Koffie en tomaat

Belofte maakt schuld. En ik heb u al lang geleden een belofte gedaan, die ga ik vandaag inlossen. Het was in het voorjaar van 2011 dat ik in deze krant schreef over het wonderbaarlijke smaakhuwelijk tussen koffie en tomaat. Dat die twee een onverwacht opwindend setje vormen, ontdekte ik tijdens een lange, stoffige taxirit door Marokko. Het was warm, ik voelde me plakkerig en vermoeid, dus je zou kunnen stellen dat alles me op dat moment als vanuit de hemel gezonden zou hebben gesmaakt. Maar toch.

We reden van Marrakech naar Essaouira en stopten halverwege bij een haveloos nerinkje langs de weg. Ik bestelde een kop koffie en een tomatensalade. Het was doodgewone filterkoffie en de tomatensalade bestond uit niets anders dan een paar plakken tomaat met zout en olijfolie. Argeloos nam ik een slok en daarna een hap en toen gebeurde het. Wauw. Koffie en tomaat doen iets met elkaar. Iets met een heel hoog je ne sais quoi-gehalte.

De reden dat ik destijds over deze ontdekking schreef, was het verschijnen van De Smaakbijbel van Niki Segnit. Hoewel dat een fijn boek is en een lovenswaardige poging om zoveel mogelijk wetenswaardigheden over smaken en smaakcombinaties bijeen te brengen, heeft de auteur het nergens over koffie en tomaat. Koffie en avocado, ja. Koffie en rundvlees. Tomaat en chocolade. Ook best bijzonder, maar geen koffie en tomaat.

Enfin, ik beloofde toen te zullen gaan experimenteren in de keuken, alleen is het er nooit van gekomen om het recept dat daaruit kwam met u te delen. Na een paar geflopte scheppingen die het niet waard zijn om hier over uit te weiden, maakte ik een stoofpot van worstjes, tomaat, linzen, een heel arsenaal aan kruiderij en drie kopjes espresso. En dat was me toch lekker. Deze mocht beslist wel in de krant.

Aangezien koffie werkt als een natuurlijke smaakversterker, smaakt het geheel diep en intens hartig en kruidig. Een heel klein beetje zoet van de tomaten en de bruine suiker en behoorlijk pittig van de chilipeper. Ietsje rokerig door de pimentón, dat heerlijke Spaanse poeder van gerookte paprika’s, waarvan je maar heel weinig hoeft te gebruiken om een gerecht naar een hoger niveau te tillen.

De linzen zijn bedoeld om structuur en volume te geven aan de saus, maar zonder dat het echt een linzengerecht wordt, als u begrijpt wat ik bedoel. Tijdens de lange stooftijd zuigen de worstjes zich vol met het stoofvocht. U hoeft er daarom geen heel bijzondere worstjes voor te gebruiken. Ik neem graag die dunne, wat grovere, vrij neutraal smakende Toulouse-worstjes, maar het kan ook met doodgewone Hollandse saucijzen.

Et voilà, mijn schuld ingelost.

Janneke Vreugdenhil