Na de aanslag nu het debat: een overzicht van een paar opinies

Demonstratie in Porto, Portugal.
Demonstratie in Porto, Portugal. Foto EPA/Estela Silva

Nu de klopjacht op de daders van de aanslag op Charlie Hebdo gisteren tot een ontknoping kwam, barst het debat over de islam weer los. Van ‘het is een handjevol radicalen’ tot ‘de grootste dreiging komt van Frankrijk zelf’.

Hirsi Ali: ontken het verband tussen geweld en islam niet meer
Aan gevoel voor timing heeft het Ayaan Hirsi Ali nooit ontbroken: het voormalig VVD-Kamerlid pakt vandaag in de Volkskrant uit met een opiniestuk met de kop ‘Wat is ons antwoord op de aanslag in Parijs?’ Het antwoord geeft ze zelf eronder: we kunnen het verband tussen geweld en de islam niet meer ontkennen.

In het begin van het artikel heeft Ali het nog over de ‘radicale islam’, maar in de rest van het stuk gaat het gewoon over ‘de islam’:

Zij die verantwoordelijk zijn voor de slachting in Parijs, net als de man die de Nederlandse filmmaker Theo van Gogh vermoordde, willen terreur aan ons opleggen. En elke keer als we concessies doen aan hun visie van gerechtvaardigd godsdienstig geweld, geven we ze precies wat ze willen.

We moeten erkennen dat de islamisten van nu gedreven worden door een politieke ideologie, die ingebed is in de teksten die de basis van de islam vormen. We kunnen niet langer doen alsof het mogelijk is om een onderscheid te maken tussen daden en de idealen die tot die daden inspireren.

Islamexpert: het zijn eenzame jihadisten
In dezelfde krant ziet arabist en islamoloog Halim el Madkouri jihadisten juist wel als een groepje individuen. In zijn opinie met als titel ‘Eenzame jihadi dwingt ons allen tot eenzame strijd tegen terreur’ constateert de radicaliseringsexpert dat jihadistische ideologen met de eenzame jihad dit fenomeen een globaal karakter proberen te geven:

De keuze voor de eenzame jihad stoelt op het feit dat hij betrekkelijk eenvoudig en goedkoop is uit te voeren en op zijn mobiliserende kracht voor andere jonge moslims. De eenzame jihadi’s waren vóór hun daad betrekkelijk onbekend en stelden nauwelijks iets voor. Maar door hun daad worden zij gevierd door veel mensen en fungeren zij als rolmodel voor jongeren die nog twijfelen.

Foto EPA/Bernd Thisen

Dortmund U-toren in Duitsland. Foto EPA/Bernd Thisen

Joost Zwagerman: Eberhard hoeft niet meer op de thee
Schrijver Joost Zwagerman is in zijn stuk met als kop ‘Het gaat slecht met onze weerbaarheid tegen moslimextremisme’ toch voorzichtig optimistisch gestemd. Hij blikt terug op de reacties na de moord op Theo van Gogh. Hij noemt het winst dat burgemeester Van der Laan geen thee meer hoeft te gaan drinken bij vertegenwoordigers van moslimorganisaties.

Laten we na deze publieke reactie dus vanaf heden niet meer iedere Nederlandse moslim als een schoolmeester op de schouders tikken om te vragen of hij of zij al afstand heeft genomen van de aanslagen. Die vraag is negen van de tien keer een retorische.

Tariq Ramadan: er is geen oorlog tussen de Islam en het Westen
De Zwitserse filosoof en islamoloog Tariq Ramadan vindt dat kennelijk nog wel nodig, zo schrijft hij in een artikel in the Guardian. Ramadan zegt in het stuk als moslim toch nadrukkelijk afstand te willen nemen van de aanslag en verwacht van andere moslims dat ze hetzelfde doen. In het artikel met de titel ‘The Paris attackers hijacked Islam but there is no war between Islam and the West’ benoemt hij verder een ander punt waar deze week ook veel discussie over was: of het Westen nu in oorlog is met de Islam of niet.

PVV-leider Wilders zei na de aanslag meteen dat het oorlog is:

Twitter avatar geertwilderspvv Geert Wilders Wanneer dringt het eindelijk door bij Rutte en andere westerse regeringsleiders: het is oorlog. http://t.co/yMKEudYr8v

Ramadan vindt dat als we aan dit sentiment toegeven we dan juist in de val trappen en de radicale islamisten in de kaart spelen:

Als we de extremisten niet aanvallen, maar de Islam zelf, geven hen precies wat ze willen. Het zal een overwinning zijn die ze zelf nooit zouden kunnen behalen.

Grootste dreiging komt van de Franse overheid
Interessant is de mening van Jonathan Turley, hoogleraar public interest law aan George Washington University in The Washington Post. Onder de kop ‘The biggest threat to French free speech isn’t terrorism. It’s the government’, beweert hij dat de grootste bedreiging van de vrijheid van het land zelf komt. De criminalisering en juridisering van allerlei zaken als belediging heeft de vrijheid van meningsuiting in het land ingeperkt. Charlie Hebdo stond verschillende keren voor de rechter wegens smaad en belediging de afgelopen periode. Ook andere journalisten en media werden voor de rechter gedaagd wegens smaad, in soms absurde zaken zoals een negatieve restaurantrecensie.

Deze wetten zijn gebruikt om het satirische tijdschrift lastig te vallen en de medewerkers jarenlang te bedreigen. Vrijheid van meningsuiting is in Frankrijk verworden tot een privilege in plaats van een recht, dat je ‘verantwoord’ moet gebruiken als je een afwijkende mening hebt.

Turley besluit zijn stuk met:

The terrible truth is that it takes only a single gunman to kill a journalist, but it takes a nation to kill a right.

Foto EPA / Patrick Seeger

De FIS Nordic Combined World Cup in Chaux-Neuve, France, vandaag. Foto EPA / Patrick Seeger

Alleen ‘Je suis Charlie’ is niet genoeg
De Franse schrijver Sylvain Ephimenco kopt boven zijn opiniestuk in Trouw het strijdvaardige ‘We onderwerpen ons niet’. Ephimenco is geraakt door de wereldwijde getoonde solidariteit.

Tegelijkertijd constateert hij dat het omhooghouden van een A4-tje met ‘Je Suis Charlie’ dat de afgelopen dagen een soort verzetsleus is geworden, lang niet genoeg is om onze democratie te verdedigen. Iets dat Vrij Nederland-hoofdredacteur Frits van Exter van de week ook al opmerkte in zijn stuk ‘Zijn wij werkelijk Charlie Hebdo’.

Er is niets verkeerd aan het rekening houden met de ander. Om zijn gevoeligheid te ontzien als het gaat om onderwerpen - en religie is er een die van fundamentele waarde kan zijn - op een gepaste manier te behandelen. Maar als je tegen je wil in een oorlog wordt meegezogen moet je eerst helder benoemen en dan stevig bouwen aan je verzet.

Je hoeft niet bang te zijn om te onderstrepen dat heel wat normen en waarden van dit uitheemse geloof niet verenigbaar zijn met de democratie die we kennen. Dat er een keus bestaat: aanpassing of verwerping. Je hoeft niemand te ontzien.(..) Dit is niet ‘beledigen’, maar benoemen en beseffen. En zelfs bespotten is toegestaan. Zo functioneert onze prachtige open samenleving en onze fiere democratie. En zo moeten we het houden.