeft, gaat me wat al te ver.”

Een stevig besnorde vriend schudt het grijze hoofd. „Allemaal politiek”, moppert hij. „Allemaal politiek.” Waar het hem om gaat: dé moslim bestaat niet en laat zich niet aansturen door welke ‘moslimleider’ dan ook. „Ik ga naar de moskee voor mijn geloof, niet voor de politiek”, zegt hij.

„Ik ben het een beetje zat om me steeds te moeten verdedigen voor mensen waarmee ik niets mee heb”, zegt de 29-jarige student Issa Sow op zijn beurt.

Hier in het dertiende arrondissement van Parijs, aan de Jardin des Plantes, kwamen afgelopen week direct na de schietpartij op de burelen van het weekblad Charlie Hebdo de kopstukken van verschillende religieuze gemeenschappen van Frankrijk bijeen. Moslims en Joden, katholieken en protestanten distantieerden zich broederlijk van het gebruik van religie als motief voor een terreurdaad. Ze hoopten in alle hectiek verder geweld en mogelijke represailles te voorkomen.

Ze waren te gast bij rector Dalil Boubakeur van de Grande Mosquée , die als voorzitter van de Conseil français du culte musulman tevens de officiële woordvoerder is van de Franse moslimgemeenschap. Hij riep vrijdag alle imams van de circa 2.400 moskeeën van het land op om in hun vrijdagse preek „het geweld en het terrorisme” te verwerpen en moslims aan te sporen zondag te demonstreren. Maar hij slaagde er blijkbaar in zijn eigen moskee al niet in om iedereen te overtuigen.

„In de islam is geen plaats voor het doden van de medemens”, verzekert Boubakeur aan iedere journalist die hem spreken wil. Hij zegt zich „grote zorgen” te maken over jongeren die onder invloed van het wahabisme uit Saoedi-Arabië radicaliseren. Vanuit geen Europees land vertrokken zoveel mensen naar Irak en Syrië om zich bij jihadistische groepen aan te sluiten als uit Frankrijk. „De strijd tegen de politieke islam is ook mijn strijd”, zegt Boubakeur.

Dat is precies wat de Franse autoriteiten van hem willen horen. Want ook de vrijdag gedode verdachten van de aanslag op Charlie Hebdo, zouden enkele jaren terug op Franse bodem zijn geradicaliseerd. Maar gevraagd of de rector zich in dit soort jongens kan inleven, haalt hij vertwijfeld zijn schouders op. „Helemaal niet”, zegt hij. „Ik begrijp hier niets van.”

Het is de vraag namens wie Boubakeur precies spreekt, zeggen islamspecialisten. En of de 74-jarige bestuurder eigenlijk wel enige invloed heeft op jonge moslims in Frankrijk, radicaliserend of niet.

De moslimraad is namelijk niet opgericht door moslims zelf, maar door Nicolas Sarkozy, toen die in 2003 minister van Binnenlandse Zaken was en één telefoonnummer zocht om de moslimwereld te pakken te krijgen. Hij wilde weten met wie hij moest spreken over radicalisering, sluierverboden of de zo gewenste lokale scholing van imams. Het uiteindelijk doel: een ‘Franse islam’, geworteld in de waarden van de seculiere republiek, zonder buitenlandse invloed.

Al meteen bij de oprichting was er een hoogoplopende discussie over de samenstelling van de raad die de islam moest verfransen. Dat ging paradoxaal genoeg vooral over de vraag of de Marokkaanse dan wel de Algerijnse bloedgroep de overhand moest krijgen. „De raad is een totale mislukking”, meent Sadek Sellam, die uitgebreid publiceerde over de islam in Frankrijk. De historicus houdt post bij de gespecialiseerde islamitische boekhandel Al-Bustane, pal tegenover het leeglopende gebedshuis. „Hoe kan in een seculiere staat, waar de overheid zich niet met religie dient te bemoeien, een club opgericht door een minister ooit enige religieuze legitimiteit krijgen?”, lacht hij vilein.

Lokale islam door beleid minder Frans

Dat is de beroemde Franse islamexpert Olivier Roy met hem eens. Algerijnen en Marokkanen maken de dienst uit in de raad, zegt hij door de telefoon vanuit Florence, waar hij doceert aan het European University Institute. „Terwijl de Franse autoriteiten al 25 jaar delibereren over een nationale islam, praten ze via die raad de facto met Algerije en Marokko, want hun representanten worden door die landen betaald.” Op die manier, zegt hij, houd je de Franse islam „buitenlands”.

En dat geldt vooral voor de imams. „Hun rol bij het opmerken van radicalisering kan moeilijk onderschat worden”, zegt rector Boubakeur zelf.

Maar het probleem is dat veel imams rechtstreeks zijn ingevlogen uit Algerije, Marokko of zelfs Saoedi-Arabië en worden door die landen betaald. Ze komen, bevestigt Boubakeur, op contracten van vier jaar naar Frankrijk om plaatselijk leemtes op te vullen. Rond de jaarlijkse ramadan importeert hij meestal nog een paar honderd imams extra.

Sellam: „Die mensen komen uit een totaal andere cultuur en begrijpen weinig van de Franse samenleving. Soms spreken ze zelfs geen Frans.” Maar pogingen om een Franse imamopleiding op te zetten die door iedereen geaccepteerd wordt, zoals toenmalig minister Sarkozy ooit beoogde, liepen keer op keer spaak.

„Het is verdomd lastig iemand te vinden die imam wil worden”, verzucht Nabil Ennasri, een jonge wetenschapper en voorzitter van het Collectif des musulmans de France, een belangengroep die minder dicht tegen de overheid zit. „Het is een baan die slecht betaalt en veel van je vraagt. Maar de enige manier om tot zo’n Franse islam te komen, is om imams in Frankrijk op te leiden.” Dat moet niet alleen religieuze scholing zijn, „maar ook cultureel en politiek”.

Nergens in Europa wonen meer moslims dan in Frankrijk, zo’n 5 miljoen. De geschiedenis van de islam is vooral door het koloniale verleden ouder dan in veel andere Europese landen. Boubakeurs Grote Moskee in Parijs is al in 1926 geopend. Het was een cadeautje van de Franse regering voor de grote verdiensten van moslims, vooral uit Noord-Afrika, tijdens de Eerste Wereldoorlog. Zeventigduizend van hen sneuvelden op de velden bij Verdun.

Franse moslims, zegt Boubakeur, zijn door die koloniale geschiedenis veel meer „verweven” met de samenleving dan veel van hun geloofsgenoten in andere Europese staten. Dat ze oorspronkelijk uit landen komen waar Frans gesproken wordt en de Franse cultuur sterk is, maakt ook verschil, zegt Olivier Roy. „Er zijn in Frankrijk aanzienlijk meer gemengde relaties van moslims uit alle sociale klassen dan in andere Europese landen .”

Objectieve cijfers bestaan niet, zegt hij, maar een onderzoeker van de Parijse school Sciences-Po concludeerde onlangs op basis van een uitgebreide wetenschappelijke enquête dat slechts 20 procent van die miljoenen Franse moslims „praktiserend” is. (Het criterium was of ze deelnemen aan de ramadan.) „Er is in Frankrijk dus een enorme kloof tussen wat zich de officiële islam noemt en de praktijken van Franse moslims die veel moderner of zelfs geseculariseerd zijn.”

Geweldscultuur voor geloof of drugs

Maar die kennelijke ten dele geslaagde integratie verklaart niet de ontsporing van die honderden jongeren die zich hebben aangemeld voor de jihad of betrokken zijn bij het extreme geweld in Parijs van afgelopen week. Volgens de Britse wetenschapper Andrew Hussey dreunt in de ‘haat’ bij de tweede en derde generatie moslims tegen alles wat Frans is nog altijd „de gemiste koloniale belofte” na: de in de troosteloze banlieue, waar veel moslims wonen, moeilijk te bevatten ‘republikeinse’ gedachte dat alle Fransen gelijk zijn en iedereen evenveel kansen heeft.

Roy wijst vooral op het geweldsaspect en vergelijkt de aanslag op Charlie Hebdo met de high school shooting in 1999 in Columbine. „Je kunt niet beweren dat het niets met de islam te maken heeft als mensen Allahu Akbar roepen bij een aanslag. Maar het is de cultuur van geweld die sommige jongeren ertoe zet zich bij de jihad aan te sluiten of zulke aanslagen te plegen.” Het is opvallend, zegt hij, dat de grote stad Marseille nauwelijks jihadisten voortbrengt. „Veel jongeren met een moslimachtergrond zijn daar betrokken bij de evengoed gewelddadige drugshandel. Zo bekeken is de islam niet meer dan een excuus.”