Oh merde, het is niet waar!’

Julien Guillot (39) maakt infographics bij Libération. Zijn krant is nauw verbonden met Charlie Hebdo.

Charlie Hebdo-verslaggever Laurent Leger (rechts) en tekenaar Catherine Meurisse, vrijdag, voor een redactievergadering in het pand vanLibération.
Charlie Hebdo-verslaggever Laurent Leger (rechts) en tekenaar Catherine Meurisse, vrijdag, voor een redactievergadering in het pand vanLibération. Foto AFP

Julien Guillot: „Onze redacties liggen dicht bij elkaar. Redacteuren en cartoonisten van Charlie Hebdo kwamen in 2011 bij ons werken nadat hun gebouw na een aanslag was afgebrand. Dat was na hun cover met ‘Sharia Hebdo: de profeet als gastredacteur’. Le Monde gaf computers, wij gaven ze werkruimte. Charlie Hebdo is een beetje het neefje van Libé.

Woensdag 7 januari, 10.00 uur

Een gewone ochtendvergadering. We zitten met zo’n dertig journalisten bij elkaar en bespreken de onderwerpen voor de volgende dag. Franse miljardairs, de Dakar-rally. Het is mijn taak om kaarten en grafieken te maken bij de artikelen. Ik maak aantekeningen, kijk af en toe uit het raam.

11.30 uur

„Er is een aanslag gepleegd op Charlie Hebdo!”, roept adjunct-hoofdredacteur Johan [Hufnagel] over de redactie. Hij zet de tv aan. Mensen slaan hun hand voor hun mond. „Oh merde.” „C’est pas vrai,”, fluistert iemand. Niemand huilt of schreeuwt. We zijn verdoofd. We horen dat de daders vrij rondlopen. Als er één krant is waar ze naartoe zouden gaan, zou het Libé zijn.

11.45 uur

Cabu, Charb, Wolinski. Als de namen van de eerste slachtoffers bekend worden, is het voor ons overduidelijk dat we aan elk van hen een pagina willen wijden in de krant. Al hun cartoonisten zijn beroemd in Frankrijk. Een van onze journalisten werkt ook voor Charlie. Hij ligt zwaargewond het ziekenhuis. De indeling van de krant wordt omgegooid. Van de 36 pagina’s blijven er maar acht over voor ander nieuws. Iedereen handelt, er is meer focus dan stress. Ik ga ook terug naar mijn bureau. Mijn angst zakt. Gewapende agenten houden de wacht voor onze deur. Ik maak een kaart van Parijs met markeringen op de plek van de redactie van Charlie, de route van de auto’s, de plek van de moord op de politieagent. Ook maak ik grafieken over moorden op journalisten wereldwijd en de historie van aanslagen in Frankrijk.

Ik krijg berichten op mijn telefoon: mijn vriendin, familie. Of ik in orde ben. Net als drie jaar geleden, toen werd er een assistent-fotograaf neergeschoten in de lobby. Ik was er niet. Ik had me verslapen en zag dat mijn telefoon was geëxplodeerd van alle berichten. Deze keer antwoord ik direct.

14.00 uur

Honger. Ik besluit een broodje te gaan halen bij de bakker. Niemand gaat met me mee. Het voelt vreemd, het is de eerste keer dat ik het gebouw verlaat sinds de aanslag. De hoofdingang is afgesloten, ik moet via de parkeergarage, door de zijdeur. Als ik buitenkom, zie ik zes politiemannen met geweren staan. Ik besluit broodjes mee te nemen voor mijn collega’s. Een Fransman slaat nooit de lunch over.

15.00 uur

Er heerst de hele middag een ijzeren focus. Het is ongelooflijk hoe alle redacteuren hun stukken afkrijgen. Niemand praat, lacht of kletst.

20.00 uur

Om acht uur ga ik naar huis, mijn werk is af. Libé is een ochtendkrant, onder normale omstandigheden gaat de krant om 20.00 uur naar de drukker. Vandaag is de deadline uitgesteld naar 22.00 uur, anders was het onmogelijk geweest om de krant af te krijgen. Als ik vertrek, zit de rest van de redactie nog druk te schrijven. Ik word opgehaald. Mijn vriendin belt en zegt: „Blijf binnen en wacht op mij, ik kom je halen.” Ze komt rechtstreeks van de bijeenkomst op Place de la République, de plek waar iedereen samenkwam om te rouwen. Ze heeft zich een weg gebaand door de menigte om bij mij te komen. We besluiten te gaan drinken in een bar verderop.

Als ik thuiskom, landt het besef. Ik heb vandaag een mijlpaal in de geschiedenis van mijn beroep doorleefd. De 9/11 voor journalisten meegemaakt. Ik wist het wel op een abstract niveau, maar pas als ik thuis ben, dringt het tot me door. Ik ben doodmoe.

Donderdag, 8 januari, 09.30 uur

Weer staan er gewapende agenten voor de hoofdingang. We beginnen een half uur eerder dan normaal. Er is teveel werk. Weer moet er een krant in één dag worden gevuld.

Onze krant heeft het moeilijk, economisch gezien. Maar vandaag zijn zelfs mensen aanwezig van wie het contract niet wordt verlengd. Ze willen meehelpen, schrijven.

12.00 uur

We staan met de hele redactie op het overdekte dakterras, de enige plek in het gebouw die groot genoeg is om met iedereen samen te komen. Het is de mooiste plek die we hebben, je kijkt er uit over de daken van Parijs en ziet de wolken voorbij drijven. Buiten regent het. De hoofdredacteur neemt het woord, hij houdt het kort. „Een minuut stilte, voor onze vrienden van Charlie Hebdo.”

Ik kijk naar mijn schoenen. Daarna omhoog, naar de gezichten van mijn collega’s. Hoe ik me voel, weet ik niet goed. Ik denk aan de mensen die zijn vermoord. Aan Cabu, het voelt alsof ik een vriend uit mijn kindertijd ben verloren. Hij was de ster van een televisieprogramma voor kinderen, zo’n twintig jaar geleden. Daar op het dak dringt het tot me door hoe groot dit is. Ik voel het belang om dit moment met elkaar te delen.

12.10 uur

Rustig loopt iedereen terug naar zijn plek. Weer aan het werk. Een beetje in dezelfde sfeer als gisteren, al is de schok en de verrassing er merkbaar vanaf. Nog steeds zie ik niemand huilen. Je bent journalist, je moet je werk doen. Zeker nu, juist nu. We doen ons best, dat is het enige wat we kunnen doen. Weer ga ik naar buiten voor de lunch. Vandaag gaan meer mensen mee.

20.00 uur

Alles is af. Volgens plan. Morgen komt de redactie van Charlie bij ons werken. Ze willen hun krant afmaken.

Vrijdag 9 januari, 15.50 uur

Julien Guillot neemt de hele dag zijn telefoon niet op. Hij zou vertellen hoe de redactie van Charlie Hebdo zijn intrek heeft genomenbij Libé. ’s Middags stuurt hij een e-mail door: ‘Toutes les demandes d’interviews doivent être transférées exclusivement au directeur opérationnel de Libération.’ Hij mag niet meer met journalisten praten.

Franse en internationale media hebben hulp aangeboden. Gilles van Kote, interim-hoofdredacteur van Le Monde zegt dat Charlie Hebdo „herboren moet worden”. Le Monde en de Franse publieke omroep werken aan een plan om het tijdschrift te steunen.

Het ministerie van Cultuur maakt een miljoen euro vrij. Guardian-hoofdredacteur Alan Rusbridger zegde 100.000 pond (128.000 euro) toe „om te helpen verzekeren dat het niet monddood wordt gemaakt”. Ook Google helpt Charlie: het persfonds dat is opgericht met geld van Google doneert 250.000 euro.