Mark Rutte, vrijheid is meer dan het woord

De burgemeesters van Rotterdam en Den Haag spraken namens hun burgers Franse woorden van solidariteit met Frankrijk en de Fransen. Premier Rutte ging op de Dam in Amsterdam voor in een nationale uiting van ontzetting en strijdlust voor de vrijheid. Ook die laatste oproep was goed en juist. Toch roept die vragen op.

Over welke vrijheid had Rutte het? In wat voor soort land precies? De minister-president zei terecht dat in „ons land en de landen om ons heen” ruimte is voor ieders geloof en overtuiging, ook voor „vlijmscherpe en onwelgevallige kritiek, voor scherpe verschillen en bijtende spot. Dat is het wezen van de democratie en tegelijkertijd van echte vrijheid.”

Het waren wervende woorden, afgerond met de strijdkreet, liefst ‘met duizenden tegelijk’: „Handen af van onze vrijheid”.

Daar ging de premier in de retorische overdrive. Nergens in zijn korte toespraak gaf hij aan iets anders of iets meer te bedoelen dan de vrijheid van meningsuiting. Wat dat betreft groef zijn partijgenoot Jozias Van Aartsen, burgemeester van Den Haag, dieper en breder. Hij herinnerde met rede aan de four freedoms die president Roosevelt formuleerde in zijn oorlogs-State of the Union van 1941.

Naast de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst zijn mensen vrije burgers als zij gevrijwaard zijn van vrees en van gebrek. Die vier vrijheden bestaan alleen in samenhang. Zij vormen de basis van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Wie als staatsman over vrijheid spreekt, moet worden geacht dát brede vrijheidsbegrip te bedoelen.

Het is logisch dat in de ontzetting na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo veel mensen, zeker in het ‘vrije Westen’ de straat op zijn gegaan om hun steun te betuigen aan het vrije woord en het vrije beeld, desnoods het recht te kwetsen met ideeën. Maar eenmaal bekomen van de eerste schrik zullen zij zich afvragen hoe het staat met al hun verdere vrijheden.

Na de val van de Muur in 1989 zette het Westen onbekommerd in op ruim baan voor de vrije markt. De ideologische strijd met het communisme en in het kielzog het staatssocialisme was gewonnen. Het was tijd de belemmeringen van de vrije markt op te ruimen. Een welvarend avondland gloorde. Ook onze naaste ex-Sovjet-buren kregen het recept aangereikt. Liefst twee maal daags innemen met een scheutje rechtsstatelijkheid. Sommigen werden EU-genoten.

Na de aanslagen van 11 september 2001 werd onder leiding van George W. Bush een Oorlog tegen het Terrorisme ingezet. Die bracht een permanent betoog voort waarin de afweging tussen burgerlijke vrijheden en beperking daarvan in het belang van de veiligheid bij voorbaat werd beslist ten gunste van inperking van uiterst fundamentele rechten.

Curieus genoeg bracht die focus op veiligheid het volgens de nieuwe logica omgedoopte ministerie van Veiligheid en Justitie er niet toe de nationale luchtvaartmaatschappij in te lichten over het toegenomen dreigingsniveau boven Oekraïne. Zo vloog de Maleisische partner van de KLM met open ogen het oorlogsgebied binnen, met de rampzalige gevolgen van dien. ‘Niet-gevalideerde’ informatie levert toch al snel oranje licht op, zou je denken.

Besefte premier Rutte wat hij aanroerde met zijn Vrijheidsgelofte op de Dam? Hadden hij en zijn collega’s er bij stilgestaan dat het niet-doorgeven van een belangrijke Oekraïense briefing over de vliegveiligheid een rol kan hebben gespeeld in het drama dat vele honderden burgers van dit en andere landen hun leven of hun geliefden heeft gekost? Dat je niet zomaar voor het oog van de natie zulke emotierijke uitspraken kunt doen over vrijheid zonder althans te laten merken dat je beseft dat er allerlei vormen van vrijheid zijn waar mensen zich in bedreigd kunnen voelen. Bijvoorbeeld de afnemende vrijheid van burgers die tussen de raderen van de bezuinigingen raken.

Hij was nog niet uitgesproken of op Twitter werden Rutte’s vrome woorden in verband gebracht met de kerstcrisis van zijn kabinet, toen de Eerste Kamer beperking van de herziening van de Zorgwet had afgewezen. Vergeleken bij de twaalfvoudige moord in Parijs en de MH-17-ramp is vrije artsenkeuze een kleinigheid, aan ’t andere eind van het vrijheidsspectrum.

Dat neemt niet weg dat overheden in ons deel van de wereld zich op tal van gebieden geroepen zien steeds dwingender maatregelen te nemen. In zijn knappe laatste boek (zie de bijlage Boeken van gisteren) geeft de in de MH17 omgekomen senator en rechtsgeleerde Willem Witteveen het voorbeeld van de verlichte Europese wetgever die 500 miljoen burgers de gloeilamp afnam. De meeste burgers werden - ondanks de goede bedoelingen - volkomen overvallen door deze uitkomst van een akkoord tussen industrie en milieubeweging.

Het voorbeeld staat model voor een opgejaagde overheid die steeds instrumenteler omgaat met problemen en daartoe de wet inzet, lang voordat burgers een kans hebben gekregen serieus mee te praten of overtuigd te worden. De markt en de overheid vinden elkaar in oplossingen die de burger op een toenemend aantal terrein weinig reële keus laat. Zijn gewenst gedrag is meestal voorgeprogrammeerd.

Van Charlie Hebdo naar het keukentafelgesprek is een lange weg. Waar het om gaat, is dat de democratische rechtsstaat veel meer is dan het vrije woord. Vrijheid is een rijk en kwetsbaar bezit. Witteveen roept op daar zorgvuldiger mee om te gaan dan mogelijk is op de Dam. Al had de minister-president alle vrijheid de ernst van burgerlijke vrijheden en de noodzaak van een bescheiden overheid tenminste aan te stippen.