Kijken kijken stenen kopen

De Indiase stad Jaipur is vermaard om zijn juwelen. De slimme koper verdient er zijn reis mee terug.

tekst Ivo Weyel foto’s Herman van Heusden

De weg is smal, het plaveisel vol gaten. Een koe kuiert midden op de weg, ongevoelig voor het oorverdovende getoeter. Het is bloedheet, de taxi heeft geen airconditioning. Eindeloos vertraagd komen we aan bij het huis van juwelenmaker Prakash Soni in het chaotische centrum. In zijn atelier/kantoor/werkkamer ontvangt hij ons hartelijk, met koffie en zoetigheden die zijn vrouw maar blijft aanvoeren. In de hoek speelt zijn dochter met opa. Prakash zit in kleermakerszit achter een gammel tafeltje waarop een ketting in wording ligt. Met eindeloos geduld en precisie voegt hij stenen toe, diamanten, robijnen, smaragden. Het kleine kamertje, waar de ventilator zo hard draait dat Prakash’ haren ervan wapperen, herbergt een schat aan goud en edelstenen. De ketting maakt hij in opdracht van een toekomstige moeder-van-de-bruid. Hij is er maanden mee bezig.

Pieter Kuijpers, zorgondernemer van beroep en manchetknopendesigner on the side, is de vorige dag uit Nederland aangekomen om met Prakash de laatste hand te leggen aan zijn nieuwe collectie: rondgeslepen (half)edelstenen op een bedje van goud. Jaipur staat bekend als de juwelenhoofdstad van de wereld, waar de meeste stenen worden geslepen, gepolijst en gezet.

De juwelengeschiedenis gaat terug naar het begin van de achttiende eeuw, toen maharadja Sawai Jai Singh II de stad uitriep tot hoofdstad van Rajastan, een deelstaat in het noordwesten van India. De man was een grootliefhebber van juwelen. Hij liet zelfs diamanten banden maken voor de poten van zijn olifanten. Zo onstilbaar was zijn lust naar sieraden, dat ambachtslieden uit alle delen van India naar Jaipur kwamen om aan zijn constante juwelenhonger te voldoen. Eeuwen later is Jaipur nog steeds het shoppingmekka voor stenen en juwelen. De keus en mogelijkheden zijn schier oneindig en het is allemaal zoveel goedkoper dan bij ons, dat de prijs van een reis erheen er al snel uit is. Je moet alleen wel weten wat de goede adressen zijn, hoe je moet onderhandelen en of de echtheid van de juwelen gegarandeerd is.

Pieter heeft heel wat sieradenmakers bezocht voor hij met Prakash in zee ging. Van de grootste spelers tot de kleinste handwerklieden. Hij is onze gids en neemt ons mee naar drie plekken.

1. De oudste: Royal Gems & Arts

De oudste en beroemdste juwelier is gevestigd in een schitterende haveli, een antiek stadspaleis met eeuwenoude muurschilderingen en verborgen gaanderijen waar vroeger de vrouwen zich terugtrokken. Het behoort aan Santi Choudhary, wiens juwelenmakende voorouders zich hier in 1726 vestigden, tegelijk met Sawai Jai Singh II. In de vitrines liggen de mooiste voorbeelden van Meena Kundan-juwelen, de eeuwenoude en typisch Jaipurse techniek, vooral beroemd door de keerzijden van de juwelen die zijn bewerkt met minutieus en kleurrijk emailwerk. Sommige juwelen dateren uit de maharadjajaren, andere zijn nieuw. Net als de meeste juweliers hier, handelen ze ook in losse stenen en kan men (vaak binnen twee dagen) een eigen ontwerp laten uitvoeren. Royal Gems & Arts is een van de duurste adressen in Jaipur (het begint bij een paar honderd euro voor een eenvoudige ring), maar alleen al de haveli is een bezoek waard.

2. Groot en druk: Motisons Jewellers

Motisons Jewellers zit in het protserigste gebouw ter wereld. Het rijst als een gestileerde en veelkleurige bloem de lucht in. De immense winkel is ingedeeld in een zilver-, een goud- en een diamantverdieping. De sfeer is als bij de Lidl, druk en chaotisch; personeel balanceert met stapels dozen vol juwelen, alsof ze de schappen wasmiddelen bijvullen. De verkooptechniek is opdringerig. Vraag om een armband uit de vitrine en je krijgt er tien. How about this one? And this one is also nice. Zelfs als je iets hebt gekozen, gaat het door: How about this necklace? Is nice with the ring. We krijgen halverwege wel een glaasje champagne aangeboden. Maar de juwelen mogen echt zijn, de champagne is nep. Nee, dan Jewels Emporium.

3. Champagne: Jewels Emporium

Jewels Emporium is groot, maar overzichtelijk. Prijzen beginnen bij zo’n honderd euro. In de kelder is het atelier. Tientallen slijpers, klovers en zetters zijn aan het werk. Goede klanten – mij zien ze er in ieder geval voor aan – worden voor meer privacy naar een aparte kamer geleid. Glaasje champagne, Sahib? Mijn lesje geleerd opteer ik voor cola. Ik vraag naar een losse smaragd. Er wordt een schoenendoos gebracht, vol envelopjes met in elk een steen. Van klein tot groot. Ik kies een zuivere, diep donkergroene. Negenendertighonderd dollar. Een schijntje vergeleken bij de prijzen in Europa (naar schatting een kwart duurder). Ik ben hier niet op de markt, en ik heb de indruk dat Jewels Emporium vaste prijzen hanteert, maar ik probeer toch af te dingen. Ik zucht diep en zeg: „Te veel”. Hij zegt: „vijfendertig”. Ik zeg: „no”, en neem een slok cola. „Oké”, zegt hij, „Drieduizend”. Negenhonderd dollar minder in amper drie minuten. Dat gaat snel. „Sorry”, zeg ik en sta op. „What is your budget?”, vraagt hij. „Het is laagseizoen, dus ik kan nog wel iets lager gaan, een ogenblik.” Hij belt zijn chef. Hij hangt op: „2.700”. Nog geen minuut later hebben we een deal voor 2.400 dollar. Ik heb de reis er al uit.