Jongeren van nu: winners oflosers

Begrip, zelfdiscipline en zorgvuldigheid hebben plaatsgemaakt voor gewiekstheid en uiterlijk vertoon, meent marktonderzoeker Frits Spangenberg.

Ernst Frederik, softwaretester bij TomTom (27):
Ernst Frederik, softwaretester bij TomTom (27):

Jongeren hebben slechte manieren, geen eerbied voor ouderen, ze minachten gezag en zijn eigenwijs en ongeduldig. Dat stelden de Oude Grieken 2500 jaar geleden vast. De hedendaagse kritiek (jongeren zijn op zichzelf gericht, vooral bezig met uiterlijk, leggen de schuld van falen buiten zichzelf) bouwt voort op die antieke inzichten.

Het denken en praten over jongeren is een welvaartsverschijnsel. Tot honderd jaar geleden deden jongeren er niet echt toe, net zo min als de meeste volwassenen trouwens. Nu worden wij ons echter bewust dat de jongeren van nu de samenleving van straks managen, dat zij onze oude dag moeten verzorgen. Wat ouderen zaaien, zullen zij straks oogsten.

Twee generaties terug konden jongeren (gedeeltelijk) dom worden gehouden. Nu hebben ze echter alle informatie onder handbereik en lijken ouders en ouderen overbodiger.

Vandaag de dag kunnen deskundigen ín de hersenen van jongeren kijken. En daar nemen ze andere patronen waar dan in de hersenen van ouderen. Voor een groot deel bevestigt dit neurofysiologisch onderzoek wat we zelf waarnemen, al komen er ook nieuwe, baanbrekende inzichten naar voren. Zo zijn ouderen sterker in inzicht en perspectief; zij kunnen beter beoordelen hoe hun gedrag kan uitpakken op een later moment. Jongeren kunnen tot hun 24ste weliswaar heel snel leren, maar ze missen het vermogen om alternatieven te overwegen.

Natuurlijk zijn niet alle jongeren over één kam te scheren. Jongeren die vooral spanning en afwisseling zoeken, vertonen nu eenmaal ander gedrag dan zij die het belangrijk vinden in hoog aanzien te staan bij hun leeftijdsgenoten. Stille huismussen en actieve allemansvrienden verschillen sterk in de wijze waarop zij in het leven staan en welke ervaringen zij opdoen.

Weer anderen trekken zich veel aan van problemen en onrecht in de wereld, terwijl weer anderen een veilige omgeving vooral in het eigen gezin zoeken. Bedachtzaamheid en plichtsgetrouwheid gaan minder vaak samen met mondigheid. En ambitie, groei en succes verhouden zich slecht tot comfort.

Welke mix van eigenschappen willen wij overdragen? Wat zien wij als meest wenselijk? En wenselijk voor wat? Voor de ideale schoondochter of voor de eerste vrouwelijke minister-president?

Onderzoek van Motivaction wijst uit dat gezags- en plichtsgetrouw burgerschap weinig weerklank vindt onder jongeren, geboren na 1986 (3 procent). Verantwoordelijk burgerschap scoort hoog onder NRC lezers, maar minder onder jongeren (17 procent). 47 Procent van de jongeren is te typeren als zelfredzaam – zij weten de weg wel te vinden in de snelle disruptieve samenleving. Maar een omvangrijke restgroep (33 procent) heeft een sterke behoefte aan sturing en begeleiding.

Laten we de nuances achter ons, dan zien we twee groepen: zelfredzame, eigengereide winners tegenover zoekende, veelal onzekere losers en zij die zekerheid zoeken.

De groep zelfredzamen groeide de afgelopen tien jaar van 39 naar 47 procent. Jongeren zijn zeer adaptief, passen zich snel aan en bewegen mee in wat de prestatiesamenleving van hen vraagt.

Opvoeding is dus vooral een overdracht van waarden, en die is in sterke mate te sturen. Alleen moeten ouders daar wel consequent voor willen en kunnen kiezen.

Pragmatische, zelfredzame jongeren kunnen oprecht geloven dat de wereld om hen draait. Narcisme lijkt een deugd. In het dagelijks leven staan zij rug aan rug met de twijfelende structuurzoekers. In sociale netwerken mixen jongeren die zichzelf kunnen redden en zij die structuur zoeken, slechts sporadisch. Collectief binnen de eigen groep, maar afwijzend naar andere mentaliteitsgroepen.

Onze sociale omgangsvormen, onze kennis, ons gedrag zijn voor het overgrote deel aangeleerd. Wij moeten het leven leren, waarden moeten worden overgedragen. Als ouders laten blijken ondeugendheid spannender te vinden dan ijver, slaan jongeren hier direct op aan.

Geen wonder dus, dat jongeren minder warm lopen voor gedrag als ‘wederkerigheid’, ‘saamhorigheid’ en ‘gemeenschapszin’. De meeste volwassenen vinden dit, in hun streven naar eeuwige jeugd, zelf ook niet zo opwindend.

Maar deze drie deugden hebben Nederland wel tot een welvaartsstaat gemaakt.

Het is niet makkelijk om jong en succesvol te zijn. De verwachtingen zijn hooggespannen – veel jongeren zeggen daaronder te lijden. De vroegere oriëntatie op de eigen kring, dorp, buurt gaf een zekere rust. Kampioenen waren ooit helden die achter de horizon bestonden. Tegenwoordig dansen alle helden, uitblinkers en kampioenen dagelijks over het beeldscherm. Er is altijd wel iemand in de buurt die beter is.

Stimulerend of frustrerend?

Een positief rolmodel kan helpen. Maar talent moet worden gezien, gekoesterd en met frustratie en stimulans tot glans worden gebracht. En hier zit het grote verschil tussen achterstandswijken en ‘betere nesten’.

Niemand krijgt systematisch les in hoe hij of zij het eigen leven moet managen. Opvoeden is een experiment dat met vallen en opstaan wordt geleerd. Grootouders mogen zelden hun ervaring inbrengen, buren of voorbijgangers al helemaal niet. Zelf bij overlast moeten anderen slikken en zwijgen.

Geeft de maatschappij te weinig ruimte voor hun individuele verschillen, wordt er teveel gekeken naar wat zij niet kunnen in plaats van waar hun talenten en competenties liggen? Kinderen uit achterstandswijken en kinderen met ouders in vechtscheidingen lijden het meest. Er is minder aandacht voor hun talenten. En waarden als zorgvuldigheid, begrip voor de ander en zelfdiscipline hebben veelal plaats gemaakt voor een streven naar gewiekstheid, uiterlijk vertoon en een vluchtige zelfgerichtheid.

Het is allemaal heel individualistisch, maar worden zij zelf en de wereld om hen heen daar gelukkiger van?