Op eieren lopen in Den Haag

Sommige gebeurtenissen zijn te beladen voor boude reacties. Bijna alle politici piekerden lang over de juiste woorden bij de aanslag.

Premier Rutte bij demonstratie in Amsterdam, donderdag, naar aanleiding van de aanslag in Parijs; rechtsburgemeester Aboutaleb spreekt burgers toe, donderdag in Rotterdam.
Premier Rutte bij demonstratie in Amsterdam, donderdag, naar aanleiding van de aanslag in Parijs; rechtsburgemeester Aboutaleb spreekt burgers toe, donderdag in Rotterdam. Foto’s ANP, Hollandse Hoogte

Er zijn gebeurtenissen waar je als politicus met plezier en overtuiging bovenop duikt. Een accijnsverhoging is voor het rechtse Tweede Kamerlid smullen. Schaft de EU milieuregels af, dan weet het linkse Kamerlid wat het moet doen. De meningen staan vast, oneliners liggen klaar op de archiefkast.

Maar de aanslag op cartoonisten in Parijs? Alleen voor PVV-leider Geert Wilders leek het simpel. „Het is oorlog”, tweette hij. Wilders reageerde niet op verzoeken om contact van deze krant. In het AD zei hij dat „de revolutie eraan komt”, dat „de veiligheid van allen belangrijker is dan de grondrechten van sommigen” en dat „iedereen met slechte bedoelingen” moest worden uitgezet.

Voor andere fractievoorzitters blijkt zo’n gebeurtenis ingewikkelder. De reflexen van snelle reactie en boude bewering moeten worden ingesnoerd. Het is zoeken naar de kleine ruimte waarin ze politiek kunnen bedrijven zonder het verwijt te krijgen dat ze politiek bedrijven.

„Mijn eerste reactie was niet die van een politicus. Ik werd er misselijk van”, zegt GroenLinks-leider Bram van Ojik. „Ik zag het voor me in die eerste minuut: die mensen zitten achter hun computer of zitten te tekenen en worden neergemaaid. Maar al snel kwam die oorlogstweet van Wilders. Toen wist ik: hier moet ik iets van vinden, dat is nu mijn verantwoordelijkheid als politicus.”

De meeste ondervraagde politici zien het als hun taak te voorkomen dat de gebeurtenissen – en vooral de reacties daarop – tot verdere onrust en verdeeldheid leiden. Maar hoe?

Uren nadenken over een tweet

Daar ligt voor de meesten het dilemma: je moet als politicus een mening hebben, je standpunt bepalen. En tegelijk: in deze omstandigheden heeft elk woord dat je uitademt zo’n gewicht dat je al snel in discussies terecht komt die je wilt voorkomen. D66-leider Alexander Pechtold ziet het als zijn taak te vermijden dat partijgenoten zich onbezonnen op sociale media uitlaten. Over de enige inhoudelijke tweet die Pechtold stuurde – „Ik hoop dat morgen de beste cartoons van #CharlieHebdo pontificaal op alle voorpagina’s staan” – dacht hij daarom uren na. „Die is duizend keer geretweet. Moet je nagaan wat een enorme impact dat heeft.”

Toch overkwam Pechtold wat hij bij partijgenoten probeert te voorkomen: Hij zei op Radio 1 dat „het allerergste” was dat de gebeurtenissen zouden „afstralen” op de hele islam. PVV’er Machiel de Graaf zette een opname van die quote op Twitter en Pechtold werd overvallen door kritiek. Volgens de D66’er proberen „extremen” in zo’n situatie alle nuance eruit te halen. „Om die gebeurtenis voor hun karretje te spannen.”

GroenLinks-leider Van Ojik: „Ik vind dat elke politicus dan de verplichting heeft woorden zorgvuldig te kiezen. Het CDA wil nu verheerlijking van geweld verbieden. Dan perk je de vrijheid van demonstratie in en ik vind dat een slechte zaak. Maar ik kan daar op een beschaafde manier over praten met CDA-leider Buma.”

SP-leider Emile Roemer is in de VS voor een werkbezoek. Het is, zegt hij, lastig om van zo’n grote afstand te reageren. „Je moet de feiten weten, duiden. Hoe wordt er gereageerd? Wat wordt aangevallen? Onze rechtsstaat, de democratie, vrijheid. Parijs is ontzettend dichtbij.”

Niet bij elke demonstratie opduiken

VVD-leider Halbe Zijlstra zegt nu het liefst zo weinig mogelijk. „Het laatste wat mensen op dit moment willen is dat politici met hun neus vooraan staan. En dat is wat Wilders doet door meteen een debat aan te vragen in de Kamer. Dan zijn we erg met onszelf bezig.” Toch gaf Zijlstra snel na de aanslag een schriftelijke verklaring met de impliciete, maar evidente VVD-boodschap dat de verregaande veiligheidsmaatregelen van de afgelopen jaren terecht blijken.

Is dat dan geen politiek? „Alles is politiek”, zegt Zijlstra. „En iedereen wil zijn gelijk halen, ik ook.” Het gaat hem, zegt hij, om terughoudendheid bij politici. „Natuurlijk kun je zeggen dat politici in zulk soort situaties leiding moeten geven. Maar ik vind het mooi dat nu de bevolking zijn gevoelens laat zien.”

Pechtold heeft besloten niet op alle mediaverzoeken in te gaan en demonstraties te mijden: „Anders ga je de situatie als politiek middel gebruiken. Gezagsdragers zoals de premier, die moeten daar acteren.”

We zijn allen één, bijna

Politiek gaat over verschillen, goede politici vergroten die uit. Maar niet nu. SP-leider Roemer reageert met lichte tegenzin op de vraag naar zijn standpunt over de aanvallen op IS. De SP is ertegen dat Nederland daaraan meedoet. Heeft de aanslag in Parijs met de strijd tegen IS te maken, wat hem betreft? „Wij hebben altijd gezegd dat een van de grote gevaren van ingrijpen is dat het risico op extremisme toeneemt. Maar op dit moment moeten we dat niet door elkaar heen laten lopen. Daar is het probleem in het Midden-Oosten veel te complex voor.”

Pechtold: „We worden getart en getest. Het grootste gevaar is onenigheid tussen mensen die het eigenlijk met elkaar eens zijn.” Zijn aanpak: niet generaliseren. „Voorkom verdere agressie tegen de islam, waar al veel mensen het gevoel hebben dat ze in het verdachtenbankje zitten. Ik zal weerwerk blijven bieden aan die onderhuidse versimpeling en verruwing.”

Confronterende taal, vindt Van Ojik, leidt tot verdeeldheid en verwarring. De Rotterdamse burgemeester Aboutaleb zei ‘rot op’ tegen wie een probleem heeft met vrijheid van meningsuiting. „Maar er zijn mensen die zich aangesproken voelen en die Aboutaleb níet bedoelt.”

Van Ojik woont in de Haagse Vruchtenbuurt, tegenover PVV’er De Graaf. „Stel dat ik zeg: er woont in mijn straat één man die de Nederlandse grondwaarden niet accepteert. Ik ga dan toch niet een petitie starten: hij moet weg?”

Met oorlogstaal, vindt Roemer, bereik je precies wat terroristen willen. „Je creëert tegengeweld en radicalisering.”

Zijlstra: „Nog een paar van dit soort grappen en de anti-islamstroming in Europa krijgt onvriendelijker trekjes. Dat is het allermoeilijkste. We moeten voor de grote groep moslims gaan staan die hier niet op zitten te wachten. Dat zijn ónze moslims. Maar we moeten rotte elementen niet verbloemen. Dit is een aanval op onze hele maatschappij. Ja, in volkstaal: we zijn in oorlog. We hebben in Irak F16’s die bommen gooien .”

Denk aan je kiezers

Als politicus denk je altijd aan je achterban. Maar een aanslag door vermoedelijk islamitische extremisten vereist van de ene politieke leider meer voorzichtigheid dan van de andere. ChristenUnie-leider Arie Slob hoorde al van mensen, ook uit zijn achterban: weet je wel wat voor tekeningen die mensen maakten?

„Ik herken me in de gevoelens die je kunt hebben bij uitingen van cabaretiers, columnisten, cartoonisten. Die kunnen stevig binnenkomen als je gelovig bent. Aan de andere kant ben ik zo blij met onze vrijheden. Je moet die beschermen. Dat is bij mij een diep doorleefd gevoel.”

Recent waren er cijfers over religieuze groepen die worden vervolgd. De grootste groep vervolgden zijn de christenen. „En stuk voor stuk worden geloofsgenoten onderdrukt in moslimlanden”, zegt Slob. „Sommigen in onze achterban zeggen: ‘Zie je dan niet wat ze doen?’ Dan zeg ik: ‘Natuurlijk. Elke vorm van geweld moet krachtig worden bestreden.’ Maar ik zou geen knip voor de neus waard zijn als ik zou vinden dat er buiten Nederland vrijheden moeten bestaan voor christenen en die niet wil toestaan voor moslims hier.”

Kan het ook anders?

Louis Bontes, ex-PVV en nu van de Groep Bontes/Van Klaveren, ziet hoe collega’s „de boel bij elkaar willen houden”. Maar extremistische moslims, denkt hij, lachen om de bijeenkomsten op straat. „Zij vinden het allemaal watjes.”

Bontes let niet op zijn woorden. „Ik praat zoals ik praat. En de samenleving kun je niet met fluwelen handschoentjes aanpakken. Je moet overbrengen dat dit een tijd vol gevaren is.”

Wilders wil militairen op straat, Bontes denkt aan de marechaussee: „Op stations, bij evenementen, het Museumplein. En ja, Bontes vindt ook dat het oorlog is. „Extreme moslims hebben de oorlog verklaard aan het vrije Westen.”