Persoonlijk falen is geen optie meer

In deze flexibele arbeidsmarkt raakt een grote groep jongeren achterop, aldus Fabian Dekker.

De moderne samenleving is pluriformer en minder ingericht rond traditionele gemeenschappen dan voorheen. Het vaste arbeidscontract heeft plaatsgemaakt voor tijdelijke banen, nul-urencontracten en payrollconstructies.

Ook denken we vaker in termen van eigen verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld als het gaat om obesitas, langdurige zorg en inkomensverlies als gevolg van werkloosheid. Het individu krijgt een grotere plaats toebedeeld. We zijn vrijer dan ooit in onze keuzes en bewegingsruimte.

Tegelijkertijd zien vooral jongeren een groot deel van hun zekerheden en perspectieven verdwijnen. Volgens de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling verwacht inmiddels 58 procent van de Nederlandse bevolking dat hun kinderen het minder goed zullen hebben dan zijzelf.

Vooral op de arbeidsmarkt zijn de verschillen tussen oud en jong groot. Jongeren hebben vaker flexibele arbeidscontracten. Van alle werknemers met een flexibele arbeidsrelatie is 64 procent tussen 15 tot 35 jaar (2013). En dat is vervelend. Want juist een flexibele arbeidsrelatie reageert sterk op conjuncturele veranderingen. Jongeren met een flexibel contract raken sneller werkloos. En ze krijgen amper een hypotheek. Daarbij, als ze al een woning bezitten, staat deze in 40 procent van de gevallen ‘onder water’, zo meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau.

En toch voelen Nederlanders zich meer dan ooit individueel aansprakelijk voor ontstane problemen. De overheid trekt zich terug en etaleert een groot vertrouwen in de kracht van het individu. We denken ook anders over de risico’s van arbeid. Zo komt uit onderzoek naar voren dat burgers strenger zijn gaan oordelen over vrijstelling van sollicitatieverplichtingen. Ook menen ze vaker dat werkloosheid (deels) individueel te beïnvloeden is. In 2006 dacht 27 procent van de mensen controle te hebben over het risico om werkloos te raken, in 1995 was dat 13 procent.

Er ontstaat dus meer aandacht voor eigen verantwoordelijkheid, maar wat betekent dit voor jongeren?

Tijdens het veldwerk voor mijn boek over jeugdwerkloosheid viel het me op dat jonge werklozen zeer optimistisch in het leven staan. Dit lag niet voor de hand, want werkloosheid leidt immers tot veel onzekerheid.

Ik kwam erachter dat dit optimisme een manier is om als individu om te gaan met het risico werkloos te worden. Maar het maakt ook deel uit van een ruimer gedeeld vooruitgangsideaal. ‘Mislukken’ is een synoniem voor persoonlijk falen. Natuurlijk draagt de economische neergang in belangrijke mate bij aan de jeugdwerkloosheid, maar in de beleving van de werkloze jongeren hebben ze zelf ook gefaald. Het optimisme dat zij in gesprekken toonden, past bij de huidige tijd. Daarin lijkt het publieke discours zich meer te richten op een individualistisch mensbeeld. Persoonlijk falen is geen optie, je moet alles uit jezelf halen. Dat, en een optimistische grondhouding, geven richting aan het leven. In die zin lijken Nederlandse jongeren sterk op Amerikanen.

Het verbaast dan ook niet dat grootschalige protesten tegen jeugdwerkloosheid zijn uitgebleven. Zo’n bijeenkomst vraagt namelijk om identificatie met de groep werklozen en dat lijkt in deze tijd funest voor het eigen zelfbeeld en gezondheid.

Vooral hoogopgeleide jongeren met voldoende vaardigheden en sociale relaties zullen zich prima in deze ‘vloeibare samenleving’ weten te redden, alhoewel ook zij als gevolg van de onderwijsexpansie vaker genoegen moeten nemen met een baan onder hun niveau. Jongeren die over minder hulpbronnen beschikken en geen of onvoldoende onderwijs volgen, lopen gevaar. Onder hen bevinden zich jongeren met een handicap, een niet-Westerse migrantenachtergrond en laaggeschoolden.

De flexibilisering van de arbeidsmarkt kan, in combinatie met een terugtrekkende overheid en meer aandacht voor eigen verantwoordelijkheid, ervoor zorgen dat een grote groep jongeren achterop raakt. Vanuit economisch perspectief, omdat de kwetsbaarste jongeren eerder werkloos raken, langer in onzekere banen werken en minder kansen op de woningmarkt hebben. Vanuit cultureel perspectief, omdat inactiviteit not done is in een samenleving die in toenemende mate argwanend is jegens baanlozen. Zo toont de individualisering haar januskop.

In beginsel zijn we gebaat bij de mogelijkheden om vrij van anderen onze eigen keuzes te kunnen maken. Tegelijkertijd is dat bij uitstek een moderne kwaal. In een tijd waarin zekerheden op de woning- en arbeidsmarkt in rap tempo eroderen en we hogere eisen stellen aan de zelfredzaamheid, delven vooral minder gefortuneerde jongeren het onderspit.

De vakbeweging en collectieve voorzieningen boden van oudsher tegenwicht tegen risico’s die zich in het leven voordoen. Maar in onze moderne samenleving ligt steeds meer een taboe op hulp vragen.